Chaim Blumenzweig

Onwaarschijnlijk maar waar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in kamp Westerbork door gevangenen een voetbalcompetitie opgezet. Chaim Blumenzweig (1905) was één van de mensen die meespeelde in deze kampcompetitie. Dit portret is samengesteld met de hulp van Myriam Daru.

Het voetbalelftal van kamp Westerbork. Staand uiterst rechts is Chaim Blumenzweig

Chaim Blumenzweig

Begin 1943 werden enkele leden van de technische dienst van kamp Westerbork naar Amsterdam gezonden om in een niet meer in gebruik zijnde fabriek van Joodse eigenaren machines te demonteren. Onderweg ontstond het plan om een voetbalcompetitie in kamp Westerbork op te zetten. In het vluchtelingenkamp was er regelmatig gevoetbald – onder andere een wedstrijd tussen een Duits en een Oostenrijks elftal – maar door de overgang naar een doorgangskamp was er niets meer van terecht gekomen.

Na terugkomst in Westerbork werd het plan met toestemming van kampcommandant Gemmeker in werking gezet. Ballen werden besteld en achtergebleven ‘kistjes’ van het Nederlandse leger omgevormd tot voetbalschoenen. Een inkoper die voor de textielindustrie onderweg was, kreeg de opdracht gekleurde stof mee te brengen waar shirts van gemaakt konden worden. Nadat op het middenterrein – doordeweeks was dit de appelplaats – twee uitneembare doelpalen waren geplaatst, konden de wedstrijden beginnen.

Om aan spelers te komen, werd besloten een oproep bij de verschillende Dienstbereiche (werkafdelingen) te plaatsen. Wie wilde voetballen kon dit aangeven, waarna door de organisatoren werd bekeken wie daadwerkelijk aan het spel mocht deelnemen en wie niet.

Chaim Blumenzweig was één van de aspiranten die zich aanmeldde. Blumenzweig was op 24 oktober 1905 in Polen geboren als zoon van Szysi Blumenzweig en Cahni Perli Montag. Op 8 maart 1932 trouwde hij in Wenen met Ida Drucker. Uit dit huwelijk werd in september 1935 hun zoon Paul geboren.

In 1939 vluchtte Chaim zonder zijn vrouw en zoon naar Nederland, waar hij in Amsterdam woonde, alvorens in november 1940 naar Westerbork te komen. Hier vond hij werk als horlogemaker en speelde hij onder andere mee in één van de revues die tijdens de oorlog in het kamp werden opgezet.

Na enkele weken van voorbereiding ging de voetbalcompetitie in Westerbork van start. Iedere zondag werden er twee wedstrijden gespeeld door teams ingedeeld naar werkafdeling. Zo was er een matrassenelftal, een kleermakersteam en een ploeg met oude ambachtslieden als Chaim Blumenzweig.

Na enkele weken van voorbereiding ging de voetbalcompetitie in Westerbork van start. Iedere zondag werden er twee wedstrijden gespeeld door teams ingedeeld naar werkafdeling. Zo was er een matrassenelftal, een kleermakersteam en een ploeg met oude ambachtslieden als Chaim Blumenzweig. Ieder elftal had zijn eigen vaste spelers en bijbehorend tenue. De opstelling werd bepaald door de aanvoerders.

Het spelpeil in het kamp was redelijk, maar zeer wisselend. Vanaf het najaar van 1943 werden steeds meer mensen naar de vernietigingskampen weggevoerd waardoor de keuze in spelers kleiner werd. Slechts Blumenzweig, de meeste andere Alte Lagerinsassen en wat gelukkigen met goede connecties bleven achter. Om de competitie op gang te houden werd de opzet gewijzigd: elke zondag werden er ad hoc combinaties gemaakt van de aanwezige spelers, de vaste Dienstbereiche-teams verdwenen.

Tot ver in 1944 speelde Chaim Blumenzweig nog mee in de voetbalcompetitie. Van één van de laatste wedstrijden maakte de Joodse kampfotograaf Rudolf Breslauer filmbeelden die bewaard zijn gebleven. Op die beelden is een grote haag met toeschouwers te zien die op de appelplaats kijken naar een groep zich amuserende voetballers. Dat Blumenzweig heeft meegespeeld staat vrijwel vast.

In de zomer van 1944 kwam er een einde aan de kampcompetitie in Westerbork. Met het transport van 4 september 1944 naar Theresienstadt vertrokken de meeste kampbewoners naar het Oosten.

Chaim & Gedula in de Verenigde Staten.

Op 12 april 1945 werd Chaim Blumenzweig in kamp Westerbork bevrijd. Naast zijn werk als horlogemaker, was hij gedurende enige tijd ook in het kampziekenhuis tewerkgesteld. Kort na de bevrijding kreeg Chaim het bericht dat zijn in Wenen achtergebleven vrouw en zoontje de oorlog niet overleefd hadden: zij waren op 14 juni 1942 naar Sobibor gedeporteerd en daar bij aankomst direct om het leven gebracht.

Na de oorlog trouwde Chaim in Amsterdam met Gedula Telza Grunwald, een weduwe met twee zoons. Gezamenlijk vertrokken ze in september 1947 naar de Verenigde Staten, waar Chaim Blumenzweig de naam John Henry Blum aannam.