Eddy Karelsen

Ruud Jansen, auteur van de website dewereldvangajus.nl, kan zich zijn oude bovenbuurman Eddy Karelsen (1906) en zijn twee zoons uit zijn jeugd in Amsterdam nog goed herinneren. Hoe en waar Eddy de oorlog overleefde was Ruud echter niet duidelijk. Wat volgde was een zoektocht in het verleden van de Joodse muzikant Eddy Karelsen.

Eddy Karelsen.

Eddy Karelsen

Eddy Karelsen dus. Wie was hij, hoe zag hij eruit, wat was zijn beroep, was hij getrouwd?

Om met dat laatste te beginnen, ja, hij was getrouwd. Het was een gemengd huwelijk, Mischehe werd dat door de Duitsers genoemd. Daarbij was Elie Joods, zijn echtgenote Rinie niet. Elie liet zich Eddy noemen en ik gebruik die naam in de rest van het verhaal.

De familie Karelsen woonde in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Op de derde etage van een woning in de Scheldestraat, huisnummer 101. De Scheldestraat was een winkelstraat aan de rand van de stad met in die tijd ‘kinderhoofdjes’ als bestrating. Je keek vanaf hun huis uit op het Scheldeplein. Daarachter lag een stuk opgespoten land. Nog verder weg liepen de Zuidelijke Wandelweg en de Ringdijk. Dat uitzicht is in de jaren na 1958 verdwenen. Door de bouw van het RAI-complex, de aanleg van de Nieuwe Utrechtseweg en de stadsuitbreiding Buitenveldert.

Het gezin Karelsen bestond uit vijf personen. Eddy, zijn vrouw en drie kinderen. Twee jongens en een meisje die ongeveer zo oud waren als m’n jongste broer en ikzelf. En er was een hondje dat de naam Poko droeg.

Wij woonden tot juli 1940 in Amsterdam maar hadden de eerste drie oorlogsjaren op diverse adressen in het oosten en noorden van het land doorgebracht. Illegaal, onder een andere naam, als gevolg van het verzetswerk van mijn vader. Nadat hij door de SD was opgepakt keerden we in augustus 1943 naar Amsterdam terug.

De eerste etage van de Scheldestraat 101 werd ons nieuwe adres. Het huisnummer waar ook de familie Karelsen woonde. Bij het kennismaken werden we met open armen door ze ontvangen. M’n jongste broer en ik werden daarna in snel tempo wegwijs gemaakt door de twee jongens in de familie, onze vrienden voor de erop volgende jaren. Hun vader, Eddy dus, was toen 37 jaar. In m’n herinnering een man met een flink postuur en al aardig kalend. Als enige van de familie moest hij een Jodenster op zijn kleding dragen.

Ruud Jansen en Dolf Karelsen

Het is jammer dat ik geen foto van hem of van zijn vrouw heb. Wat hij precies voor werk deed weet ik niet. Ik denk dat hij van alles aanpakte voor zover dat door de bezetter was toegestaan. Ik kan me nog wel herinneren dat hij met een bakfiets in de weer was om dingen weg te brengen naar adressen in de buurt of verder weg. Hij huurde die bij een fietsenstalling in de buurt. Met zijn zonen hebben we die wel eens teruggebracht naar de stalling. Die lag een paar straten verder, vlak bij de ijssalon die in het Achterhuis van Anne Frank wordt genoemd. Oase, al vanaf 1936.

Lang heb ik Eddy tijdens de oorlogsperiode niet meegemaakt. Op een gegeven moment moest hij naar een werkkamp en we zagen hem daarna pas weer terug na de bevrijding. Dat het betreffende kamp Westerbork is heb ik pas ontdekt na het verzoek dat ik van het Herinneringscentrum ontving. Ik denk niet dat ik die naam tijdens de oorlog kende. Ook niet of ik wist dat het als doorgangskamp functioneerde voor Joodse Nederlanders die vanaf die plaats naar de kampen in Duitsland, Polen en Tsjechië werden gedeporteerd.

Terug naar z’n beroep. Robbie en Dolf, zijn zonen, vertelden na onze komst in de Scheldestraat dat hun vader voor de oorlog musicus was geweest en in een dansorkest had gespeeld waarvan hun oom Dolf de dirigent was. Ik neem aan dat ze net als alle andere Joden in Nederland in de loop van 1940 door hun werkgever werden ontslagen. Zijn broer Dolf, ik weet niet of hij ook gemengd getrouwd was, was ook naar Westerbork gebracht. Hij mocht daar niet blijven maar is naar een van de vernietigingskampen gevoerd in Midden Europa waar hij op 31 maart 1944 is overleden.

Hoe lang de familie Karelsen bij onze komst al in de Scheldestraat woonde weet ik niet maar het zou nagegaan kunnen worden in het stadsarchief van de gemeente Amsterdam. Eddy zijn broer Dolf woonde in ieder geval in Hilversum, ik herinner me vaag dat Robbie en Dolf wel eens over hun vroegere huis in Hilversum spraken.

De eerste etage van de Scheldestraat 101 werd ons nieuwe adres. Het huisnummer waar ook de familie Karelsen woonde. Bij het kennismaken werden we met open armen door ze ontvangen. M’n jongste broer en ik werden daarna in snel tempo wegwijs gemaakt door de twee jongens in de familie, onze vrienden voor de erop volgende jaren.

Het verhaal is verder niet compleet zonder de twee Joodse mannen te vermelden die bij de familie Karelsen inwoonden. Of ze daar officieel woonden of als onderduiker weet ik niet. Van één vermoed ik dat hij Elie Fränkly was. Die vertrok al kort na onze komst naar een ander adres en overleefde de oorlog. Voor en na de oorlog was Fränkly succesvol leider van showballetten in het amusementsgebeuren.

