Ezechiël Jacob Hoek

Ezechiël Jacob Hoek (1883) was na de Tweede Wereldoorlog als ontwerper betrokken bij de totstandkoming van een aantal oorlogsmonumenten. Zelf maakte de Joodse Hoek in april 1945 in kamp Westerbork de bevrijding mee. Een portret van Els van Rijn-Zandstra.

Het oorlogsmonument aan de Noorderkerk in Amsterdam, ontworpen door Ezechiël Jacob Hoek.

Ezechiël Jacob Hoek

Ezechiël Jacob Hoek ziet in Vorden het levenslicht. Zijn moeder is Bertha Eliza van Essen (geboren 7 juli 1851 te Dalfsen, overleden 1937 te Winterswijk), zijn vader Mozes Hoek (geboren 11 september 1847 te Goor, overleden 12 juli 1923 te Zwolle). Ezechiël is de oudste in een Joods gezin; hij heeft vier zussen en een broer. In hoeverre het gezin met het Joodse geloof en naar de Joodse wetten en regels leeft is onbekend.
Hij trouwt op 23 juli 1914 te Amsterdam met de Joodse Henriette Stom (geboren 23 februari 1885 te Amsterdam, overleden 30 september 1946 te Amsterdam). Hij is dan bouwkundig opzichter, zij onderwijzeres. Samen krijgen ze een dochter, Cathérine, twee zoons Everard en Coenraad en nog drie dochters, Elza, Henriette Jacoba en Nora. Na 20 jaar huwelijk, op 6 september 1934, scheiden Ezechiël en Henriette; de kinderen zijn dan tussen 8 en 11 jaar oud.
Vanaf oktober 1937 woont hij samen met de ruim dertig jaar jongere Cornelia Christina de Wit, een voormalige dagdienstbode. Ezechiël laat op zijn persoonskaart aantekenen dat hij sierkunstenaar is en dat hij het beroep van bouwkundig tekenaar heeft neergelegd.

In Duitsland gist het; Joods Duitse vluchtelingen komen naar Nederland. De Tweede Wereldoorlog breekt uit en neemt het grootste offer van hem: zijn zoons. Zijn vier dochters behouden het leven.

Bij zijn inschrijving vertelt hij dat hij in Amsterdam geboren is, slager van beroep en gemengd gehuwd is; drie gegevens die niet kloppen. Hij strooit de kampleiding zand in de ogen, zo lijkt het.

Ezechiël zelf ontsnapt op het nippertje. Hij wordt in Amsterdam opgepakt en via politiebureau Weteringschans op 2 september 1944 naar kamp Westerbork gebracht, 61 jaar oud. Bij zijn inschrijving vertelt hij dat hij in Amsterdam geboren is, slager van beroep en gemengd gehuwd is; drie gegevens die niet kloppen. Hij strooit de kampleiding zand in de ogen, zo lijkt het.

Hij is strafgevangene, krijgt een S op zijn kampkaart gestempeld en belandt in strafbarak 67. Zijn naam staat op de lijst voor het transport van de volgende dag, naar Auschwitz.
Op dezelfde dag dat hij in Westerbork aankomt, wordt zijn naam echter alweer van de transportlijst gehaald. Op 5 september, drie dagen na zijn aankomst wordt hij alweer uit de strafbarak ontslagen.

Ezechiël dient op 24 december 1944 een verzoek in tot ontslag uit het kamp omdat hij arisch is en met een arierin getrouwd. Op 10 december valt de beslissing: ‘Ist bis zum gegenteiligen Beweis als Volljude zu behandeln, verbleibt im Arbeitseinsatz.’
De laatste transporten zijn geweest: 3 september, 4 september, 13 september… Op 5 april 1945, een week voor de bevrijding van het kamp, wordt hij ontslagen: … ‘als arbeitsunfähiger Mischehepartner entlassen.’ Hij keert terug naar de Cornelia Christina de Wit, met wie hij samenwoont op de Egelantiersgracht in Amsterdam, twee maanden daarna trouwen ze.

In Appelscha wordt op 1 september 1946 een oorlogsmonument onthuld. Het is van de Vrije Socialisten ter nagedachtenis aan leden van deze beweging die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen omkwamen. Eén van de ontwerpers is Ezechiël Jacob Hoek.

In de hal van het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam hangt een bronzen plaquette met een davidsster en tekst, ontworpen door Ezechiël Jacob Hoek, ter herdenking aan de leerlingen die als verzetsstrijder zijn omgekomen en ‘de door barbarij weggerukte leraren en leerlingen van Joodse afkomst’.

Op 3 mei 1950 wordt aan de gevel van de Noorderkerk in de Amsterdamse Jordaan een monument onthuld. Een gegoten bronzen plaquette, tekst en beeld, een gedenkteken voor de Jordaanbewoners die tijdens de bezettingsjaren een bijdrage aan het verzet leverden en aan de buurtbewoners die door oorlogshandelingen om het leven kwamen. De kunstenaar is Ezechiël Jacob Hoek. Hij is ongetwijfeld bij de onthulling aanwezig.

Op 10 september 1963 overlijdt Ezechiël Jacob Hoek. Hij werd 80 jaar oud.