Gideon Drach

De in Duitsland geboren Gideon Drach kwam als jongeman in 1936 in Amsterdam te wonen. Tijdens de bezetting was hij actief in het verzet, werd uiteindelijk opgepakt en kwam in 1944 in kamp Westerbork terecht. Dit portret is geschreven door geschiedenisstudente Jessica Benjamins.

Het smalspoortreintje van kamp Westerbork.
Het smalspoortreintje van kamp Westerbork.

Gideon Drach

Gideon Drach kwam op 5 juli 1916 als Thomas Drach ter wereld in het Duitse München. Hij was de zoon van Anna Goedmann en Frits Drach. Zijn jeugd bracht Gideon in Duitsland door. In 1933 vertrok hij naar Litouwen waar hij na alle waarschijnlijkheid de naam Gideon aannam. Op de lijst van bewoners van kamp Westerbork ten tijde van de bevrijding staat Gideon als Thomas Drach geregistreerd. Het is dus goed mogelijk dat hij pas na de oorlog zijn naamsverandering officieel heeft laten vastleggen.

Vanaf 1936 was Gideon woonachtig in Nederland. Hij verbleef vanaf dat moment op verschillende adressen in Amsterdam. Zijn laatste verblijfplaats voor hij gedwongen werd om onder te duiken, was de 2e Jan Steenstraat.

Gideon was van half-Joodse komaf, zo constateerden de nazi’s althans in 1943. Hierdoor hoefde hij geen ster te dragen en mocht hij vrij met het openbaar vervoer reizen. Gideon behoorde verder tot de zogenaamde groep ‘Palestinapioniers’, jonge Joods-Duitse vluchtelingen die in de jaren dertig in Nederland een opleiding volgden om later een leven in Palestina te kunnen opbouwen. In 1939 had Gideon daadwerkelijk de kans om naar Palestina vertrekken, maar hij besloot hier om persoonlijke redenen vanaf te zien.

Tijdens de bezetting was Gideon lid van een bekende verzetsgroep: De Westerweelgroep. De Westerweelgroep werd opgericht door Joop Westerweel. Als hoofd van een Montessorischool kon hij zich niet vinden in de scheiding die werd gemaakt tussen Joden en niet-Joden. De groep bestond uit zowel Joodse als niet-Joodse leden. De Westerweelgroep zette ontsnappingsroutes naar het buitenland op. Joden die in de mogelijkheid waren, werden via België en Frankrijk naar het vrije Spanje of Zwitserland gesmokkeld. Eindbestemming was Palestina. Er wordt geschat dat de Westerweelgroep verantwoordelijk is voor het in veiligheid brengen van zeker 300 tot 400 Joden. Joop Westerweel wist uiteindelijk de oorlog niet te overleven. Hij werd in 1944 in de buurt van kamp Vught gefusilleerd.

Binnen de Westerweelgroep was Gideon onder andere verantwoordelijk voor de distributie van vervalste persoonsbewijzen. In 1970 zei de immer bescheiden Gideon tegen een verslaggever hier het volgende over: ‘Het verschaffen van een persoonsbewijs was, nadat we er “routine” hadden gekregen, niet zo’n bijzonder feit. Ik was waarschijnlijk niet meer dan een bemiddelaar: het echte werk deden anderen.’

‘Het verschaffen van een persoonsbewijs was, nadat we er “routine” hadden gekregen, niet zo’n bijzonder feit. Ik was waarschijnlijk niet meer dan een bemiddelaar: het echte werk deden anderen.

In maart 1944 werd Gideon Drach, inmiddels ondergedoken, opgepakt en naar Westerbork gedeporteerd. Hij kwam terecht in de strafbarak van het kamp. Vanwege zijn status als “half-Jood” werd hij verlopig vrijgesteld van transport. Wel diende Gideon net als alle andere strafgevallen te werken in het industriegedeelte van Westerbork.

Begin september 1944 leek Gideon te worden weggevoerd naar het Oosten. Een van zijn vrienden in het kamp, Kurt Walter, was eveneens lid van de Westerweelgroep. Hij besloot Gideon te helpen ontsnappen. Walter was machinist op het treintje dat dagelijks over een smalspoor naar het nabijgelegen Oranjekanaal reed en daar goederen ophaalde die in het kamp bewerkt of gesloopt moesten worden. Walter verborg Gideon in een van de karren van zijn treintje en reed richting het Oranjekanaal. Gideon vluchtte vervolgens naar een boer in de buurt die te goeder trouw was en dook daarna onder bij de familie Scheltes in Assen.

Begin 1945 werd Gideon opnieuw opgepakt en teruggestuurd naar kamp Westerbork. Hier bevond hij zich nog steeds toen op 12 april 1945 de Canadezen het kamp bevrijdden.

Na de bevrijding moest Gideon nog tot 28 juni wachten voordat hij het kamp mocht verlaten. Hij keerde terug naar Amsterdam en ging aan de Scheldestraat wonen.

In 1947 trouwde Gideon met Margot Rosenthal. Net als Gideon was ook Margot van Duitse afkomst en tijdens de oorlog een tijdlang ondergedoken geweest. Begin juni 1944 was Margot opgepakt en naar Westerbork gebracht. Op 3 september was ze vervolgens doorgestuurd naar Auschwitz. In april 1945 werd Margot in Bergen-Belsen door het Britse leger bevrijd.

Aan het einde van de jaren veertig emigreerden Gideon en Margot naar het pas opgerichte Israël. Net als Gideon nam ook Margot een andere naam aan: Margalit.

Gideon Drach is op 30 mei 1990 in de havenstad Haifa in Israël overleden.