De familie Gudema

Havo 4 leerlingen Ardi Berisha en Mina Gargis van het Ubbo Emmius uit Stadskanaal maakten een portret over de familie Gudema uit Oost-Groningen. Zij stellen de leden van de familie in het portret kort voor.

Bram en Aron in hun jeugd met hun ouders.

De familie Gudema

Bram Gudema
Bram werd geboren op 23 maart, 1913 in Wedde. Hij trouwde op ‎18 juli 1942 in Groningen met Mimi Cohen. Op 18 augustus 1942 werd Bram naar kamp Westerbork gebracht, waar hij verbleef in de barakken 22 en 12. Voor hij naar Westerbork kwam woonde Bram in Winschoten. Hij was grossier in snoepwaren (citroenballetjes). Door zijn werk bij de Ordedienst – via bevriende marechaussees kon hij een baantje bij de OD verkrijgen – wist Bram tot de bevrijding van het kamp van transport gevrijwaard te blijven.

Bram werd op 11 mei 1945 uit kamp Westerbork ontslagen. Na de oorlog pakte hij met grote succes zijn snoepwinkel weer op. Bram kocht begin jaren vijftig een voor die tijd enorm luxe auto, een Citroën ID, ook wel een ‘snoek’ genoemd. Hij was één van de eerste mensen in Oost-Groningen met een dergelijke auto en werd daarom in Winschoten een markante verschijning.

Mimi Gudema-Cohen
Mimi werd geboren op 6 december 1916 in Groningen. Ze trouwde in juli 1942, vlak voor de start van de deportaties uit Winschoten met Bram. Van beroep was Mimi kantoormedewerker. Ze kwam in navolging van haar man op 5 oktober 1942 uit Groningen in Westerbork aan. Ze verbleef in de barakken 40, 6, 37 en 12. Mimi was de dochter van veehandelaar Hartog Cohen (1889) en Beilina Hart‏ (1885). Ze had verder nog twee broers en twee zussen.

Ver na de oorlog werd Hanna eens gevraagd waarom zij en haar familie ‘voor de nazi’s in kamp Westerbork werk hadden verricht’. Hanna antwoorde: ‘ik was jong en wilde leven, anders ging je door en als ik het niet deed, deed een ander het wel.’

Na de oorlog werkte Mimi bij haar man in de zaak. Ze hield enorm veel van kinderen, maar het lukte haar en Bram tot haar grote verdriet helaas niet om zelf een gezin te stichten. Nadat Bram in 1969 overleed, ging Mimi nog enkele jaren door met de zaak. In 1972 stopte ze. Mimi hertrouwde in 1983 met Maurits van Coeverden‏‎, die eveneens in kamp Westerbork werd bevrijd en verhuisde naar Emmen.

Bram Gudema in kamp Westerbork.

Aron Levie Gudema
Aron werd geboren op 23 oktober 1910 in Wedde. Aron was de broer van Abraham Gudema. Zijn laatste woonadres voordat hij naar Westerbork kwam, was de Engelstilstraat 4 in Winschoten. Hier had de vader van Bram en Aron een slagerij voor zijn zonen gekocht. Aan de vooravond van de oorlog was alleen Aron hier nog werkzaam.
Op dezelfde dag als zijn broer Bram werd Aron met 66 andere mannen naar Westerbork weggevoerd, waar hij in de barakken 22, 12 en 19 leefde. Vlak voor zijn deportatie was Aron met Hanna Meijer getrouwd, waardoor hij als getrouwde man in eerste instantie van transport was vrijgesteld. Aron hielp in het begin in Westerbork mee bij de opbouw van het kamp. Hij sjouwde stromatrassen en werd ingezet bij de bouw van de nieuwe barakken. Later werd Aron bij de Ordedienst tewerkgesteld. Aron Gudema mocht op 14 mei 1945 uit kamp Westerbork vertrekken.

In de jaren zestig logeerden Aron en zijn vrouw Hanna op doorreis een nachtje in een hotel in Düsseldorf. Ze maakten ’s avonds een ommetje en zagen op een laan tussen bomenrijen ineens hun oude kampcommandant Albert Konrad Gemmeker hun kant oplopen. Hij droeg, zo zagen ze tot hun verbazing, nog altijd de lange leren jas die hij in Westerbork dagelijks aan had. De oud-commandant kreeg ineens de twee in het vizier. Zij waren lang in het kamp gevangen, waardoor hij hen natuurlijk herkende. Prompt hield hij zijn pas in en sloeg vrijwel direct een zijstraat in. De Gudema’s keken elkaar verbijsterd aan. Ze konden hun ogen niet geloven.

Hanna Gudema-Meijer
Hanna werd geboren op ‎26 juni 1918 in Vlagtwedde in een veehandelaarsfamilie. Ze was de echtgenote van Aron Gudema. Voor de oorlog werkte Hanna op het gemeentehuis van Vlagtwedde waar ze dorpsgenoten bij het loket te woord stond. Ze werd op 3 oktober 1942 naar kamp Westerbork gebracht. Hanna woonde in de barakken 40, 19 en 49 en werkte als oud-ambtenaar bij de kampdistributie. Omdat zij twee ‘arische’ grootouders bezat, werd Hanna door de nazi’s als halfjoods aangemerkt. Het was één van de redenen waarom Aron en Hanna tot de bevrijding in kamp Westerbork konden achterblijven.

Aron (l) na de oorlog.

Na de oorlog was Hanna bij haar man in de winkel werkzaam. Hanna was een charmante verschijning die er mede voor zorgde dat de slagerij van Aron tot een groot succes werd. Het werken achter de toonbank, zo vertelde ze zelf, hielp haar om haar oorlogsverleden te vergeten. De in Winschoten geboren voetballer, schrijver en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder, omschreef Hanna in 1989 als een ‘mooie en onbereikbare’ vrouw.

Ver na de oorlog werd Hanna eens gevraagd waarom zij en haar familie ‘voor de nazi’s in kamp Westerbork werk hadden verricht’. Hanna antwoorde: ‘Ik was jong en wilde leven, anders ging je door en als ik het niet deed, deed een ander het wel.’