Ernst Wolff

Ernst Wolff groeide op in het Duitse Vreden, op zo’n 10 kilometer van de Nederlandse grens. Na de Kristallnacht besloot hij naar Nederland te vluchtten. Dit portret is geschreven door geschiedenisstudente Jessica Benjamins met hulp van Harald Bosma en Nienke Smit van de Ubbo Emmius Scholengemeenschap uit Stadskanaal.

Ernst Wolff in 1983.

Ernst Wolff

Ernst Wolff kwam pas als volwassen man in Nederland terecht, alhoewel hij in de eerste 32 jaar van zijn leven met grote regelmaat met Nederlanders te maken had. Ernst werd op 3 mei 1906 in Vreden, op zo’n tien kilometer van de Nederlandse grens geboren. Hij was de zoon van Samuel Wolff en Amalia Landau.

Vreden kende destijds een rijke Joodse geschiedenis die terugging tot het begin van de veertiende eeuw. Op het hoogtepunt, rond 1846, woonden er in totaal meer dan honderd Joden in het Duits-Nederlandse grensplaatsje. Een groot deel van hen begaf zich elke zaterdag naar de in 1808 gebouwde synagoge in het centrum van het dorp.

In 1933, het jaar dat Adolf Hitler aan de macht kwam in Duitsland, woonden er in Vreden nog 44 Joden. In de jaren daarna zou de Joodse bevolking in Vreden snel afnemen. Vooral na de Kristallnacht in 1938, waarbij de synagoge in het dorp vrijwel volledig verwoest raakte, vertrokken velen. Vijf jaar en vele deportaties later, was de Joodse gemeenschap van Vreden volledig verdwenen.

Ernst verstopte zich vervolgens in de schilderwerkplaats van een achterbuurman. Zijn moeder had tegen hem gezegd dat hij zich maar beter kon verstoppen omdat ‘het voor de jongens altijd erger zou zijn’.

Ernst Wolff maakte op 9 november 1938 in Vreden de reeds genoemde Kristallnacht mee. In een interview uit 1995 vertelde Ernst hoe hij wakker werd nadat men de ruiten van de etalage van de buurman had ingegooid. Ernst verstopte zich vervolgens in de schilderwerkplaats van een achterbuurman. Zijn moeder had tegen hem gezegd dat hij zich maar beter kon verstoppen omdat ‘het voor de jongens altijd erger zou zijn’.

Na de Kristallnacht vluchtte Ernst naar het nabijgelegen Winterswijk. In 1940 kwam hij in kamp Westerbork terecht, waar hij een onderkomen vond in een zaal in een zogenaamde vrijgezellenbarak.

Ernst werkte in Westerbork voornamelijk als landarbeider. Hij was vaak bezig met het strooien van kunstmest en soortgelijke klusjes. Het was werk waar hij naar eigen zeggen naar omstandigheden nog redelijk veel plezier in kon vinden. Hij bezat daarvoor ook de broodnodige ervaring: toen Ernst nog in Vreden woonde was hij al werkzaam geweest in de veehandel, net zoals zijn grootvader dat had gedaan. Hij was zogezegd regelmatig met boeren in contact gekomen en had daar redelijk veel van opgestoken.

Ernst Wolff (rechts) na de oorlog als veehandelaar.
Ernst Wolff (rechts) na de oorlog als veehandelaar.

Vanwege zijn status als ‘Alte Lagerinsasse’ (hiertoe behoorden alle gevangenen die voor juli 1942 in Westerbork aanwezig waren) en zijn functie als landarbeider, wist Ernst uiteindelijk tot de bevrijding in kamp Westerbork te blijven. Na vijf lange jaren in Westerbork vertrok hij in de zomer van 1945 naar Winterswijk waar hij de rest van zijn leven zou wonen.

Ten tijde van het interview in 1995 was Ernst Wolff 89 jaar oud en verbleef hij in een verzorgingstehuis in Winterswijk. Het jaar erop, in 1996, overleed Ernst op 90-jarige leeftijd.