De familie Bohemen

Oud-geschiedenisdocent Hans Piek schreef een bijzonder portret over Hartog en Hendrikje Bohemen en hun kinderen Nico en Betsy. Op 22 maart 1945 kwamen ze, drie weken voor de bevrijding, alsnog vanuit de onderduik in kamp Westerbork terecht.

De familie Bohemen na de oorlog.

De familie Bohemen

Twee aan twee, vader en zoon samen, en moeder en dochter ook samen, zaten ze ondergedoken in Apeldoorn. Alle vier werden ze verraden en naar Westerbork gebracht. En alle vier maakten ze daar de bevrijding van het kamp op 12 april 1945 mee. Een heel gezin overleefde, iets wat niet zo vaak voorkwam. Als je naar de familie van Hendrikje Bohemen kijkt kun je zien dat het ook anders kon zijn: haar ouders, Samuel Berkelo en Betje Berkelo-Gans, al haar acht broers en haar zus werden vermoord. Van de gezinnen van die broers werd ook een groot deel omgebracht; een kleine minderheid overleefde.

Hendrikje werd geboren in Delfzijl waar haar vader Samuel paraplumaker was. Betje Gans was zijn tweede vrouw, nadat zijn eerste vrouw, Esther Pels, in 1900 overleed. Het gezin verhuisde in 1905 naar de stad Groningen. Een jaar voor Hendrikje in Delfzijl ter wereld kwam werd in Groningen Hartog Bohemen geboren. Hij was het tweede kind van Nathan Bohemen en Betje Cohen. Hij had een oudere broer Karel. Er kwam nog een derde kind, Leo. Het gezin woonde op meerdere adressen, steeds in de buurt van Zuiderdiep en Folkingestraat, waar ook de synagoge stond. Hartog was een sportieve vent: hij was lid van atletiekvereniging Attila en de Joodse voetbalverenigingen Raven en Hakaoh. Met de Raven speelde hij in het stadspark in Groningen, 2e klas B. De club promoveerde in 1926. De clubs deden ook mee aan toernooien in Amsterdam en Den Haag.

Hartog verdiende zijn geld als handelsreiziger, waarschijnlijk zat hij toen al in de textiel, waar hij met name na de oorlog carrière in zou maken. In die tijd moet hij ook Hendrikje ontmoet hebben, ze trouwden in 1926 en gingen wonen aan het Zuiderdiep en verhuisden later naar de Mauritsstraat, in de Oosterpoortwijk. Ze kregen twee kinderen: zoon Nico in 1928 en dochter Betsy in 1931.

Hartog, Hendrikje en Nico na de oorlog.

De kinderen woonden niet lang in Groningen want in 1933 verhuisde het gezin naar Arnhem, waar ze eerst aan de Oranjestraat en later aan de Amsterdamseweg woonden. Ze staan in de adressengidsen tot 1942 op dat laatste adres en waarschijnlijk zijn ze in 1942 of 1943 ondergedoken in Apeldoorn. Vader Hartog en zoon Nico kwamen bij de familie Martha en Gerrit Glimmerveen, Sprengerweg 76, terecht. Deze familie zou uiteindelijk vijf personen een schuiladres geven: behalve Hartog en Nico waren daar vader en zoon de Leeuw en Tom Gomperts. Waar Hendrikje en Betsy ondergedoken zaten weten we niet.

Wat we wel weten is dat door verraad in het begin van 1945 zowel Hendrikje en Betsy als Hartog en Nico opgepakt zijn en via de Koning Willem III kazerne in Westerbork belandden waar ze op 22 maart 1945 aankwamen. Drie weken later werden ze bevrijd door de Canadezen.

Op 11 mei 1945 mocht de familie kamp Westerbork verlaten. Dat ze nog twee maanden in Westerbork zaten kwam eerst door de onmogelijkheid om door Nederland te reizen en daarna door het onderzoek naar betrouwbaarheid tijdens de Duitse bezetting. Alle bewoners van kamp Westerbork die bij de bevrijding nog in het kamp woonden werden ondervraagd; van Hendrikje is er nog een verklaring waarin ze ‘politiek betrouwbaar’ wordt verklaard.

Het gezin keerde terug naar Groningen, waar het voorlopig onderdak vond, eerst aan de Korreweg, daarna, in juli, aan de Prinsesseweg. Later woonde het gezin aan de Gorechtkade. Ze hadden niets meer: ‘Inboedel door S.D. wegens Jodenvervolging in beslag genomen’, staat in een verklaring die op 30 april 1945 door het gemeentebestuur van Groningen werd afgegeven. Daarin staat ook dat ze bonnen krijgen voor kleding en dat ze, indien ze financieel niet in staat zijn tot het doen van aankopen, ‘goederen in natura’ zullen ontvangen. Na de oorlog is Hartog waarschijnlijk vrij snel aan het werk gekomen bij Levie, een confectiebedrijf, één van de grotere in Noord-Nederland. De eigenaren waren Joods en hadden ook de oorlog overleefd, twee van hen weken uit naar Palestina en de Verenigde Staten.

Vader was klein van postuur, vertellen de kinderen van Nico in 2017, maar hij was duidelijk aanwezig. Hij was analytisch, had zakelijk inzicht en kon goed met mensen overweg.

63 werknemers van Levie werden in de oorlog vermoord. Onder hen ook Leo Bohemen, de jongste broer van Hartog. Leo werkte al voor de oorlog als handelsreiziger bij Levie. Hij was met een niet-Joodse vrouw getrouwd en hoefde wat minder bang te zijn om opgepakt te worden. Die vrijheid gebruikte hij om Joden in Groningen te helpen met de onderduik. Leo is bij een vergeldingsactie van de Duitsers op 31 december 1943 voor zijn huis doodgeschoten.

