Albert & Elsa Benda

Hoewel Albert Benda (1882) niet bij de 382 overlevende leden van het Philips-kommando gerekend wordt, heeft hij zijn leven wel degelijk aan Frits Philips en zijn medebestuurders te danken. Benda zat tijdens de oorlogsjaren echter niet kamp Vught gevangen, maar in kamp Westerbork, waar hij op 21 mei 1943 met zijn vrouw Elsa Benda-Katschinski (1878) werd binnengebracht. 

Industriebarak kamp Westerbork.

Albert & Elsa Benda

Sinds 1996 behoort Dr. Ir. Frits Philips tot de bijna 4.000 Nederlanders die door het Israëlische Yad Vashem instituut zijn onderscheiden omdat zij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verdienstelijk maakten bij het redden van Joden. Van februari 1943 tot de zomer van 1944 wisten bijna 600 Joodse gevangenen van kamp Vught lange tijd van transport naar het Oosten gevrijwaard te blijven door hun werk voor Philips. 382 leden van het Philips-kommando, die in Vught in een eigen werkplaats werkten en het beter hadden dan de overige gevangenen, zouden mede door de inmenging van Frits Philips overleven.

Alhoewel Albert Benda niet bij 382 overlevende leden van het Philips-kommando gerekend wordt, heeft hij zijn leven wel degelijk aan Frits Philips en zijn medebestuurders te danken. Benda zat tijdens de oorlogsjaren echter niet kamp Vught gevangen, maar in kamp Westerbork, waar hij op 21 mei 1943 met zijn vrouw Elsa Benda-Katschinski werd binnengebracht.

 Na het bericht van Benda dat hij in Westerbork gevangen zat en in de beruchte strafbarak was geplaatst – waar verblijf voor de deportatie meestal slechts enkele dagen duurde – kwam Philips vrijwel direct in actie 

Uit een getuigenis van Benda, die na de bevrijding  werd ondervraagd door het Militair Gezag dat destijds de leiding in Westerbork had overgenomen, blijkt dat Benda al kort na zijn binnenkomst in contact wist te komen met de leiding van Philips. Voor de oorlog had Albert Benda als adviseur diverse belangrijke octrooien voor het bedrijf weten binnen te halen en zijn waarde bewezen. Na het bericht van Benda dat hij in Westerbork gevangen zat en in de beruchte strafbarak was geplaatst – waar verblijf voor de deportatie meestal slechts enkele dagen duurde – kwam Philips vrijwel direct in actie. Commandant Gemmeker werd aangeschreven met de vraag of het mogelijk was om onder leiding van Benda een linoleumfabriek in het kamp op te zetten, dat zijdelings ondersteund zou worden Philips. Gemmeker, die in de zomer van 1943 plannen ontwikkelde om van Westerbork gedeeltelijk een arbeidskamp te maken, stemde in met het verzoek.

Bijna zestien maanden later had Benda nog altijd de leiding in de linoleumbarak (waar voornamelijk vloerzeilen werden geproduceerd), zo valt te lezen in het dagboek van medegevangene Hans Bial. Hij schreef op vrijdag 22 september 1944 dat “uns” Benda linoleum in de keuken had gelegd. De laatste trein naar de concentratiekampen in Oost-Europa was op dat moment al vertrokken.

Met dank aan Frits Philips en consorten waren Albert en zijn vrouw meer dan dertig keer van deportatie vrijgesteld gebleven.

Op 7 juli 1945 mochten Albert en Elsa Benda definitief uit kamp Westerbork vertrekken.