Fritz & Ilse Eppinghausen

Oud-geschiedenisleraar Hans Piek schreef een portret over Fritz en Ilse Eppinghausen. Zij maakten zowel het begin als het einde van de Tweede Wereldoorlog in kamp Westerbork mee. Fritz en Ilse emigreerden na de oorlog naar Zuid-Amerika.

Barak 16, de barak van Fritz en Ilse en kamp Westerbork gedurende lange tijd.

Fritz & Ilse Eppinghausen

Ilse Rosenthal en Fritz Eppinghausen trouwden op 2 november 1938 in Dortmund. Zes dagen later, in de nacht van 8 op 9 november, vond wat later de Kristallnacht zou gaan heten plaats: in heel Duitsland werden synagogen in brand gestoken, etalages van Joden ingegooid, winkels geplunderd en Joden gemolesteerd. Het lijkt erop dat Fritz, gymnastiekleraar aan een Joodse school in Dortmund, toen opgepakt is en in het concentratiekamp Sachsenhausen terecht kwam.

Dat Fritz daar ook weer uitgekomen is staat vast: we weten dat hij op 24 december 1938 in Rotterdam ingeschreven werd. Dat inschrijven ging op een speciale wijze, de Minister van Binnenlandse zaken had verordonneerd dat Joodse vluchtelingen niet op de normale manier ingeschreven mochten worden.

Fritz en ook later Ilse kwamen terecht in het Vluchtelingenkamp Koninginnehoofd in Rotterdam, vlak bij de plek waar de schepen van de Holland-Amerika Lijn aanmeerden. We weten dat Fritz en Ilse een verblijfsvergunning hebben aangevraagd, dat blijkt uit correspondentie tussen de burgemeester van Rotterdam en het ministerie.

Fritz was waarschijnlijk niet onbekend met Nederland: Ilse was er al in 1934 heengegaan. Ze werd op 22 februari van dat jaar in Den Haag ingeschreven. Haar zus, Anne, getrouwd met Siegfried van Cleeff, was ook in 1934 naar Nederland verhuisd; zij woonden in Winterswijk. Het lijkt er op dat de zussen al vroeg inzagen dat het fout ging in Duitsland, waar begin 1933 Hitler de macht naar zich toe had getrokken. Ilse bleef overigens niet in Den Haag wonen: we zien tussen 1934 en 1939 een zwerftocht tussen verschillende Nederlandse (Den Haag, Leiden, Amsterdam) en Duitse (Dortmund, Borken) steden. Borken ligt net over de grens in Duitsland, vlakbij Winterswijk.

Na hun huwelijk vertrok Fritz dus al snel naar Nederland en Ilse volgde in maart 1939. Op 24 januari 1940 vertrekken ze naar het nog vrij nieuwe vluchtelingenkamp in Westerbork, vermoedelijk niet vrijwillig: het was de bedoeling van de Nederlandse regering alle Joodse vluchtelingen op één plaats onder te brengen. Daar maken ze dus zowel het begin als het einde van de oorlog mee.

Fritz was waarschijnlijk niet onbekend met Nederland: Ilse was er al in 1934 heengegaan. Ze werd op 22 februari van dat jaar in Den Haag ingeschreven. Haar zus, Anne, getrouwd met Siegfried van Cleeff, was ook in 1934 naar Nederland verhuisd; zij woonden in Winterswijk.

Fritz en Ilse hadden een min of meer bevoorrechte positie: ze werden beide als ‘Alter Kampinsasse’ erkend en dat betekende, toen de transporten naar het Oosten in 1942 begonnen, voorlopig uitstel van transport. Bovendien deed Ilse in mei 1944 een verzoek om uitstel van transport en in vrijheidstelling op grond van haar afstamming. Dat betekent dat ze volgens de naziwetten niet-Joods zou zijn. Ze kreeg in elk geval uitstel, wat het onderzoek opleverde is niet bekend.

Een bewaard gebleven document laat zien dat Fritz toestemming kreeg om naar Amsterdam te reizen, hij diende te overnachten bij de Expositur. Over de reden van zijn bezoek aan Amsterdam kunnen we gissen: uitstel van transport bepleiten, een taak bij de Joodse Raad?

In het kamp was ook de moeder van Fritz, Bertha Eppinghausen-Rosenthal, opgesloten. Voor haar was er geen uitstel van deportatie: op 8 januari 1944 ging ze op transport naar Theresienstadt. Begin oktober 1944 werd moeder Eppinghausen naar Auschwitz-Birkenau doorgestuurd waar ze bij aankomst om het leven werd gebracht. De vader van Fritz, Louis, was al in 1941 in Winterswijk overleden. Hij was daar met Bertha ingetrokken bij dochter Anne en haar man Siegfried van Cleeff. Ook Anne en Siegfried en hun in 1938 geboren zoon Hans overleefden de oorlog niet: in november 1942 kwamen ze in Westerbork aan en op 7 september 1943 ging dit gezin op transport naar Auschwitz. Anne en Hans werden bij aankomst vergast; Siegfried stierf op 31 maart 1944. De moeder van Ilse, Bertha Rosenthal Cohen, haalde het einde van de oorlog eveneens niet: ze stierf in Theresienstadt in 1942.

Nadat Ilse en Fritz in juli 1945 het kamp mochten verlaten vertrokken ze naar Amsterdam waar ze aan de Cliostraat gingen wonen om daarna in 1946 naar de Hectorstraat te verhuizen. Op beide adressen woonden Fritz en Ilse niet alleen: ze woonden “in”.

In juli 1948 zijn Ilse en Fritz geëmigreerd: eerst naar Paraguay en daarna naar Argentinië. Hoe het hen daar vergaan is weten we niet. Alleen nog dit: op één van de Joodse begraafplaatsen in Buenos Aires is het graf van Federico Eppinghausen, overleden in 1969, te vinden. Zou dit wellicht Fritz zijn?