Hartog heeft snel carrière gemaakt bij Levie: in 1952 werd hij adjunct-directeur en in 1959 werd hij directeur. Zijn aanstellingscontracten bevinden zich in het Groninger Archief.

Zoon Nico ging na de oorlog naar de Rijks HBS. Daar leerde hij zijn toekomstige vrouw, Ina d’ Ancona, kennen. Zij was een paar jaar jonger en zat dus een paar klassen lager. Het heeft nog wel tot 1959 geduurd voor ze trouwden: Nico ging naar de textielschool in Enschede en Ina ging naar de hotelschool. Daarna werkte ze in het buitenland, onder andere in Zwitserland en Engeland. Ze kwam terug naar Nederland toen, zoals ze in een gesprek zei, ‘mijn aanstaande man het wel genoeg vond en zei dat hij wilde trouwen’. Na hun huwelijk woonden ze eerst in bij de ouders van Ina, aan het Damsterdiep in Groningen, waar zij moesten gaan wonen omdat hun huis aan de Oosterstraat door de Duitsers gevorderd was. Het pand is bij de bevrijding van Groningen verwoest.

De jaren zeventig.

Ina en Nico kregen drie kinderen: twee dochters en een zoon. Nico was inmiddels ook bij Levie aan het werk: hij had er onder andere een soort laboratorium waar hij experimenten uitvoerde ten behoeve van het bedrijf. Net als zijn vader maakte ook hij carrière bij Levie: in 1968 werd hij daar adjunct-directeur. In datzelfde jaar overleed Hartog, 66 jaar oud. ‘Vader was klein van postuur’, vertellen de kinderen van Nico in 2017, ‘maar hij was duidelijk aanwezig. Hij was analytisch, had zakelijk inzicht en kon goed met mensen overweg.’

Nico wordt ook omschreven als een levensgenieter: hij zeilde op het Paterswoldse meer, bijna elk weekeinde in de zomer, maakte reizen naar Italië waar hij met zijn vrouw Ina het land bezocht van Genua tot Sicilië. Ofschoon hij niet als religieus-Joods gekend werd voelde hij wel een band met het Jodendom en ook met Israël. Het gezin van Nico en Ina ging aan de Zaagmuldersweg wonen, niet ver van de Gorechtkade. Later verhuisden ze naar Haren.

Betsy, de jongere zus van Nico, trouwde enkele jaren eerder dan haar broer. Haar man Jaap, aanvankelijk slager in de stad Groningen en veteraan van de Koreaanse Oorlog, volgde een bakkersopleiding en ging wonen aan de Gorechtkade, niet ver van de plek waar de ouders van Betsy woonden. Ook Betsy en Jaap kregen drie kinderen: een zoon en daarna twee dochters. Het gezin verhuisde in 1960 naar Terschelling, waar ze meerdere horeca gelegenheden hadden. In 1968 vertrokken Betsy, Jaap en hun kinderen naar de Verenigde Staten, waar ze aan de oostkust gingen wonen. Betsy kwam geregeld, zeker één keer per jaar, in Nederland bij haar familie op bezoek.

De zeiler Nico Bohemen.

Vanaf de zestiger jaren ging in Nederland de textielindustrie hard achteruit: de lonen stegen sterk en producten uit andere landen van de EEG zoals Italië waren zo goedkoop dat er nauwelijks tegen te concurreren viel. Er werd op allerlei manieren geprobeerd het bedrijf Levie te behouden. Nico had contacten tot in Zuid-Korea, waar hij ook heen reisde. Het hielp allemaal niet en Nico stond het werk ook steeds meer tegen. In 1979 nam hij ontslag en ging in Twente aan de slag: aanvankelijk als bedrijfsconsulent voor het gewest Twente, later als bedrijvenadviseur in Hengelo. Het gezin verhuisde naar Hengelo, de oudste dochter bleef in Groningen waar ze na de middelbare school aan een studie was begonnen. Zij herinnert zich uit die tijd dat ze elke week op vrijdag bij haar oma, Hendrikje, op bezoek ging. Hendrikje zat ook geregeld bij “Bommen Berend”, een bekende horeca gelegenheid in het centrum van Groningen. ‘Als ik erlangs fietste keek ik altijd of oma er soms zat’, vertelt ze. De kinderen van Nico en Ina omschrijven hun grootmoeder als ‘een zachte, lieve vrouw, waar alles kon. Iemand die veel accepteerde en gemoedelijk was.’ Hendrikje overleed in Groningen in 1989, 86 jaar oud.

Na de pensionering van Nico bleven hij en Ina in Hengelo wonen. Hij was toen al commissaris bij Zwartenberg, een familiebedrijf. Hij bleef dat tot 2000. Verder werd er veel gefietst, gereisd en er was een motorboot in Friesland. Nico overleed in Hengelo, in 2006.
Zijn vrouw Ina keerde na het overlijden van haar man terug naar het noorden: ze ging in Haren wonen. Daar woont ze in 2017 nog steeds.

Het huwelijk van Betsy en Jaap hield geen stand: Jaap vertrok naar Israël en Betsy ging uiteindelijk in San Diego aan de westkust wonen, niet ver van haar oudste dochter. Betsy overleed in San Diego in 2013. Nico en Ina kregen drie kleinkinderen, Betsy en Jaap kregen er vier.