Adolf Gabel

Adolf Gabel (1914) behoorde bij de duizenden concentratiekampoverlevenden die na de oorlog Europa verlieten en zich in Palestina wilden vestigen.   

Vluchtelingenkamp Westerbork.

Adolf Gabel

Op 15 juli 1946 vertrok de HMCS Hochelaga uit de haven van Antwerpen. Aan boord van het van oorsprong Canadese schip bevonden zich ruim 500 voornamelijk jonge overlevenden van de Holocaust op weg naar een nieuw thuis, het onder Brits mandaat vallende Palestina.

Het beloofde een zware en onzekere reis te worden. De vertrekken op het schip waren overbevolkt – de Hochelaga was slechts voor 100 passagiers gebouwd – en het reisdoel was daarnaast als illegaal bestempeld. De Britse autoriteiten hadden uiterst strenge voorwaarden uitgevaardigd om Palestina binnen te komen, voorwaarden waar niemand op Ha’hayal Ha’ivri (Hebreeuwse Strijder) waarin de opvarenden de Hochelaga hadden omgedoopt, aan voldeed.

De destijds 31jarige slotenmaker Adolf Gabel bevond zich onder de inzittenden op het schip. Ruim een jaar eerder was Gabel uit kamp Westerbork vertrokken, de plek waar hij ruim vijfenhalf jaar van zijn leven had doorgebracht.

In november 1939 was Gabel er een eerste groep Duitse Joden aangekomen, toen het nog het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork was. Hij had er als timmerman meegeholpen de barakken te bouwen. In het doorgangskamp was Gabel als chauffeur werkzaam geweest, een relatief goede positie waardoor hij al die jaren niet met de trein naar de concentratie- en vernietigingskampen in het Oosten was weggevoerd.

Het Duitsland waar hij geboren was, had hem stateloos verklaard, het door de communisten bezette Polen van zijn ouders kon en wilde hem niet opvangen.

Na de bevrijding leefde Gabel een tijdlang in Amsterdam waar hij slecht kon aarden. Als Duits-Poolse Jood, zijn ouders Leo Gabel en Rosa Bendiner waren voor de Eerste Wereldoorlog uit Polen naar het Duitse keizerrijk getrokken, zat hij zonder thuisland. Het Duitsland waar hij geboren was, had hem stateloos verklaard, het door de communisten bezette Polen van zijn ouders kon en wilde hem niet opvangen.

Adolf Gabel wilde zelf ook niet naar Polen. Hij had net als 100.000 andere concentratie- en onderduikoverlevenden zijn zinnen gezet op een nieuw bestaan in het beloofde land, Palestina.

Na een reis van ruim twee weken zeilde de  HMCS Hochelaga op 31 juli 1945 de haven van Haifa binnen waar het werd geënterd vanaf een Brits oorlogsschip. Op 2 augustus werden de kinderen, ouderen en zieken het land binnengelaten. Gabel en de rest van de opvarenden kwamen in een detentiekamp terecht waar ze tot nader order werden vastgehouden. Na enkele weken besloten de Britse autoriteiten de mensen vrij te laten.

Adolf Gabel en de andere inzittenden van de Hochelaga mochten daarna officieel het land Palestina betreden. Ze kregen de door hun gewenste start van een nieuwe leven.