Aaron & Marianne Fresco

Op 2 juni 1942 wordt Aaron Fresco (1898) met ruim 70 andere Joden uit Den Haag naar het Joodse werkkamp Ybenheer overgebracht. Slechts een enkeling weet de oorlog te overleven, waaronder Fresco.

De Joodse jongens in het werkkamp Ybenheer.

Aaron & Marianne Fresco

Het is ergens in het jaar 1956 geweest dat de foto genomen werd. Te zien is een groep met Ambonezen protesterend tegen de invoering van de zogenaamde zelfzorg in hun woonoord. De locatie is het kamp Oranje, het voormalige werkkamp Ybenheer in het dorpje Fochteloo nabij de Fries-Drentse grens. Het is een plek met een donker verleden; een verleden dat het beeld dat de foto ons toont, surrealistisch maakt. Mannen en vrouwen die – hoe begrijpelijk gezien hun eigen situatie – protesteren tegen het “recht” om voor zichzelf te mogen zorgen, een recht dat andere mensen een decennium eerder op dezelfde plek ontnomen is.

Het kamp Ybenheer is in 1941 in het kader van de werkverschaffing aangelegd. Op een stuk afgelegen heideveld, dat in de buurt “Iepenheer” wordt genoemd, worden door een bouwbedrijf uit Gorredijk barakken geplaatst. Er worden werkloze mannen heengezonden, vaak al wat ouder, die het land moeten ontginnen.

Op 1 mei 1942 vertrekken de werkloze mannen uit Fochtelo. Drie week later komt het bericht dat vanaf juni 1942 Ybenheer zal gaan fungeren als een Joods werkkamp. Er worden 225 Joden verwacht. Tegelijk met de bevolkingswisseling vindt een personeelswijziging plaats: kok/beheerder Böttcher maakt plaats voor W.P. Brouwer, voorheen kok/beheerder in een werkkamp in Hooghalen.

Ook uit andere voormalige werkkampen komt nieuw personeel. Wim in ’t Ven komt over uit Elsloo waar hij heeft gewerkt met een groep tewerkgestelden uit Amsterdam. Met enkele van hen is een vriendschap ontstaan. Op 2 juni schrijft hij zijn vrienden een brief over de eerste dagen in Ybenheer. In ’t Ven heeft dan net de eerste groep met 72 Joden bij hun voettocht van het tramstation in Oosterwolde naar het werkkamp begeleid.

‘Mijn eerste indruk is niet gunstig: ’t meest zijn oudere personen. Ik heb alle ongehuwde – niet kostwinners, totaal 20. Intellectuelen en goed gesitueerden vindt je er weinig. Dat ik voor hen mijn best zal doen is alles wat je tot nu toe vertellen kan.’

De 72 kampbewoners zijn allen afkomstig uit Den Haag. Aaron Fresco bijvoorbeeld is woonachtig in het centrum van de stad, aan de Juliana van Stolberglaan, waar hij leeft met zijn vrouw Marianne Fresco-Cachet (1901). Net als zijn vader voor hem, is Aaron huisschilder van beroep.

In Ybenheer worden Fresco en zijn lotgenoten al snel aan het werk gezet. Ze moeten het nabijgelegen Fochteloo, veen omspitten en later aardappels rooien op de bouwlanden. Het leven in het kamp is niet slecht. Om de stemming erin te houden worden er op zondag bonte avonden gehouden, met muziek en cabaret.

Op vrijdagmiddag 2 oktober 1942 verschijnen er twee overvalwagens in het kamp. Als de Joden terugkomen van het werk lopen ze de Grüne Polizei als het ware in de armen. De volgende morgen worden de kampbewoners in alle vroegte afgevoerd, een spoor van koffers en spullen achterlatend.

Na vier maanden komt de ontruiming van kamp Ybenheer voor Fresco en zijn medebewoners totaal onverwacht. Op vrijdagmiddag 2 oktober 1942 verschijnen er twee overvalwagens in het kamp. Als de Joden terugkomen van het werk lopen ze de Grüne Polizei als het ware in de armen. De volgende morgen worden de kampbewoners in alle vroegte afgevoerd, een spoor van koffers en spullen achterlatend.

Fresco en de anderen worden overgebracht naar kamp Westerbork waar dan een enorme chaos heerst. Er zijn die nacht meer dan 10.000 gevangenen vrijwel tegelijk in het kamp aangekomen. De barakken zijn er overvol. Na enkele dagen worden de meeste bewoners van het werkkamp Ybenheer op transport gesteld naar Auschwitz. Ook Fresco moet vertrekken. Echter niet naar het Oosten, maar in zuidelijke richting. In Barneveld is een klein elitekamp opgericht voor Joden met een bijzondere staat van dienst. Hoe en waarom Fresco er naar toe wordt gebracht is niet duidelijk, wel dat hij zijn leven er aan te danken heeft.

Eind september 1943 komt Fresco met zijn vrouw Marianne terug in kamp Westerbork. Hij weet er een functie bij de kampregistratie te verkrijgen, waardoor hij vrijgesteld raakt van transport. Dit blijft Aaron tot de bevrijding op 12 april 1945.

Op 22 juni 1945 vertrekt Aaron Fresco naar Den Haag. Hij behoort tot de weinige bewoners van het Joodse werkkamp Ybenheer die de Tweede Wereldoorlog hebben weten te overleven.