Harry & Vera Josephs

Harry Josephs (1912) overleefde als enige van zijn familie de Tweede Wereldoorlog. Na de bevrijding emigreerde de uit de buurt van Bremen afkomstige Josephs naar de Verenigde Staten.

Een Joodse Raad-band zoals Harry en Vera die gedragen hebben.

Harry & Vera Josephs

Harry Josephs was de zoon van koopman Carl Max Josephs (1870) en Röse Birnbaum. Zij trouwden in 1909 in Hildesheim. Harry en broer Frits-Günther (1910) werden in Jever geboren.

In de herfst van 1916 verhuisde de familie Josephs van Jever naar het nabijgelegen Bremen. Ze woonden er eerst in de Hohenlohestrasse, vervolgens in de Fedelhören en rond 1930 was de familie op de Rembertistrasse 30 terechtgekomen. Vader Carl was in het centrum van Bremen eigenaar van een grote speciaalzaak in koffie, thee en chocolade. De zaak van Carl Josephs behoorde tot de grootste en beste winkels van de stad. In 1935, twee jaar na het aan de macht komen van de nazi’s, lag de jaaromzet nog rond de 300.000 DM. Voor een winkel in eigendom van een Joodse inwoner ongekend.

De zaak van Harry’s vader was een doorn in het oog van de nazi’s in Bremen. In 1935 riepen zij in een lokale uitgave van de NSDAP op tot een boycot van de winkel. In de volgende jaren liepen de inkomsten, waarschijnlijk vanwege de handel met andere delen van het land, echter nauwelijks terug.
Drie jaar later gebeurde het onvermijdelijke alsnog: onder dwang moest Carl Josephs met groot verlies zijn zaak aan de staat verkopen. Na de Kristallnacht in november 1938 werd Harry’s vader opgepakt en naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht. Alhoewel hij na korte tijd werd vrijgelaten zou hij deze schok niet meer te boven komen. Op 11 december 1939 stierf Carl in een Judenhaus in Bremen. Moeder Röse werd op 18 november 1941 naar het getto in Minsk weggevoerd. Daar overleed ze binnen het half jaar, vlak voor de grote massa executies in juli 1942.

De zaak van Carl Josephs behoorde tot de grootste en beste winkels van de stad. In 1935, twee jaar na het aan de macht komen van de nazi’s, lag de jaaromzet nog rond de 300.000 DM. Voor een winkel in eigendom van een Joodse inwoner ongekend.

Harry en zijn broer Frits waren begin jaren dertig al naar Nederland gevlucht. Na een klein jaar in Bussum te hebben geleefd, betrok Harry in 1934 een huis in Amsterdam waar hij een opleiding in elektrotechniek volgde. Toen op 10 mei 1940 de Duitse legers Nederland binnenvielen bezat Harry een kleine maar florerende zaak in de hoofdstad en was hij getrouwd (1939) met de eveneens uit Duitsland afkomstige Joodse Vera Tichauer (1901).

Tijdens de oorlogsjaren waren zowel Harry (elektricien) als zijn vrouw Vera (typiste) werkzaam voor de Joodse Raad in Amsterdam. Het was één van de belangrijkste redenen dat beiden tot de bevrijding in Westerbork wisten te blijven.

Op 28 juni 1945 mochten Harry en Vera kamp Westerbork verlaten. Enkele maanden later besloten ze te scheiden. Harry’s broer overleefde de oorlog niet. Frits-Günther vertrok op 4 mei 1943 vanuit Westerbork naar Sobibor waar hij bij aankomst werd vermoord in de gaskamer.

In februari 1947 emigreerde Harry Josephs naar de Verenigde Staten. In 1966 overleed hij in New York, slechts 54 jaar oud.