Barend Schijveschuurder

Oud-docent Hans Piek stelde een portret samen van Barend Schijveschuurder (1912) die lange tijd in de onderduik uit handen van de nazi’s wist te blijven.

Barak 43, de woonbarak van Barend in kamp Westerbork.

Barend Schijveschuurder

Toen Barend Schijveschuurder op 15 november 1944 in Westerbork aankwam stond daar de transporttrein klaar. ‘Maar’, zo vertelde hij in een interview in 1998, ‘die reed niet meer.’
Oorzaak: de spoorwegstaking die sinds september het hele treinverkeer in Nederland lam legde en er eindelijk voor zorgde dat er geen transporten vanuit Westerbork mogelijk waren.
Barend was één van de 876 Joden die op 12 april 1945 de bevrijding van kamp Westerbork beleefde.
Hij was in november ’44 opgepakt tijdens een razzia in Epe, waar hij met zijn vrouw, Tilly, sinds september 1942 ondergedoken zat bij, zoals hij vertelde: ‘…een fantastische familie .’
Met die familie hadden Barend en Tilly in 1998 nog steeds contact.
Ze waren ondergedoken omdat, zoals Barend zei: ‘Ook als je blind was zag je het, he. Razzia’s, grote razzia’s begonnen al.’

Verklaring van Barend uit 1945.

Voor de oorlog was Barend ambtenaar bij de gemeente Amsterdam en woonde op de Niolaas Maesstraat.
Tilly en Barend kregen in januari 1941 een zoon, Alfred. Later kregen ze een dochter, Elisabeth Marianne.
In 1940 werd hij ontslagen vanwege zijn Joodse wortels.
Overigens hebben ze wel twaalf keer van onderduikadres moeten wisselen, voor de veiligheid.
Nadat Barend tijdens de razzia in november ’44 gepakt was kwam hij via het huis van bewaring in Zwolle in Westerbork. Tilly ontsprong de dans omdat ze op het moment van de razzia een wandelingetje maakte.
In Westerbork werd Barend ingedeeld bij de afdeling houtbewerking.
Hij woonde in een betrekkelijk kleine barak met ongeveer dertig personen. Hij herinnerde zich dat ze in die barak op een potkachteltje brood roosterden en aardappeltjes bakten.
Over de mensen die in Westerbork de dagelijkse leiding hadden, Joodse gevangenen, vaak Duitse Joden die al meer dan vier jaar in het kamp zaten, vertelde hij verschillende verhalen: zorgzame mensen en dienstkloppers, van alles wat. Ook noemde hij de regelmatig terugkerende ruzies tussen de Duitse- en Nederlandse Joden in het kamp.

Toen Barend Schijveschuurder op 15 november 1944 in Westerbork aankwam stond daar de transporttrein klaar.‘Maar’, zo vertelde hij in een interview in 1998, ‘die reed niet meer’.

Op 12 april werd kamp Westerbork bevrijd door de Canadezen; de dag ervoor was Duitse leiding verdwenen.
Dat betekende niet dat Barend meteen weg mocht.
Tot 5 mei was het nog niet veilig in Nederland en bovendien werden alle kampinwoners onderzocht op hun rol in het kamp. Verder moesten ze een medische keuring ondergaan, om verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan, en moesten ze aantonen een adres te hebben waar ze heen konden gaan.
Wel kon hij aan zijn vrouw brieven schrijven waarin hij schreef dat het goed met hem ging en dat hij hoopte haar spoedig weer te zien.

Een gedeelte van een brief, geschreven door Barend aan zijn vrouw vlak na de bevrijding.

Op 19 mei 1945 kon Barend met een vrachtwagen meerijden naar Epe, waar hij Tilly terugvond.
De moeder van Barend overleefde de oorlog niet: zij werd in 1943 in Auschwitz vermoord evenals zes van haar zeven broers en zussen. De ouders van Tilly overleefden, haar broer Eduard niet: hij werd in 1943 in Auschwitz vermoord.
De twee kinderen van Barend en Tilly trouwden en kregen ook weer kinderen.
Barend en Tilly overleden allebei in 2002 en werden begraven op de liberaal Joodse begraafplaats Gan Hasjalom in Hoofddorp.