Alexander & Helena Roozendaal

Groep 8 van de Alexander Roozendaalschool uit Amsterdam maakte samen met verhalenverteller Eric Borrias een bijzonder portret van de naamgever van hun school, Alexander Roozendaal (1881) en zijn vrouw Helena (1887). Beiden werden in kamp Westerbork bevrijd.

Alexander Roozendaal.

Alexander & Helena Roozendaal

Alexander Roozendaal stond voor de Tweede Wereldoorlog in medische kringen bekend als één van betere keel, neus en oorartsen in Nederland. Alexander was een zoon van Leijsen Roozendaal en Louise Roozendaal-Frankfort en sinds 1920 KNO-arts in het Zaandamse Gemeenteziekenhuis.

Als Joodse arts werd Alexander Roozendaal in september 1940 verplicht te vertrekken uit Zaandam. Hij vond een nieuwe baan bij het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis en Oudenliedengesticht in Amsterdam. Tevens werd hij voorzitter van een commissie die advies aan de Amsterdamse Joodse Raad diende te geven. Deze laatste betrekking behoede Alexander en zijn vrouw Helena lang voor deportatie naar Westerbork. De Joodse Raad verklaarde in september 1942 dat Roozendaal ‘onmisbaar voor de medische verzorging van de Joodsche bevolking van Amsterdam’ was. Hij zou dit blijven tot september 1943 toen hij en Helena met het laatste transport uit Amsterdam naar Westerbork werden gebracht. Zijn reputatie en kunde bezorgden dr. Roozendaal vervolgens een baan bij het kampziekenhuis.

Gedurende zijn tijd in kamp Westerbork heeft Alexander Roozendaal meerdere malen geprobeerd om (bevriende) kampgevangenen door “medische sabotage” van transport te vrijwaarden. Jacques Tas, eveneens arts, kwam op een gegeven moment als gevolg van het illegaal posten van een brief in de strafbarak van het kamp terecht. Toen hij daar een vervelende kaakholteontsteking kreeg, werd hem toegestaan naar dr. Roozendaal te gaan.

‘Toen het gevaar voor straf transport voor mij accuut werd, heeft collega Roozendaal mij aangeboden, mij aan een of andere uitgebreide radicale operatie te onderwerpen, om op deze wijze de zaak te rekken; ook daar was van zijn kant eenige moed toe noodig, zoodat ik deze houding zeer heb gewaardeerd.’

Op 17 mei 1945 keerden Alexander en Helena Roozendaal terug naar Amsterdam. Tot zijn overlijden op 25 november 1948 was hij vicevoorzitter van het Nederlands Israëlitisch Armenbestuur en docent bij Joodse Artsencursussen. In november 1946 werd hij bestuurslid van het Joods Maatschappelijk Werk. Helena Roozendaal stierf bijna dertig jaar na haar man, op 14 april 1977.

De naar Alexander Roozendaal vernoemde school met vestigingen in Amsterdam en Purmerend, biedt onderwijs aan leerlingen met een taalontwikkelingsachterstand. De talenten van de leerlingen worden op de school herkend en ontwikkeld, zodat zij zelfstandig en optimaal kunnen deelnemen aan de maatschappij van nu en die van de toekomst.

De werkstukken die u bij dit portret aantreft zijn gemaakt door leerlingen van de school, groep 8, schooljaar 2014-2015.

Alexander Roozendaalschool, groep 8.

'Het koffertje' van Alexander Roozendaal.

De wachttoren van kamp Westerbork.

Alexander Roozendaal  mag naar huis!

Een tekening van Alexander Roozendaal.

Over Alexander's aankomst in het kamp.

Alexander ontleed door de kinderen.

De anti-Joodse maatregelen.

Alexander's onmisbaarheidverklaring.

Alexander's verblijf in Westerbork.

De bevrijding!

Bijna weer naar huis!

Alexander, de arts.

Dr. Roozendaal.

Een gedicht.