Frieda Levin

De uit Duitsland afkomstige Eva Rieger werkte vanaf 2007 een jaar lang als vrijwilliger voor het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Ze woonde in die periode in de stad Groningen waar ze later tijdens haar studietijd zou blijven wonen. 65 jaar eerder zou Eva een buurmeisje zijn geweest van de eveneens uit Duitsland afkomstige Frieda Levin (1902), die in kamp Westerbork de bevrijding wist mee te maken.

Frieda Levin.

Frieda Levin

Het was 5 oktober 1942 toen Frieda Levin in kamp Westerbork arriveerde. Zij was toen veertig jaar oud en haar beroep was kleermaakster, zo blijkt uit haar registratiegegevens.

Als je kleermaakster bent, zal je wel handig zijn met een schaar, zullen ze bij Frieda’s aankomst in het kamp hebben gedacht. Of misschien was het gewoon een kwestie van geluk dat Frieda een baan kreeg als kapster. Ze werkte in barak 27 – het badhuis van het kamp. Mogelijk dat haar baan ervoor gezorgd heeft dat Frieda tot één van de enkele honderden overlevenden van Westerbork behoorde. Wie een baan had werd namelijk niet gelijk op transport gesteld.

Voordat ze naar kamp Westerbork kwam, woonde Frieda in Groningen aan de J.C. Kapteynlaan. Ruim 65 jaar later waren we soort van buren geweest, want ik woonde tijdens mijn studie aan het Sabangplein, dus ook in de Korrewegwijk.

Frieda zal haar werk uitstekend hebben uitgevoerd, want ze werd de kapster van Elisabeth Hassel, de secretaresse van kampcommandant Gemmeker. Misschien heeft Frau Hassel er ook voor gezorgd dat Frieda in het kamp mocht blijven tot aan de bevrijding. De kans is aanwezig. Tijdens haar verhoor noemde Frau Hassel Frieda een ‘aardige vrouw die mij zeer vertrouwelijk was’. Toen ze na de oorlog werd gevraagd om te getuigen tegen Frau Hassel besloot Frieda beleefd te weigeren. Ze kon niets slechts over haar vertellen. Want, zo zei Frieda, Frau Hassel had niet tegen haar gesproken terwijl ze geknipt werd en Frieda had het niet aangedurfd om iets tegen haar te zeggen. Het moet een oorverdovende stilte zijn geweest, tijdens die knipbeurten. Overigens verklaarde Elisabeth Hassel op haar beurt dat Frieda ‘haar alles uit haar privé leven had verteld’. Hoe zij in Duitsland verloofd was geweest met een politiebeambte en hoe zij ‘in het Lager had kennisgemaakt met een zekere Frankenstein, die zijn vrouw onvindbaar was’. Later was ze met deze Frankenstein getrouwd. Elisabeth Hassel zelf zou Frieda ook allerlei geheimen verteld hebben.

Voordat ze naar kamp Westerbork kwam, woonde Frieda in Groningen aan de J.C. Kapteynlaan. Ruim 65 jaar later waren we soort van buren geweest, want ik woonde tijdens mijn studie aan het Sabangplein, dus ook in de Korrewegwijk. Ook kwamen we allebei uit Duitsland, echter, ik was in tegenstelling tot Frieda geen vluchteling. Voor mij was mijn komst naar Groningen het begin van mijn studententijd. Wat betekende: op kamers gaan wonen, geen ouders die zeggen wat je moet doen, uitgaan zolang je maar wilt en daarnaast een klein beetje studeren.

Frieda, zo mag ik aannemen, koesterde met haar vertrek uit Duitsland vooral de hoop om in veiligheid en vrijheid te kunnen leven. Ik mag van geluk spreken dat dit voor mij als vanzelfsprekend leek.