De familie Spanier

Fritz Spanier (1902) was al tijdens de oorlog één van de meest veelbesproken gevangenen in kamp Westerbork. Als hoofdarts van het ziekenhuis had Spanier een goede relatie met commandant Albert Konrad Gemmeker. Een relatie die uiteindelijk tot ver na de oorlog intact zou blijven.

Fritz Spanier, 1944.

De familie Spanier

Toen de Joodse Herman Schliesser in de jaren vijftig voor een afspraak in de Duitse stad Düsseldorf moest zijn, besloot hij een bezoek te brengen aan een oude kennis, Fritz Spanier, die net als Schliesser gedurende de Tweede Wereldoorlog in kamp Westerbork gevangen had gezeten. Hij werd hartelijk ontvangen en er ontstond een joviaal gesprek tussen Schliesser – die in Westerbork op de administratie had gewerkt – en Spanier – die vrijwel de hele oorlog hoofd van het ziekenhuis in het kamp was geweest. Een opmerking die Spanier maakte deed de stemming omslaan. De dokter stelde voor om, aangezien het zo gezellig was geworden, hun oude kampcommandant Albert Konrad Gemmeker, die ook in Düsseldorf woonde, op te bellen en uit te nodigen. Dan zouden ze met z’n drieën, zo zei Spanier met een serieus gezicht, herinneringen aan de jaren in Westerbork kunnen ophalen.

Fritz Spanier was ten tijde van dit gesprek al enige jaren naar het Rührgebied teruggekeerd. Hij werd op 15 mei 1902 in het zeventig kilometer van Düsseldorf gelegen Recklinghausen geboren. In de jaren twintig ontmoette Fritz Babette Spanier-Seidemann (1905) met wie hij korte tijd later trouwde. Op 20 januari 1932 werden in Berlijn hun twee dochters Renate en Ines geboren.

De dokter stelde voor om, aangezien het zo gezellig was geworden, hun oude kampcommandant Albert Konrad Gemmeker, die ook in Düsseldorf woonde, op te bellen en uit te nodigen. Dan zouden ze met z’n drieën, zo zei Spanier met een serieus gezicht, herinneringen aan de jaren in Westerbork kunnen ophalen.

Het aanhoudende antisemitisme onder de nazi’s deed Fritz en Babette Spanier na de Kristallnacht in november 1938 besluiten uit Duitsland te vertrekken. Op 13 mei 1939 stapte het stel met hun tweelingdochters in de haven van Hamburg aan boord van de St. Louis dat de 900 voornamelijk Joodse opvarenden naar een veilig heenkomen in Cuba moest brengen. Na ruim een maand te hebben gevaren was het schip terug in Europa met aan het boord nog altijd zijn Joodse passagiers. De autoriteiten op Cuba en – hierna – in de Verenigde Staten hadden geweigerd de vluchtelingen binnen te laten en het schip was onverrichter zake teruggekeerd. Op 17 juni 1939 gingen Fritz, Babette, Renate en Ines in de haven van Antwerpen van boord. Enkele dagen later bevonden ze zich in Nederland.

Fritz met zijn dochters op de St. Louis, 1939.

Na ongeveer een half jaar in een vluchtelingenkamp aan de Zeeburgerdijk in Amsterdam te hebben gezeten, kwam het gezin Spanier in februari 1940 in kamp Westerbork aan. Op 10 april 1940 werd Fritz Spanier hier aangesteld als hoofd van het ziekenhuis, destijds nog gevestigd in een klein gebouwtje vlak buiten het Centraal Vluchtelingenkamp. Tijdens de oorlogsjaren zou het ziekenhuis in kamp Westerbork onder leiding van Fritz – en met toestemming van de nazi’s – uitgroeien tot één van de beste van Nederland. Op het hoogtepunt verbleven er meer dan 1.500 patiënten, en werkten er enkele honderden verplegers en verpleegsters, en ongeveer honderd Joodse artsen. Dankzij de bijzondere macht en invloed die Spanier vanuit zijn functie als hoofdverantwoordelijke kon uitoefenen, wisten hij en zijn gezin tot aan de bevrijding van transport naar het Oosten gevrijwaard te blijven.

Vlak na de oorlog vertrok Fritz Spanier met zijn vrouw en kinderen naar het bevrijde concentratiekamp Bergen-Belsen waar hij gevraagd was als hoofdarts van het Britse Glyn Hughes Ziekenhuis, dat vol lag met zieke kampgevangenen. Na korte tijd in Israël en Amsterdam te hebben gewoond, vertrok Fritz in 1949 naar Düsseldorf waar hij een huisartsenpraktijk opzette – Gemmeker schijnt één van zijn patiënten te zijn geweest – en bestuurslid van de heropgerichte Joodse gemeente werd. In 1950 scheidden Babette en Fritz. Zij emigreerde met de kinderen naar de Verenigde Staten, hij hertrouwde een jaar later met Anna Schapiro.

Al kort na de Tweede Wereldoorlog ontstond er in Nederland een discussie of Fritz Spanier genoeg had gedaan om zijn medegevangenen in kamp Westerbork te helpen. Medestanders van Spanier wezen op zijn welbewust verkeerd gestelde diagnoses waardoor mensen langer in Westerbork konden blijven. Tegenstanders daarentegen stelden dat Spanier zijn goede relatie met Gemmeker te weinig had uitgebuit. Spanier zelf verklaarde in 1948 dat hij alles in het werk had gesteld om de mensen in Westerbork te helpen.

‘Het is verscheidene keren voorgekomen dat ik bij Gemmeker geprobeerd heb om een ziek persoon, die al of niet in het ziekenhuis opgenomen was, van transport vrij te krijgen.’

Fritz Spanier overleed in 1967, op 65-jarige leeftijd, in Düsseldorf.