Fred Goldstein

Zijn ervaring en kennis van auto’s redden Fred Goldstein in kamp Westerbork van deporatie naar het Oosten. Na de oorlog emigreerde Fred naar de Verenigde Staten.

Fred Goldstein in kamp Westerbork.

Fred Goldstein

In het Nationaal Archief in Den Haag bevindt zich een document waarin uitgebreid de toestand van de garage van het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork wordt benoemd. In het archiefstuk wordt bijvoorbeeld het wagenpark beschreven – in mei 1940 beschikt het kamp over een Ford Sedan Mercury, een D.K.W. en een autobus. Ook is er een oud koetsje waarmee regelmatig wordt rond gereden.

Ten tweede komen in het document de namen van het personeel van de garage voor. Zo wordt een niet-Joodse chauffeur beschreven die vanwege diefstal al vrij snel plaats moet maken. En namen van Joodse vluchtelingen die in barak 31, dan de garagewerkplaats, werkzaam zijn. Zoals Siegfried Sommerfeld (1900), vanaf 1943 leider van de ‘Fahrbereitschaft’, de dienstploeg die alles betreffende het vervoer regelde, en privé-chauffeur van eerst de Nederlandse en later de Duitse kampcommandant(en). ‘Sommerfeld was een voormalig prof-worstelaar uit Hamburg. Een nare man die zich erger kon gedragen dan de SS-bewaking. Niemand in het kamp vertrouwde hem.’ Het zijn woorden van een derde naam op de lijst. Een man die net als Sommerfeld de oorlog in kamp Westerbork wist te overleven: Alfred Goldstein.

Fred Goldstein wordt in 1916 op het hoogtepunt van de Eerste Wereldoorlog in Güsten, ten zuiden van Keulen geboren in een gezin met drie oudere zussen. Zijn vader, op het moment van zijn geboorte soldaat, is na de oorlog een vrij succesvol zakenman. Moeder Goldstein heeft een eigen handel in duur porselein. Fred’s oudste zus overlijd als hij tien is, in 1926.

Na de machtsovername van de nazi’s in 1933 wordt het leven voor tiener Fred Goldstein steeds zwaarder. Omdat hij als Jood geen hogeschool mag bezoeken, kiest Fred noodgedwongen voor een baan als automonteur en chauffeur. In deze hoedanigheid werkt hij nog steeds als hij eind 1938 als Jood door SS’ers van de weg wordt gehaald. In gezelschap van een bevriende rabbijn komt Fred in het beruchte concentratiekamp Sachsenhausen terecht. ‘Toen we in het dorp bij het kamp aankwamen zagen we de resten van de synagoge nog smeulen. De wandeltocht van het station naar het Lager was loodzwaar. Er werd geslagen en gescholden, net als later in het kamp. Met hulp van de rabbijn ben ik die periode doorgekomen. Na twee maanden werd ik vrijgelaten. Als afscheid kreeg ik de boodschap dat ze de volgende keer niet zo “coulant” zouden zijn.’

Fred als doelman in kamp Westerbork.

Begin 1939 vlucht Fred Goldstein naar Nederland. Hij wordt opgevangen in een klein vluchtelingenkamp op de Zeeburgerdijk in Amsterdam en begin 1940 naar Zeeland gestuurd. Na de Duitse inval vertrekt Fred eigenhandig naar Duinkerken. De geallieerden, in grote paniek, weigeren iedereen die geen soldaat is mee te nemen en Fred blijft berooid achter. Op 16 juli 1940 wordt hij met het nummer 844 ingeschreven in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork.

Gezien zijn ruime ervaring krijgt Fred een baantje bij de garage van het kamp toegewezen. Hij rijd rond in de kleine bus, vooral naar het nabijgelegen dorp Hooghalen om brood te halen. De bus rijd dan nog op gas. Vanaf 1943 is dit niet langer mogelijk en worden er in Westerbork auto’s gebouwd die op steenkool kunnen rijden. Fred is één van de ingenieurs achter dit voor die tijd revolutionaire project.

Ik ben tot vrijwel het einde van de oorlog chauffeur gebleven op het busje. Ik moest vooral SS’ers van A naar B brengen. Het was een baantje waar je ook nog wel eens wat kon organiseren. Zo was Westerbork stopplaats voor vrachtauto’s op weg naar Duitsland. Als er zich dan eten in die auto’s bevonden konden we er hier en daar nog weleens wat van afpikken.

Kamp Westerbork is dan inmiddels overgenomen door de nazi’s. Als ‘Alte Lagerinsasse’ is Fred’s positie relatief veilig, zeker gezien zijn “onmisbare” betrekking in de garage. ‘Ik ben tot vrijwel het einde van de oorlog chauffeur gebleven op het busje. Ik moest vooral SS’ers van A naar B brengen. Het was een baantje waar je ook nog wel eens wat kon organiseren. Zo was Westerbork stopplaats voor vrachtauto’s op weg naar Duitsland. Als er zich dan eten in die auto’s bevonden konden we er hier en daar nog weleens wat van afpikken.’

Vanwege zijn kennis op het gebied van de alternatieve aandrijving van auto’s wordt Fred in het voorjaar van 1944 naar Velp gestuurd waar zich een SS-hoofdkwartier bevindt. Hij werkt onder andere voor de beruchte SS’er Aus der Fünten. Na de slag om Arnhem wordt Fred teruggezonden naar kamp Westerbork, waar hij opnieuw in de garage werkt. De laatste trein is dan inmiddels vertrokken.

De garageploeg van het kamp.

In juni 1945 verlaat Fred Goldstein kamp Westerbork voor Amsterdam. Hij werkt er bij een kampvriend als chauffeur en monteur. In 1949 krijgt Fred de gelegenheid om naar de Verenigde Staten te vertrekken. Een week na aankomst heeft hij zijn eerste baan als fietsenmaker te pakken. Via een docent op een avondschool komt hij contact met zijn latere echtgenote met wie hij twee kinderen krijgt.

Fred Goldstein, tientallen jaren succesvol hoteleigenaar, is enige jaren geleden op hoge leeftijd in de Verenigde Staten overleden.