Hans & Hildegard Ottenstein

Hans Ottenstein was koopman en jurist van beroep. In Westerbork werd hij het hoofd van de Antragstelle. Hierdoor was Ottenstein één van meeste invloedrijke gevangenen binnen het kamp. In kamp Westerbork trouwde Hans met Hildegard Ottenstein-Cramer-Sachs. Dit portret is geschreven door geschiedenisstudente Jessica Benjamins.

Jacob da Silva Curiël, tweede van rechts.

Hans & Hildegard Ottenstein

Hans Ottenstein werd op 14 april 1902 in Nürenberg geboren. Zijn vrouw Hildegard Ottenstein-Cramer-Sachs kwam ter wereld in Breslau, op 17 oktober 1914. Hans werkte als jurist en koopman. Hij vluchtte in de jaren dertig uit Duitsland naar Nederland, waar hij eerst in Den Haag kwam te wonen. In 1940 werd Hans gedwongen om de stad te verlaten: hij verhuisde naar Hilversum. In januari 1942 werd hij naar kamp Westerbork gestuurd.

Na de Tweede Wereldoorlog stelde Ottenstein een persoonlijk verslag op waarin hij gedetailleerd vertelde over zijn verblijf in kamp Westerbork. Over zijn deportatie naar Westerbork schreef hij dat hij, uit angst voor represailles en omdat zijn ouders ook in Hilversum woonden, het bevel van de autoriteiten niet durfde te negeren. Ottenstein verbleef tot aan de bevrijding, ruim drie jaar na zijn aankomst, in kamp Westerbork.

In zijn verslag schrijft Hans over zijn aankomst in het kamp: ‘Wij kwamen ’s avonds in Westerbork aan, in een andere wereld; het was niet alleen het verschil tussen een nog betrekkelijk vrij leven in de maatschappij en het gedwongen verblijf in het kamp, het leek ons meer: weg van Holland naar een “Lager”, ook al was de commandant Nederlander – en, zoals ik mettertijd te weten zou komen anti-nazi en anti-Duits gezind – het precies voorgeschreven dagelijkse leven deed aan Duitsland denken, de taal van de +/- duizend kampbewoners – haast allemaal vluchtelingen om ras en geloof – was Duits.’

De Antragstelle werd in de zomer van 1942 opgericht en had als taak om mensen, die dachten daarvoor in aanmerking te komen, te helpen bij het verkrijgen van (voorlopige) vrijstelling van transport naar het oosten.

Hans kwam aan in Westerbork toen het kamp nog bestuurt werd door Nederlanders. De bezetter zou het bestuur van het kamp pas overnemen op 1 juli 1942. Tot die tijd waren de inwoners dan ook vooral Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Ottenstein beschreef kamp Westerbork op de volgende pakkende wijze: ‘Kamp Westerbork was (in elk opzicht) troosteloos! En dit verloren stukje grond werd door de Duitsers tot toneel gemaakt van jammer en tranen, tot het uitgangspunt van de Jodendeportaties uit Nederland.’

Hans Ottenstein werd vanwege zijn juridische achtergrond in kamp Westerbork benoemd tot hoofd van de Antragstelle. Hiermee bemachtigde hij, zo bleek later, één van de meest invloedrijke posities binnen het kamp. De Antragstelle werd in de zomer van 1942 opgericht en had als taak om mensen, die dachten daarvoor in aanmerking te komen, te helpen bij het verkrijgen van (voorlopige) vrijstelling van transport naar ‘het Oosten’. De meeste mensen die actief waren bij de Antragstelle hadden een juridische achtergrond. In principe zouden alle Joden via Westerbork worden doorgezonden naar kampen in Oost-Europa. Wanneer men aan bepaalde voorwaarden voldeed kon hier een uitzondering op gemaakt worden. De condities die voor vrijstelling konden zorgen, zo beschreef Ottenstein in zijn verslag, waren onder andere: ‘gedeeltelijke niet-Joodse afstamming, gemengd gehuwd, lidmaatschap van de Christelijke kerk, emigratie-papieren voor Palestina, bijzondere bescherming van Nederlandse of Duitse instanties en onmisbaarheid voor kamp Westerbork’.

Ook de ouders van Hans Ottenstein kwamen in de loop van de oorlog in kamp Westerbork terecht. Zijn vader, Julius Ottenstein, overleed in het kamp. Hans’ moeder Karoline werd op 18 januari 1944 naar Theresienstadt gedeporteerd, waar zij de oorlog wist te overleven. Korte tijd na het vertrek van zijn moeder trouwde Hans met Hildegard, die op 29 september 1943 in Westerbork aankwam. Het was Hildegard’s tweede huwelijk.

Na de bevrijding van kamp Westerbork op 12 april 1945 vertrokken Hans en Hildegard naar Amsterdam. Hans ging als onderzoeker aan de slag bij het RIOD, de voorloper van het huidige Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD).

Hans Ottenstein is 1986 in New York op 84-jarige leeftijd overleden. Hilde was al in 1955 gestorven, op slechts 41-jarige leeftijd.