Erich & Edith Wachsmann

Op 18 april 1945 komen de Nederlandse Joden in opstand tegen de vroegere Duits-Joodse leiders van kamp Westerbork. Erich Wachsmann (1893), één van de leiders, moet gedesillusioneerd zijn positie opgeven.

De aardappelkelder in aanbouw.

Erich & Edith Wachsmann

Het broeide al enige tijd tussen de Nederlandse en Duitse Joden toen op 12 april 1945 Canadese soldaten kamp Westerbork bevrijdden. Eigenlijk vanaf het moment van aankomst in Nederland hadden de Joden van Duitse afkomst de Nederlandse een gebrek aan hulp verweten. En visa versa de Nederlandse gevangenen de Duitse, toen zijzelf in het Durchgangslager Westerbork terechtkwamen en de Duitse Joden daar de interne leiding bleken te bezitten. ‘De verhouding is gecompliceerd’, zo schreef Philip Mechanicus op 1 juni 1943 in zijn dagboek. ‘De Duitsers hebben minachting voor hun Nederlandse kampgenoten, de Nederlanders haten de Duitse Joden, niet zó fel als zij het de Duitse nationaalsocialisten doen, maar zij haten hen dan toch, omdat zij Duitsers zijn, Pruisen.’

Debet aan de gespannen verhoudingen tussen de Duitse en Nederlandse Joden was de organisatie die lange tijd in kamp Westerbork bestond. Enkele maanden voordat in juli 1942 Westerbork onder Duitse leiding werd gesteld, had de Nederlandse commandant Jacques Schol een reorganisatie doorgevoerd. Schol formeerde dertien Dienstzweige die onder supervisie van een Nederlandse ambtenaar kwamen, daartoe geassisteerd door een Duits-Joodse kampgevangene. Na overname van het kamp door de nazi’s bouwde de nieuwe commandant Albert Konrad Gemmeker het systeem verder uit. Er ontstonden twaalf Dienstbereiche met aan het hoofd twaalf Dienstleiter die een bijzondere machtspositie kregen toegeschoven – en deze volgens de Nederlandse kampgevangenen regelmatig misbruikten. Tijdens hun wekelijkse bijeenkomsten wisselden de twaalf Dienstleiter ervaringen uit en ontvingen zij richtlijnen van Oberdienstleiter Kurt Schlesinger.

Schol formeerde dertien Dienstzweige die onder supervisie van een Nederlandse ambtenaar kwamen, daartoe geassisteerd door een Duits-Joodse kampgevangene. Na overname van het kamp door de nazi’s bouwde de nieuwe commandant Albert Konrad Gemmeker het systeem verder uit.

Tot deze Dienstleiters behoorde ook Erich Herbert Wachsmann. Fabrieksdirecteur Wachsmann werd met zijn vrouw Edith (1900) in april 1940 in Westerbork ondergebracht. Vanaf 1943 was hij er hoofd van de Dienstbereiche VII Werkstätten I. Dit was de bouwtechnische dienst van het kamp, bestaande uit de aardappelkelder, tekenkamer, elektrotechnische afdeling, badhuis, ketelhuis, telefoondienst, diverse vaklieden en het crematorium. Alhoewel Wachsmann zijn positie als dienstleider in eerste instantie in juni 1944 kwijtraakte – Schlesinger bracht het aantal Dienstbereiche terug naar zes – werd hij bij de bevrijding nog altijd tot ‘de adel van Westerbork’ gerekend.

Het was tegen deze ‘adel’ dat op 18 april 1945 de overgebleven Nederlandse Joden in opstand kwamen. Zij eisten dat er een einde kwam aan de voortrekkersrol die Wachsmann en een deel van de voormalige Duits-Joodse vluchtelingen tot dan toe in Westerbork hadden vervuld. De nieuwe kampintendant Aad van As, rekening houdend met de gespannen sfeer in het kamp, besloot de eis in te willigen.
Erich Wachsmann moest gedesillusioneerd aftreden.

Op 7 juli 1945 vertrokken Erich en Edith Wachsmann uit kamp Westerbork. Eind jaren veertig emigreerde het stel naar de Verenigde Staten.