De familie van Son

Rosa Geertsma-Lackroy en Manon Hempen van het Ubbo Emmius uit Stadskanaal maakten een stamboom van de familie van Son die uit de onderduik in januari 1945 naar kamp Westerbork werden gestuurd.

De stamboom van de familie van Son.

De familie van Son

Marcus “Max” (1890), zijn vrouw Seraphine (1893) en zoon Salomon van Son (1919) kwamen op 26 januari 1945 vanuit de gevangenis in Apeldoorn in kamp Westerbork terecht. In de jaren daarvoor zaten de Van Son’s op verschillende plekken in- en rond Apeldoorn ondergedoken.

De langste tijd verbleef het gezin Van Son bij Suffridus en Maria Hermanidus. Max van Son, die aan de hoofdstraat in Apeldoorn een tapijten- en beddenzaak bezat, en Suffridus Hermanidus kenden elkaar van de Apeldoornse bridgeclub en waren in de loop der tijd goede bekenden van elkaar geworden. Toen aan het echtpaar Hermanidus de vraag werd gesteld of zij hun Joodse plaatsgenoten onderduik wilden verlenen, was er voor hen geen twijfel denkbaar. ‘We konden geen nee zeggen tegen mensen in nood. We hebben veel meegemaakt dat ik niemand gun, maar je doet het als iets vanzelfsprekends’, sprak mevrouw Hermanidus in 1984.

Vanaf begin 1943 zaten de Van Son’s in wisselende samenstelling verborgen in het huis van de familie Hermanidus. Op de tweede en derde verdieping hadden ze een eigen onderkomen bestaande uit een woongedeelte, slaapkamer, badkamer en een eigen slaapvertrek voor Salomon.

‘We beginnen, hoewel we hier best hebben van eten en drinken, terug naar Apeldoorn te verlangen’. Max intentie was terugkeren naar het huis en de winkel aan de hoofdstaat om zo ‘spoedig mogelijk een eigen huishouding op te zetten.’

In november 1944 werd de situatie in Apeldoorn met de terugtrekkende Duitse militairen steeds nijpender. Op 6 januari 1945 werden de onderduikers bij een huiszoeking ontdekt. Max, Seraphine en Salomon werden overgebracht naar de gevangenis van Apeldoorn waar Seraphine hardhandig werd verhoord en mishandeld. Korte tijd later werd het gezin naar kamp Westerbork gebracht.

Na de bevrijding mocht de familie van Son kamp Westerbork nog niet direct verlaten. Eerst moest de gemeente waar men heen wilde repatriëren – in dit geval Apeldoorn – toestemming verlenen en moest het duidelijk zijn dat de voormalige gevangenen ‘politiek betrouwbaar’ waren. Max van Son schreef erover in een brief aan zijn broer Henri op 9 mei 1945. ‘We beginnen, hoewel we hier best hebben van eten en drinken, terug naar Apeldoorn te verlangen’. Max intentie was terugkeren naar het huis en de winkel aan de hoofdstraat, om zo ‘spoedig mogelijk een eigen huishouding op te zetten.’

Tien dagen later mocht de familie van Son kamp Westerbork verlaten.