Adolf & Elsje Naftaniel

Adolf Naftaniel was als hoofd van het Centrale Magazijn een bekend gezicht in kamp Westerbork. Hij trouwde in Westerbork met verpleegster Elsje Walvisch. Met dank aan leerlingen Vera de Vries en Lotte Bosma van de Ubbo Emmius Scholengemeenschap in Stadskanaal.

Het personeel van het Centrale Magazijn. In het midden Adolf Naftaniel.

Adolf & Elsje Naftaniel

Als op 12 april 1945 duidelijk wordt dat de Canadezen in aantocht zijn, loopt Adolf Naftaniel naar zijn werkplek in het Centrale Magazijn van kamp Westerbork. Naftaniel tovert de vlag tevoorschijn die al enige tijd klaarligt mocht het moment aanbreken dat het kamp bevrijd gaat worden. Na een korte wandeltocht bereikt hij de vlaggenmast bij de administratie en hijst de vlag. Voor het eerst in bijna vijf jaar wappert in kamp Westerbork opnieuw de Nederlandse driekleur.

Adolf Naftaniel is vierendertig als hij in 1938 in Nederland aankomt. Geboren in het Pruisische Mocker Thorn, gelegen in het huidige Polen, groeit hij op in een grote Joodse familie. Eind jaren dertig besluit vrijwel het gehele gezin Naftaniel afzonderlijk uit Duitsland te vluchten. ‘Mijn vader kwam uit een gezin van dertien kinderen, die tijdens de oorlog over de hele wereld verspreid zijn geraakt: Engeland, Amerika, Israël, Hongkong, Zweden en, mijn vader, Nederland’, aldus zoon Ronny Naftaniel (1948). ‘In Nederland is mijn vader bepaalt niet gastvrij ontvangen. Hij is meteen opgesloten, eerst in een tuchthuis in Veenhuizen en daarna in Hellevoetsluis. Daar kreeg hij een gulden per maand, had hij honderd vierkante meter bewegingsruimte en moest hij zijn jas verkopen aan de slager omdat hij anders omkwam van de honger.’

Ronny Naftaniel in Auschwitz in de jaren tachtig. Naast hem kampoverlevende Jules Schelvis.

In maart 1940 worden de gevangenen van het kamp in Hellevoetsluis overgebracht naar het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Kort na aankomst wordt Adolf aangesteld als hoofd van het Centrale Magazijn. Zoon Ronny: ‘Het baantje dat hij als magazijnmeester kreeg onder het Nederlandse gezag, hield hij mede vanwege zijn talenkennis onder het Duitse bewind. Het heeft hem behoed voor deportatie naar het Oosten.’

Als kamp Westerbork in de loop van de oorlog uitgroeit tot een Joodse stad op de heide, groeit ook de rol van Adolf als hoofd van het magazijn. Hij krijgt enkele tientallen persoonleden onder zich die er zorg voor moeten dragen dat de inventaris op orde is en er geen spullen verdwijnen. Adolf leidt ze met strakke hand.

‘In Nederland is mijn vader bepaalt niet gastvrij ontvangen. Hij is meteen opgesloten, eerst in een tuchthuis in Veenhuizen en daarna in Hellevoetsluis. Daar kreeg hij een gulden per maand, had hij honderd vierkante meter bewegingsruimte en moest hij zijn jas verkopen aan de slager omdat hij anders omkwam van de honger.’

In kamp Westerbork ontmoet Adolf Naftaniel de jonge uit Arnhem afkomstige verpleegster Elsje Walvisch (1919). Zij is na de ontruiming van het Joods-psychiatrische ziekenhuis het Apeldoornsche Bosch in januari 1943 in Westerbork terecht gekomen. Uit de contacten tussen Adolf en Elsje ontstaat een liefdesrelatie. Adolf is dan nog officieel getrouwd met Ella Nemeth (1909), die eind jaren dertig in Duitsland is achterbleven. Al tijdens de oorlog vraagt Adolf een echtscheiding aan, pas in 1947 wordt deze definitief uitgesproken.

Na de bevrijding moeten Adolf en Elsje nog bijna drie maanden in kamp Westerbork achterblijven. Begin juli 1945 komt het bericht dat ze mogen vertrekken. ‘Toen mijn ouders na de oorlog Westerbork verlieten, moesten ze op appel verschijnen en mochten ze een deken meenemen. De koffers werden onderzocht om te zien of ze iets van de eigendommen van Westerbork hadden meegenomen.’

Het personeel van het Apeldoornsche Bosch.

Adolf en Elsje vertrekken naar Amsterdam waar Adolf voor het eerst in Nederland in een huis woont. Zo goed als het gaat proberen ze een leven op te bouwen. Op 15 mei 1948 wordt zoon Ronny geboren, vier dagen later trouwt het stel. Het gezin is niet sterk religieus, maar houdt zich wel aan de Joodse tradities. In 1952 wordt Adolf genaturaliseerd. Hij is Nederlander. Een hekel aan Duitsland heeft hij ondanks zijn eigen oorlogsgeschiedenis nooit gekregen. ‘Mijn vader ging al vrij snel na de oorlog voor zijn zaak – hij handelde in fournituren voor de sigarenindustrie – naar Duitsland, al ging hij er niet op vakantie. Er werd thuis ook vrijelijk over de oorlog gesproken. Niet op een wraakzuchtige manier, maar ik heb altijd geleerd weerbaar te zijn.’

Adolf Naftaniel sterft in 1979, zijn vrouw Elsje achttien jaar later in 1997. Zoon Ronny is vanaf het midden van de jaren zeventig jarenlang het gezicht van het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël.