Edwin & Thea Sluzker

In 2012 was acteur Krijn ter Braak te zien in de rol van Edwin Sluzker in de bioscoopfilm Süskind. Zijn personage was gebaseerd op het leven van de echte Edwin Sluzker (1907). Met zijn vrouw Thea (1914) wist Sluzker door zijn functie bij de Joodse Raad in Amsterdam lange tijd van transport gevrijwaard te blijven.

Aankomst in kamp Westerbork.

Edwin & Thea Sluzker

De bioscoopfilm Süskind is ongeveer vijf minuten onderweg als een mysterieuze man zijn opwachting maakt. De door Jeroen Spitzberger gespeelde Walter Süskind bezoekt één van de laatste voorstellingen in de Hollandsche Schouwburg, dat dan nog als theater dienst doet. Als de pianist van het cabaretgezelschap dat de voorstelling opvoert door de SD dreigt te worden meegenomen, kan Süskind zijn emoties niet bedwingen en grijpt hij in, zichzelf ook in een lastige positie plaatsend. Het is aan de interventie van de mysterieuze man, die Süskind een witte band van de Joodse Raad verstrekt, te danken dat hij niet wordt opgepakt.

In de scènes die volgen blijkt dat de mysterieuze man een belangrijke positie bij de Joodse Raad bekleed. Edwin Sluzker, gespeeld door acteur Krijn ter Braak, is hoofd van de Expositur, en wordt in het vervolg van de film de directe chef van Walter Süskind, als deze als beheerder in de Hollandsche Schouwburg, inmiddels deportatieplaats, aan het werk gaat.

Hoewel de door Rudolf van de Berg geregisseerde film Süskind gedramatiseerd is en enkele scènes om praktische of inhoudelijke redenen afwijken van de historische werkelijkheid, zijn de personages in de film gebaseerd op mensen die werkelijk hebben bestaan en in het Amsterdam van de Tweede Wereldoorlog hebben geleefd. Walter Süskind wist met zijn medewerkers als beheerder van de Hollandsche Schouwburg inderdaad honderden vrouwen, mannen en kinderen te helpen ontsnappen. En Edwin Sluzker is inderdaad al die tijd zijn directe chef geweest.

Edwin Sluzker vluchtte in december 1938 met zijn vrouw Thea Sluzker-Rapaport (1914) naar Nederland. Tijdens zijn verblijf in één van de verschillende kleinere vluchtelingenkampen in het westen van het land, nam hij contact op met het Joodse Vluchtelingencomité, dat medeverantwoordelijk voor het leven in deze oorden was. Vurig bepleitte de jurist Sluzker de belangen van hem en zijn lotgenoten. Zo vurig dat het comité hem in 1939 besloot aan te stellen als mediator tussen het comité en de vluchtelingen. Nadat de nazi’s in mei 1940 Nederland binnenvielen en in 1941 de oprichting van een Joodse Raad in Amsterdam tot stand brachten, werd Sluzker benoemd tot hoofd van de Expositur. De Expositur was het verbindingskantoor tussen de Joodse Raad en de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, het kantoor van de SD in Amsterdam dat toezag op de deportatie van Joden uit Nederland.

Eén van de merkwaardigste figuren uit het Joodse leven in die jaren, de man die velen de Sfinx noemden, de man die vervloekt en verafgood werd. Zeer zeker was hij geen verrader. Zeer zeker probeerde hij zoveel mogelijk voor zoveel mogelijk mensen te doen en zijn beschermer Aus der Fünten in de luren te leggen.

Al kort na zijn aanstelling bleek Sluzker uitermate geschikt voor zijn nieuwe functie. Edwin Sluzker was een intelligent en goed organisator, hij verstond elk Duits en Oostenrijks dialect en was een geboren onderhandelaar. ‘Eén van de merkwaardigste figuren uit het Joodse leven in die jaren, de man die velen de Sfinx noemden, de man die vervloekt en verafgood werd. Zeer zeker was hij geen verrader. Zeer zeker probeerde hij zoveel mogelijk voor zoveel mogelijk mensen te doen en zijn beschermer Aus der Fünten in de luren te leggen. Maar hij, de Weense, advocaat, was het, die door den leider der Zentralstelle in de luren werd gelegd’, aldus Jacques Presser in De Ondergang. Of zoals die andere Nederlandse grootheid van de geschiedschrijving over de Holocaust, Lou de Jong, het stelt:

‘Terwijl hij met zijn staf van circa 150 medewerkers en medewerksters in het contact met de Zentrallstelle Aus der Fünten en anderen over de volle breedte van het bestreken terrein steeds ter wille was, trachtte hij met geduld en vriendelijkheid, maar ook wel met sluwheid, aan de marges gunsten voor deze en gene te verwerven. Dat gaf hem de roep van een uiterst invloedrijk man. Zelf overschatte hij zijn positie niet. Jegens ieder die hem bezocht, was hij even voorkomend.’

Edwin en Thea Sluzker – die tot die tijd als secretaresse van haar man fungeerde – werden uiteindelijk met het laatste grote transport uit Amsterdam op 29 september 1943 naar kamp Westerbork overgebracht. In de anderhalf jaar tot de bevrijding reisde Sluzker vervolgens constant tussen Amsterdam en Westerbork heen en weer. Toen Thea op 12 april 1945 in kamp Westerbork werd bevrijd, bevond Edwin zich in de nog bezette hoofdstad van Nederland. Op 30 juni 1945 verliet Thea Sluzker-Rapaport Westerbork en keerde zij terug bij haar man.

Edwin Sluzker overleed op 12 augustus 1965, op 58-jarige leeftijd, in Amsterdam. Wanneer Thea is overleden is niet bekend.