Ephraim Maso

Vanuit het beruchte Oranjehotel in Scheveningen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog honderden mensen naar kamp Westerbork overgebracht. Onder hen de Joodse verzetsman Ephraim Maso (1894).

Ziekenhuis van kamp Westerbork.

Ephraim Maso

Ephraim Maso werd geboren in Rusland en vluchtte tijdens de Eerste Wereldoorlog vanuit Duitsland naar Nederland. Hier ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, de drie jaar jongere en niet-Joodse Christien Sheriff. Christien en Ephraim vestigden zich in Voorburg, waar Ephraim directeur werd van een fabriek voor technische producten.

Christien en Ephraim Maso raakten tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het verzet betrokken.
In 1942 verzocht een bevriend Joods echtpaar hen te helpen een onderduikadres te vinden voor zichzelf en hun kinderen. Voor de ouders werd een schuilplaats gevonden bij een oudere weduwe, de kinderen werden elders ondergebracht.

In het Oranjehotel was hij zo zwaar mishandeld en uitgehongerd, dat hij de eerste maand van zijn verblijf in kamp Westerbork doorbracht in het kampziekenhuis.

Christien bezocht het echtpaar wekelijks, tot ze in september 1942 verraden bleken te zijn. Vanaf dat moment namen Christien en Ephraim de twee kinderen, Jacob en Dov, onder hun hoede. Omdat Ephraim verdacht werd van verzetsactiviteiten, was het onmogelijk om de kinderen in hun eigen woning op te vangen. Op hun tocht langs verschillende onderduikadressen, bleef Christien de kinderen tot de bevrijding ondersteunen.

In januari 1943 werd Ephraim Maso door de nazi’s opgepakt. In de eerste maanden van zijn gevangenschap, waarin hij onder andere in het Oranjehotel gevangen zat, waren de nazi’s niet op de hoogte van zijn Joodse afkomst. Eenmaal als Jood ontmaskerd, kwam Ephraim in februari 1944 terecht in kamp Westerbork. In het Oranjehotel was hij zo zwaar mishandeld en uitgehongerd, dat hij de eerste maand van zijn verblijf in kamp Westerbork doorbracht in het kampziekenhuis. Zijn huwelijk met een niet-Joodse vrouw behoedde hem voor het transport naar het Oosten. Deze vrijstelling behield hij tot bevrijding van het kamp op 12 april 1945.

Op 18 juni 1945 verliet Ephraim Maso kamp Westerbork en keerde terug naar vrouw en kind in hun huis aan de Rhijnvis Feithstraat in Voorburg.