Egon & Lieselotte Feldheim

Suzanna Meijer, Irene Lenting & Naomi Wijesinka van de Ubbo Emmius scholengemeenschap uit Stadskanaal schreven een portret over Egon en Lieselotte Feldheim die in april 1944 in kamp Westerbork in het huwelijk traden.

De bewoners van barak 21 aan het kaarten voor hun barak, 1940-1941.

Egon & Lieselotte Feldheim

Lieselotte Sommerfeld was de dochter van koopman Asscher Sommerfeld (1888) en Jet Baruch (1886). Ze werd geboren op 8 juli 1920 in Berlijn, Duitsland. Lieselotte was na zus Hilda (1913) het tweede kind van Asscher en Jet.

Na de machtsovername van Hitler in het begin van de jaren dertig besloten Asscher en Jet met hun dochters naar Nederland te vertrekken, het geboorteland van de moeder van Lieselotte. Ze vestigden zich in Utrecht.

Na de Duitse inval in mei 1940 wist het gezin Sommerfeld lange tijd van transport gevrijwaard te blijven. Op 22 april 1943 werden Lieselotte en haar ouders alsnog naar kamp Westerbork gestuurd. Ze ontmoeten er Hilda, die inmiddels enige jaren met haar man Herbert Grünberg en zoon Arthur in het kamp woonde. Hilda’s status als Alte Lagerinsasse betekende voor Lieselotte ook in Westerbork een voorlopige vrijstelling van vertrek. Een onderkomen werd na korte tijd gevonden in de barak van Hilda en Herbert, barak 7, een oude vluchtelingenbarak met kleine woningen.

 Een tekening van Egon Feldheim gemaakt in kamp Westerbork.

Via Hilda en Herbert leerde Lieselotte Egon Feldheim (1906) kennen. Egon was in 1938 als Duits-Joodse vluchteling in Nederland terechtgekomen en via kampen in Reuver en Hoek van Holland naar het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork overgebracht. Daar kreeg hij een plek in barak 5 en later barak 21, in zalen voor vrijgezelle mannen. ‘Daar woonden veertig oude kampbewoners, mannen, sinds 1939 of ’40 in het kamp geïnterneerd, die van Holland niets anders kenden dan gevangeniscel en prikkeldraad. De meesten waren dan ook niet over het “gastland” te spreken’, zo stelde de eveneens in Westerbork bevrijde Judith Mendels over een deel van de mannen in barak 21 na de oorlog. ‘De meesten van deze menschen werkten weinig. Ze waren het kampleven moe en verlangden slechts een ding: een rustig burgerlijk leven.’

Tussen Egon, die in het kamp bekend stond als een goed tekenaar en lid was van de zogeheten Kunstlergilde, en Lieselotte bloeide in de maanden die volgden de liefde op. Ze trouwden op 3 april 1944, bijna een jaar na aankomst van Lieselotte in Westerbork.

Tussen Egon, die in het kamp bekend stond als een goed tekenaar en lid was van de zogeheten Kunstlergilde, en Lieselotte bloeide in de maanden die volgden de liefde op. Ze trouwden op 3 april 1944, bijna een jaar na aankomst van Lieselotte in Westerbork. Veel familie was er bij de bruiloft niet aanwezig. Asscher en Jet Sommerfeld waren op 18 januari 1944 naar Theresienstadt doorgestuurd. In oktober van dat jaar kwamen ze in Auschwitz-Birkenau terecht. Beiden zouden, net als zus Hilda en haar gezin, de Tweede Wereldoorlog niet overleven.

Een kaart uit kamp Westerbork, getekend door Egon Feldheim.

Op 12 april 1945 bewoonden Lieselotte en Egon Feldheim een kamer in een huisje in barak 7 toen de Canadezen kamp Westerbork bevrijden. Na enkele maanden veruilde het stel het kamp voor Lieselotte’s ouderlijke woning in Utrecht.