De tweede logé bij de familie Karelsen noemden we Herr Biemar en zou volgens mijn oudste broer een Joodse rechter zijn geweest die uit Duitsland was gevlucht. Een vriendelijke man die ons in gebroken Nederlands schaken probeerde te leren. Hij overleed vrij plotseling, in mijn herinnering midden 1944.

Er heeft bij de familie Karelsen nog een derde logé ingewoond. De 25 jaar oude, uit Groningen afkomstige, Joseph Cohen, die voor pianist studeerde. Hij was uit een werkkamp gevlucht en had in 1942 onderdak gevonden bij de familie Karelsen. Joseph werd tijdens een wandeling aangehouden door de beruchte Jodenjager-politieagent Stenvert en werd gedood in een van de Vernichtungslager in Polen.

Eddy Karelsen keerde na de oorlog weer terug naar de Scheldestraat. Of hij daarna weer volledig voor het beroep van musicus heeft gekozen weet ik niet. Ik kan me nog wel herinneren dat m’n jongste broer en ik een keer met de jongens Karelsen naar Hecks Victoria Lunchroom op de Nieuwendijk zijn geweest waar Eddy in een orkest speelde. Uitgenodigd door hun vader zaten we daar prinsheerlijk op een zondagmiddag en werden verwend met drinken en iets lekkers om te eten erbij. Dat moet ergens in 1947 of 1948 zijn geweest. Net als de grote Heck op het Rembrandtplein was deze zaak in die tijd mateloos populair omdat er live muziek werd gespeeld. Het gezin Karelsen was voor die tijd al uitgebreid door de geboorte van een dochter. Een nakomertje dat naar haar moeder werd genoemd.

Herinneringen, herinneringen. Wat kan nog meer bijdragen aan het geschetste beeld? Zoals alle jongens van hun leeftijd mochten de jongens Karelsen graag opscheppen over hun vader. Hoe ze voor de oorlog in Hilversum hadden gewoond, hoe hun vader een groot voetballer was geweest en in Ajax had gespeeld. Dat laatste heb ik niet kunnen terugvinden in de jubileumboeken van Ajax.

Toen z’n zonen en wij op een gegeven ogenblik na de oorlog lid werden van TIW, in die tijd een Amsterdamse derdeklasser, heeft Eddy daar ook nog een paar seizoenen gevoetbald. Hij speelde in het zaterdag team en wat m’n broer en ik ons er van herinneren was hij een verdienstelijk voorhoedespeler met een goed schot. M’n broer vertelde me dat hij ook nog een tijdje elftalbegeleider was geweest van een aspirantenteam.

Robbie Karelsen.

Nog niet tevreden met deze summiere herinneringen ben ik het internet ingedoken om meer over Eddy te vinden en kwam toen op een gegeven moment de familiestamboom tegen.

Eddy (Elie) was een zoon van Jacques Adolph Karelsen die in 1880 in Brussel was geboren. Deze was in 1904 getrouwd met Essie Blocq, geboren in 1875 in het Nederlandse Blokzijl. Er was al eerder – in 1905 –  een zoon uit het huwelijk geboren die de namen Adolph Jacques (Dolf) had mee gekregen. Eddy was hem een jaar later op 12 juni 1906 gevolgd. Het huwelijk hield overigens geen stand en op 2 maart 1916 gingen de beide echtelieden uit elkaar. Van vader Jacques Adolph Karelsen weten we dat hij diamantzetter was. Later werd hij caféhouder.

Eddy trouwde op 24 september 1931 met de in 1909 geboren Katharina de Bruin. Zijn broer Dolf op 3 september 1933 met Johanna Maria Meijer.

Van wie ze hun aanleg hadden geërfd weet ik niet maar ze stortten zich beiden op de muziek. Adolph Jacques die zich Dolf liet noemen koos daarbij piano als instrument, Eddy klarinet, saxofoon en viool. Ik vond de nodige aanwijzingen dat Dolf op een gegeven moment een vaste baan kreeg bij de AVRO. Hij speelde daarbij in een dansorkest maar maakte vooral naam als arrangeur en componist. De naam van Eddy kwam ik ook tegen in drie orkesten, dat de populaire muziek van die tijd speelden. Een daarvan was het orkest van Kovacs Lajos (Louis Schmidt) waarin hij genoemd wordt met zowel saxofoon als klarinet en viool bij zijn naam. Op internet kwam ik een foto tegen van dat orkest. Jammer genoeg te onduidelijk om de leden van het orkest goed te kunnen onderscheiden.

Oud zijn ze de beide broers Karelsen niet geworden. Dolf overleed zoals al vermeld in 1944 in een kamp in Midden Europa. Eddy overleed op 11 augustus 1955 aan de gevolgen van een hartaanval.

Het contact met Robbie en Dolf is op een gegeven moment verwaterd. Bij een toevallige ontmoeting jaren geleden met één van hun zussen hoorde mijn jongste broer dat ze toen beiden al overleden waren. Of de twee dochters van Eddy en Rinie nog leven weet ik niet. Ook niet of zij of hun broers kinderen hadden waarbij ik een uitzondering moet maken voor Dolf. Een jaar of tien geleden benaderde een zoon van hem me met een email waarin hij me vroeg of ik hem iets kon vertellen over de jeugd van zijn vader.

Scheldestraat 101, links boven het zonnescherm.

Onvoltooid verleden noem ik dit stuk. Ik probeer er in om de buren van zestig, zeventig jaar geleden een gezicht te geven. Het is me maar gedeeltelijk gelukt. Het is een voorzet geworden die in deze digitale expositie kan bijdragen dat er weer een paar stukjes aan de puzzel worden toegevoegd.