Bernard Borger

Auschwitz als Jeruzalem. Het lijkt een misplaatste omschrijving, waar echter een bizarre kern van waarheid in schuilt, zo blijkt uit het verleden van Bernard Borger (1900).

Markplaats van Oswiecim, 1940.

Bernard Borger

Auschwitz als Jeruzalem. Het lijkt een op het eerste gezicht misplaatste en macabere omschrijving van de plek waar meer dan een miljoen Joden door de nazi’s werden vermoord. Toch zit er een bizarre kern van waarheid in. Voor de Tweede Wereldoorlog leefden er in Oswiecim ongeveer 13.000 mensen. Niet minder dan 7.000 van hen waren van Joodse afkomst. Auschwitz, zoals Oswiecim tijdens de Habsburgse overheersing al werd genoemd, werd in de omringende plaatsen als een Joodse enclave beschouwd. Er waren maar liefst twaalf synagogen en een grote Joodse begraafplaats. ‘Jeruzalem Oswiecim’, zeiden de inwoners van de regio als er iemand naar het dorp kwam vragen.

Oswiecim was gelegen in een vruchtbare streek met uitgestrekte tarwevelden. Het bevond zich op de kruising van twee grote rivieren, en al in de twaalfde eeuw werd het gezien als een belangrijke handelsplaats.
De eerste Joden kwamen rond 1600 naar het dorp en na gelang de tijd vorderde groeide hun invloed gestaag. In de jaren dertig van de twintigste eeuw waren de meeste ondernemingen in handen van de Joodse gemeenschap. In Oswiecim zelf waren fabriekjes waar wodka en teerpapier werden gefabriceerd, en in Birkenau was een Joodse assemblagehal voor auto’s.

De meeste bedrijvigheid vond plaats rond de grote marktplaats van het dorp. Ook de kleermakerij van Bernard Borger was er gevestigd. Borger behoorde met zijn bedrijf weliswaar niet tot de elite van Oswiecim, maar in vergelijking met veel van zijn geloofsgenoten had hij het relatief goed.

De meeste bedrijvigheid vond plaats rond de grote marktplaats van het dorp. Ook de kleermakerij van Bernard Borger was er gevestigd. Borger behoorde met zijn bedrijf weliswaar niet tot de elite van Oswiecim, maar in vergelijking met veel van zijn geloofsgenoten had hij het relatief goed. Naast enorme rijkdom was er in het Polen van voor de oorlog ook sprake van bittere armoe.

Tussen de autochtone Poolse bevolking en de Joden van Oswiecim bestond een gespannen verhouding. Onder de christelijke Polen was er een grote jaloezie en afgunst ten opzichte van hun Joodse dorpsgenoten merkbaar. Enerzijds was dit te verklaren door het succes van Borger en zijn voorgangers, anderzijds kwam het voort uit een dieperliggende vorm van antisemitisme die al sinds eeuwen in de Poolse samenleving verankerd lag.

De dreigende inval van de nazi’s en de gespannen verhoudingen in Polen, leidden aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog tot een kleine exodus van Joodse middenstanders. Zij die het konden veroorloven en niets te verliezen hadden, vertrokken.

Bernard Borger verliet zijn geboorteland in 1938. Na een reis vol tegenwerkingen overschreed hij na ruim twee weken de Nederlands-Duitse grens. Er volgt een verblijf van een jaar in een opvangkamp in Amsterdam, waarna hij in maart 1940 naar het pas geopende Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork werd overgebracht.
Hier kreeg hij een huisje in barak 40, één van de betere barakken van het kamp, toegewezen.

Zijn voormalige Joodse dorpsgenoten hadden het inmiddels slechter getroffen. In maart 1941 werden alle Joden uit Oswiecim opgepakt en weggevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen.
Bij de bevrijding in 1945 bleken er van de 7.000 vooroorlogse Joodse inwoners van het dorp nog slechts een kleine honderd in leven. Slechts één besloot terug te keren: Szymon Kluger. Zijn dood in 2000 was een laatste herinnering aan een rijk Joods leven van het dorp Oswiecim.

Bernard Borger keerde niet terug naar zijn geboorteplaats maar overleefde wel. Vanwege zijn status als Alte Lagerinsasse en zijn onmisbare functie als kleermaker, bleef hij in Westerbork meer dan vijf jaar van transport naar het Oosten gevrijwaard. Na de bevrijding vond hij onderdak in Amsterdam waar hij trouwde met een Nederlandse vrouw en zijn oude beroep weer oppakte.

In 1959 verkreeg Bernard Borger de Nederlandse nationaliteit.