Albert Frankenhuis

Twintig jaar na de bevrijding wordt de in Westerbork bevrijde Albert Frankenhuis (1907) genoemd in het Maandblad tegen de Kwakzalverij. Hoe een kampoverlevende het tot berucht helderziende weet te schoppen.

Albert Frankenhuis, 1982. Fotocollectie Anefo, Nationaal Archief.

Albert Frankenhuis

Begin februari 1965 verscheen het tweede nummer van de tachtigste jaargang van het Maandblad tegen de Kwakzalverij. De vereniging achter het blad, opgericht op 1 januari 1881, was ontstaan om de strijd aan te gaan tegen ‘het grote kwaad van de kwakzalverij’. Het maandblad werd gebruikt om de resultaten te publiceren van door de vereniging uitgevoerd chemisch onderzoek naar ‘kwakzalversmiddelen’. Het blad werd niet alleen verspreid onder leden, maar tevens gratis aangeboden aan openbare bibliotheken, dokterswachtkamers en aan politieagenten.

In de tweede uitgave van het Maandblad in 1965 kon de geïnteresseerde artikelen lezen over artsen die samenwerkten met paragnosten, zogenaamde wonderpillen en Amerikaanse machines – ‘elektronische Hokus Pokus’ – die weinig tot geen genezing brachten. Op pagina drie stond een stuk over moutjenever van de firma Bols die in Nigeria als medicijn werd verkocht.

Op de tweede bladzijde van het Maandblad was daarnaast een artikel over de naar eigen zeggen ‘Twentse helderziende, magnetiseur, particulier detectieve en telepaath’ Majafra te lezen. De teneur van het artikel was behoorlijk negatief. Majafra werd omschreven als ‘brutaal’ en ‘agressief’, terwijl hij op opmerkingen van de kant van de vereniging vrijwel niet reageerde. ‘Maar antwoord op de vragen kwam er niet!’, zo stelde de samensteller van het stuk.

De excentrieke Majafra was in werkelijkheid de in kamp Westerbork bevrijde Albert Frankenhuis. Frankenhuis werd op 17 januari 1945 vanuit de gevangenis van Sneek naar het kamp overgebracht. Vermoedelijk was hij in de onderduik in Friesland verraden en opgepakt. In Westerbork verbleef Frankenhuis, die voor de oorlog al was gescheiden van een niet-Joodse vrouw met wie hij twee kinderen had gekregen, in barak 6, één van de grotere barakken die in 1939 ten tijde van het Centraal Vluchtelingenkamp waren gebouwd.

‘Misschien had ik er meer moeite voor gedaan, als ik tevoren had geweten wat me te wachten stond als beroepshelderziende.’

Op 12 mei 1945 werd Frankenhuis uit kamp Westerbork ontslagen. In de periode die volgde pakte hij naar alle waarschijnlijkheid zijn oude beroep weer op waaronder hij in Westerbork was ingeschreven, ‘Reisender’ (vertegenwoordiger). Rond 1960 openbaarde zich bij Frankenhuis zijn helderziendheid en besloot hij als Majafra door het land te trekken waarbij hij in openbare sessies en privé consulten – in 1960 vroeg hij hier f. 5,- per uur voor – zijn gave aan mensen ter beschikking stelde.

Tot zijn dood in 1987 was Frankenhuis een graag geciteerde gast in de regionale en landelijke media. De in Amsterdam woonachtige helderziende was altijd bereikbaar voor journalisten en documentairemakers en nooit te verlegen om een sappige voorspelling over bijvoorbeeld het Koningshuis te doen. Hij was in dat opzicht ‘voortreffelijk van de tongriem gesneden’, zoals de auteur van het artikel in het Maandblad voor de Kwakzalverij in 1960 al constateerde. Door de Stichting Skepsis werd Frankenhuis enkele jaren geleden tot de vijftig meeste notoire Nederlandse genezers van de twintigste eeuw gerekend.

In hoeverre de Tweede Wereldoorlog Albert Frankenhuis in zijn latere leven heeft beïnvloed is niet geheel duidelijk. Wel weten we dat het een breuklijn in zijn leven is geweest. Dat ‘hij na de oorlog het vertrouwde spoor van vroeger niet meer kon vinden’, aldus Frankenhuis zelf in een gesprek met een journalist van Het Parool in augustus 1962.

‘Misschien had ik er meer moeite voor gedaan, als ik tevoren had geweten wat me te wachten stond als beroepshelderziende.’