Ernst, Elisabeth & Helene Cohen

Ernst, Elisabeth en Helene Cohen wisten de Tweede Wereldoorlog in de onderduik te overleven. Met de bevrijding in aantocht werden ze alsnog opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht. Met dank aan Brad Bouwers en Jochanan van Holst van het Ubbo Emmius in Stadskanaal.

Ausweiskaart Helene Cohen uit kamp Westerbork.

Ernst, Elisabeth & Helene Cohen

Ernst, Elisabeth en hun dochter Helene Cohen vertrokken op vrijdag 2 februari 1945 per trein uit het Oranjehotel, de beruchte gevangenis van Scheveningen, op weg naar kamp Westerbork. Enkele maanden eerder was het gezin, dat voor de oorlog in Amsterdam leefde, opgepakt op hun onderduikadres. Meer dan twee jaar hadden de drie verborgen gezeten op een kleine zolderkamer waar ze met de bevrijding in aantocht, alsnog verraden waren. Veel meer dan wat kleren had het gezin op dat moment niet bij zich. ‘Ik ben als Jood door de Duitschers van mijn vrijheid berooft en hier opgesloten. Ik wensch dit kamp te verlaten, maar ben niet in het bezit van een persoonsbewijs. De oorzaak daarvan is dat ik was ondergedoken en mijn persoonsbewijs vernietigd heb’, zo verklaarde Elisabeth later in kamp Westerbork.

De reis vanuit het Oranjehotel naar Westerbork duurde drie dagen. Onderweg werd de trein meerdere keren door geallieerde vliegtuigen beschoten waardoor er korte tijd gestopt moest worden.

Aangekomen in kamp Westerbork werd de familie naar de registratiebarak gebracht. Hier werden Ernst, Elisabeth en Helene ingeschreven. Ernst gaf aan dat hij groentekweker van beroep was, Elisabeth apotheekster. Later bleek dit voor Elisabeth op haar opleiding betrekking te hebben. In werkelijkheid was zij waarschijnlijk huisvrouw.

Na registratie werden Elisabeth en Helene naar barak 12 gestuurd waar zij een kleine woning kregen toegewezen. Elisabeth ontmoette in het kamp een aantal oude bekenden uit Arnhem, haar woonplaats voordat zij in 1934 met Ernst trouwde. Ernst kwam voorlopig in de ziekenafdeling van het kamp terecht. Hij was in het Oranjehotel langdurig en hardhandig verhoord en moest aansterken. Na enkele weken werd hij overgebracht naar één van de grote mannenbarakken. Hier zou hij verblijven tot de bevrijding op 12 april 1945.

‘Maar mijn oom, tante en nichtje waren zelf kapot uit de oorlog gekomen. Na al die jaren onderduiken op het zolderkamertje waren ze op het laatst nog verraden. [..] Het huwelijk van mijn tante en oom ging stuk, stuk door de oorlog.’

Na de bevrijding moest de familie Cohen nog ruim twee maanden in kamp Westerbork blijven. Uit deze periode zijn een aantal brieven bewaard gebleven. Rode draad in de briefkaarten vormde de hoop dat zij Westerbork snel mochten verlaten en dat zij van familieleden en vrienden die waren doorgestuurd, een levensteken zouden ontvangen.

Op 18 juni 1945 verlieten Ernst, Elisabeth en Helene Cohen kamp Westerbork definitief. De oorlogsjaren bleken een groot effect op het leven van het gezin te hebben gehad. Helene Petter-Egger verloor een groot deel van haar familie tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd na de bevrijding naar haar ‘tante Lies’ en ‘oom Ernst’ gestuurd omdat haar grootouders dachten dat het in een jong gezin beter met haar zou gaan.
‘Maar mijn oom, tante en nichtje waren zelf kapot uit de oorlog gekomen. Na al die jaren onderduiken op het zolderkamertje waren ze op het laatst nog verraden. [..] Het huwelijk van mijn tante en oom ging stuk, stuk door de oorlog.’

Na de scheiding emigreerde Ernst Cohen naar Jeruzalem. Daar overleed hij in 1976, op 69-jarige leeftijd.
Elisabeth bleef in Nederland achter. Zij stierf op 93-jarige leeftijd in 1995 in Amersfoort.
Helene Cohen trouwde na de Tweede Wereldoorlog met pianist Bart Berman. Zij woont tegenwoordig in Tel Mond, Israël.