De familie Haagman

In de inmiddels op het kampterrein teruggeplaatste barak 56 was in de oorlogsjaren een tijdlang een batterijensloperij gevestigd. Het initiatief tot deze batterijensloperij kwam van een Joodse gevangene: de uit Rotterdam afkomstige Lion Haagman (1897).

Lion Haagman (tweede van links) werkend aan de spoorlijn nabij kamp Westerbork, 1942.

De familie Haagman

Barak 56 behoort vandaag de dag tot de bekendere gebouwen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in kamp Westerbork hebben gestaan. In het voorjaar van 1942 werd barak 56 als één van 24 nieuwe grote woonbarakken in opdracht van de nazi’s in het kamp gebouwd. In het eerste jaar van zijn bestaan fungeerde het gebouw volgens het oorspronkelijke plan: duizenden mensen verbleven voor korte of langere tijd in de centraal gelegen barak, voordat zij met de trein naar het Oosten werden weggevoerd. Later werd barak 56 gebruikt binnen de industrieafdeling. Na de Tweede Wereldoorlog woonden er in het gebouw gevangengenomen NSB’ers en vanaf 1951 Molukkers.

Vermoedelijk werd Barak 56 in 1965 verkocht aan een boer uit Zelhem, waar het dienst ging doen als kippenschuur. In 2010 ontdekte het Herinneringscentrum Kamp Westerbork de barak, en besloot het de kippenschuur over te nemen en terug te plaatsen op het voormalige terrein van kamp Westerbork. In het voorjaar van 2014 werd het eerste deel van de barak teruggeplaatst, in 2015 volgde het tweede deel.

Wellicht de bekendste functie die barak 56 tijdens de oorlog heeft gehad is die van batterijensloperij. In barak 56 en de naastgelegen barak 57, waren gedurende enkele maanden in 1944 duizenden gevangenen dagelijks bezig met het slopen van batterijen. Het waardevolle materiaal werd bewaard, de rest werd in de buurt van het kamp weggegooid. Van het werk in de batterijensloperij werd je uitermate smerig en het werd daarom in het kamp beschouwd als één van minst aantrekkelijk baantjes. Het werk werd voornamelijk ingevuld door strafgevallen. Onder andere Anne Frank werkte er in augustus 1944 enkele weken, voordat zij met de trein naar het Oosten werd gedeporteerd.

Het initiatief tot het starten van een batterijensloperij in kamp Westerbork kwam van een gevangene, Lion Haagman. Hij werd op 30 juli 1942 met zijn vrouw Bep Fierlier (1903) en dochter Clara Haagman (1925) vanuit de Rotterdamse verzamelplek Loods 24 naar Westerbork overgebracht. Kort na aankomst werd Lion in de smederij aan het werk gezet en Bep in de centrale keuken. Later hielp Lion mee bij het aanleggen van de spoorlijn vanaf station Hooghalen naar het kamp. Hij had daar één van de beste baantjes, zo sprak een ooggetuige later. Lion was met een andere kampgevangene verantwoordelijk voor het uitzetten van het tracé.

Op bevel van mijn vader werden door de kampbewoners de spijkers uit de batterijensloperij gehaald zodat de NSB’ers die er daarna in kwamen te liggen hun spullen wel op de grond moesten leggen.

Voor de Tweede Wereldoorlog was Lion Haagman eigenaar van een batterijenfabriek in Rotterdam. Toen kampcommandant Gemmeker in de zomer van 1943 met het idee speelde om het doorgangskamp Westerbork deels tot een Arbeidslager om te vormen, schreef Lion een brief aan een oud-leverancier. Hij stelde hem voor een afspraak met de commandant te maken, waarbij de leverancier aan Gemmeker het voorstel moest doen om een batterijensloperij in het kamp op te zetten. Het lukte en Gemmeker bleek zeer geïnteresseerd in het verhaal.

Begin 1944 werd er gestart met het werk in de batterijensloperij. Lion werd tot hoofd van de afdeling benoemd – een deel van de afspraak die de leverancier met Gemmeker had gemaakt. Dochter Clara en vrouw Bep werden eveneens in de batterijensloperij aan het werk gezet. Zij moesten voor het slopen bepalen welke batterijen van een dergelijke kwaliteit waren dat deze nog gerepareerd konden worden.

Door hun werk bij de batterijensloperij, konden Clara, Bep en Lion tot het einde van de oorlog in kamp Westerbork blijven. Vlak na de bevrijding werden de eerste van de ruim 8.000 van samenwerking met de nazi’s verdachte mensen naar het kamp gebracht. Zij werden onder andere ondergebracht in de voormalige batterijensloperij, barak 56. ‘Op bevel van mijn vader werden door de kampbewoners de spijkers uit de batterijensloperij gehaald zodat de NSB’ers die er daarna in kwamen te liggen hun spullen wel op de grond moesten leggen’, aldus Clara in een interview voor de USC Shoah Foundation.

Op 18 juni 1945 mochten Lion, Bep en Clara Haagman kamp Westerbork definitief verlaten.