Abraham van Berg

Groninger Abraham van Berg (1909) wist door zijn gemengde huwelijk lange tijd buiten de Jodenvervolging te blijven. Eind september 1944 kwam hij alsnog in kamp Westerbork terecht. Een portret geschreven door Hans Piek.

Werkkamp Twilhaar.

Abraham van Berg

Abraham van Berg groeide op in het centrum van Groningen, vlak bij het Zuiderdiep en de Folkingestraat, een wijk waar voor de oorlog veel Joodse mensen woonden en waar ook de synagoge stond. Het was in die tijd een levendige buurt: bijna iedere dag was er markt op het Zuiderdiep en waren veel kleine bedrijfjes en handelaren te vinden.

De vader van Abraham was meubelmaker en koopman. Abraham begon al op jonge leeftijd een winkel in kruidenierswaren en tabak aan de Verlengde Visserstraat 8 in Groningen. In 1934 trouwde hij met een niet-Joodse vrouw, Hendrike de Boer. Het stel ging boven hun winkel wonen. Ze kregen twee kinderen, Louisa en Cornelis.

Toen in 1941 de maatregelen tegen de Joodse gemeenschap steeds scherper werden moest Abraham zijn bedrijf staken. Een jaar later kreeg hij met een volgende anti-Joodse maatregel te maken: hij, evenals zijn vader en broer Mozes, werden verplicht te werk gesteld in Twilhaar, in de omgeving van Nijverdal. Dit was aanvankelijk een werkverruimingskamp, maar in 1942 moesten de arbeiders plaatsmaken voor bijna honderd Joodse mannen. Ze werden in de landontginning en bosbouw aan het werk gezet.

Toen in 1941 de maatregelen tegen de Joodse gemeenschap steeds scherper werden, moest Abraham zijn bedrijf staken. Een jaar later kreeg hij met een volgende anti-Joodse maatregel te maken: hij, evenals zijn vader en broer Mozes, werd verplicht te werk gesteld in Twilhaar, in de omgeving van Nijverdal.

Het verblijf in Twilhaar duurde voor Abraham van Berg en zijn familie niet lang. In oktober 1942 werd het werkkamp leeggehaald. De meeste mannen waaronder zijn vader en broer werden naar Westerbork gebracht en na korte tijd doorgevoerd naar het Oosten. Zijn vader Izaak van Berg werd in oktober 1942 in Auschwitz vermoord; broer Mozes werd met zijn vrouw en kind in de zomer van 1943 naar Sobibor gedeporteerd, waar zij direct bij aankomst om het leven werden gebracht.

Vanwege zijn huwelijk met een niet-Joodse vrouw mocht Abraham in oktober 1942 naar Groningen terug. Hij zou pas in september 1944 met een groep van 25 gemengd gehuwde mannen in kamp Westerbork terecht komen.

Na een verblijf van enkele maanden in de strafbarak, verliet Abraham op 16 april 1945 zonder toestemming kamp Westerbork. Hij vertrok naar Groningen waar hij zijn winkel aan de Verlengde Visserstraat – en later de Westerbinnensingel – in de herfst van 1945 heropende.

Abraham van Berg overleed op 16 mei 1989 in zijn geliefde Groningen.