Benny Bluhm

Havo 4 leerlingen Liselotte Diesveld en Nick Groote van Ubbo Emmius Scholengemeenschap schreven een portret over Bennie Bluhm (1917), een Joodse verzetsman uit Amsterdam.

Benny Bluhm.

Bennie Bluhm

Al in zijn jeugd in Amsterdam werkte Bennie Bluhm als slagersjongen en verkocht hij waren op de markt. Bennie beschikte over een bijzonder talent: hij had een mooie stem en mocht regelmatig in het destijds beroemde koor van Sam Englander meezingen. Bennie, die opgroeide in diepe armoede, wilde na zijn middelbare school een opleiding aan het conservatorium volgen. Al snel bleek dit voor zijn ouders veel te duur. Zijn Russisch-Joodse grootvader, één van zijn grootste fans, wenste daarom dat Bennie voorzanger zou worden. Bennie had een speciale relatie met zijn opa. Tot zijn dertiende woonde hij bij zijn grootouders en later zocht hij hem vaak op, op de markt waar hij zijn spullen stond te verkopen.

Op jonge leeftijd ging Bennie boksen bij Olympia. Aan het einde van de jaren dertig vocht hij met zijn vrienden, die veelal ook van de boksschool Olympia kwamen, met groepen jonge NSB-mannen. Na de Duitse inval vormde hij met dezelfde vrienden een speciale knokploeg.

Op jonge leeftijd ging Bennie boksen bij Olympia. Aan het einde van de jaren dertig vocht hij met zijn vrienden, die veelal ook van de boksschool Olympia kwamen, met groepen jonge NSB-mannen. Na de Duitse inval vormde hij met dezelfde vrienden een speciale knokploeg.

Op 11 februari 1941 raakten Bennie en zijn vrienden op het Waterlooplein in Amsterdam in gevecht met een groep WA-mannen. Hendrik Koot, één van de WA’ers, kwam hierbij om het leven. In de grootschalige razzia die op Koot’s dood volgde werden bijna al zijn vrienden opgepakt, weggevoerd en in de verschillende concentratiekampen vermoord. Bennie heeft geprobeerd zijn vrienden, en later zijn familie, te redden. Tevergeefs.

Als gemengd gehuwde Jood – hij was voor de oorlog getrouwd met een niet-Joodse vrouw en had een dochter gekregen – wist Bennie lange tijd uit handen van de nazi’s te blijven. In juli 1944 kwam hij alsnog in Westerbork terecht. In de negen maanden dat Bennie in kamp Westerbork verbleef moest hij onder andere boksen tegen een Nederlandse SD’er. Hij kreeg daarnaast toestemming om buiten het kamp arbeid te verrichten. Op 5 april 1945 werd Bennie vanwege zijn gemengde huwelijk uit kamp Westerbork ontslagen.

Kort na de Tweede Wereldoorlog scheidde Bennie van zijn vrouw en vertrok hij naar Palestina. Na korte tijd keerde hij echter terug naar Nederland. Bennie hertrouwde en was tot zijn pensionering werkzaam als kleermaker.

In de laatste jaren van zijn leven heeft Bennie Bluhm zich ingezet voor een monument voor het Joodse verzet. Voordat dit monument gerealiseerd kon worden, overleed Bennie, in december 1986. Hij werd begraven op de Liberaal Joodse Begraafplaats Gan Hasjalom. Het monument ter ere van de gevallen Joodse verzetsstrijders zou een kleine twee jaar later, op de hoek van de Amsterdamse Zwanenburgwal en de Amstel, op 16 oktober 1988, onthuld worden.