Barend Roet & Nettie Presser

Kleine Nettie Presser (1941) verloor vlak na de inval van de nazi’s haar beide ouders. Met hulp van Barend Roet (1916), zijn vriendin en twee onverschrokken Drentse onderduikgevers wist Nettie de oorlog door te komen.

Barend en Nettie met Rennie en pleegbroertje Max.

Barend Roet & Nettie Presser

Vanaf het voorjaar van 1942 werden in een werkkamp in de buurt van het Drentse Geesbrug ongeveer 200 jonge Joodse mannen te werk gesteld. In de nabijheid van het kamp, op de weg naar Hoogeveen, was ook de boerderij van Rense en Martje Schonewille gesitueerd. Elke dag stuurde het echtpaar Schonewille hun zeven kinderen eropuit om de mannen van het werkkamp wat extra voedsel te bezorgen. Op één van deze dagen ontmoette Rense de Amsterdamse Jood Barend Roet. Rense bood dwangarbeider Roet wat eten aan en verzekerde hem, dat wanneer de tijd zou komen, zij eventueel voor een onderduikplek konden zorgen.

Nadat begin oktober 1942 bleek dat het werkkamp gesloten zou worden en Joodse mannen zouden worden overgebracht naar Westerbork, besloot Barend Roet te ontsnappen. Zich het gesprek met Rense Schonewille herinnerend, vluchtte Barend in de richting van de boerderij van de familie en klopte daar in de holst van de nacht aan. Rense en Martje hielden zich aan de afspraak en boden Barend een veilig heenkomen.

Joodse werkkamp Geesbrug.

De weken verstreken en nadat de situatie rond het werkkamp enigszins was bedaard, vroeg Barend aan zijn onderduikgevers of het goed was als hij zijn verloofde Rennie Blitz liet overkomen. De Schonewille’s stemden in met wat, zo bleek later, een eerste aanzet tot een grote onderduikoperatie was. Gedurende de rest van de oorlog verbleven tientallen Joden voor korte of langere tijd op de boerderij van Rense en Martje. Onder hen het drie jaar oude meisje Nettie Presser dat haar beide ouders in het begin van de oorlog was kwijtgeraakt. Zij was onder de hoede van Rennie Blitz gekomen en was tegelijk met haar naar de boerderij van de familie Schonewille vertrokken.

De vechtpartij moest voortduren tot een van ons bleef liggen. Op het laatst viel ik op de grond. Door één van de aanwezige SS-soldaten werd ik met de bajonet weer naar boven geprikt.

In januari 1945 wisten de nazi’s Barend Roet en Nettie Presser afzonderlijk van elkaar op te pakken. Bij de arrestatie van Barend ging het er hard aan toe, zo beschrijven Ad van Liempt en Jan H. Kompagnie in hun boek “Jodenjacht.” Zij vonden een getuigenis waarin Barend verklaarde hoe hij door de beruchte SD’er Auke Pattist tegenover een aantal andere Joodse arrestanten was gezet en gedwongen was hen te mishandelen.
‘De vechtpartij moest voortduren tot een van ons bleef liggen. Op het laatst viel ik op de grond. Door één van de aanwezige SS-soldaten werd ik met de bajonet weer naar boven geprikt.’

Via de gevangenis van Assen werden Barend en Nettie op 16 januari naar kamp Westerbork overgebracht. Direct na aankomst werd Nettie in het ziekenhuis opgenomen. Haar afkomst was op dat moment – het was voor de registratie in Westerbork blijkbaar niet duidelijk dat Barend en Nettie bij elkaar hoorden – nog onduidelijk: op haar registratiekaart staat zij als ‘Unbekanntes Kind’ vermeld.

Nettie Presser.

Op 12 april 1945 maakte Nettie Presser, inmiddels weer gezond en wel, in kamp Westerbork de bevrijding mee. Op 21 mei vertrok zij met Barend naar de boerderij van de familie Schonewille. Barend en Rennie trouwden en emigreerden met de geadopteerde Nettie en haar pleegbroertje Max, eveneens een oorlogswees, naar Canada.

Tot de dood van Martje Schonewille in 1988 – Rense was al in 1982 overleden – is Nettie Presser altijd in contact met haar vroegere onderduikgevers gebleven.