Hartog Anholt

Een in 1920 genomen foto van een welgestelde familie uit Enkhuizen, die het leven en overleven van een Joodse inwoner van dorp vertelt. Het verhaal van Hartog Anholt (1882).

Jubileumfeest 50 jaar Enkhuizer Courant, 1920. Archief Kroniek van Enkhuizen.

Hartog Anholt

Op het jubileumfeest van het vijftigjarig bestaan van de Enkhuizer Courant in 1920 werd een foto gemaakt met alle aanwezige personen. Gecentreerd op de foto is de directeur van de krant, D.C. Egmond te zien, geflankeerd door familie en oud-werknemers. Naast D.C. Egmond zitten dochter Maria Anholt-Egmond en haar man Hartog Antholt. Hartog woont dan sinds een jaar of tien in de Noord-Hollandse plaats. Hij is er in 1909 aangesteld als leraar Frans op de HBS, gevestigd in het centrum van het dorp.

In Enkhuizen ontmoet Hartog Maria met wie hij in 1916 trouwt. De familie Egmond behoort tot de rijkste en belangrijkste families uit de streek. D.C. Egmond is eigenaar van de drukkerij waar de Enkhuizer Courant wordt gedrukt, maar ook bijvoorbeeld initiatiefnemer van het muziekcorps. Regelmatig gaat de familie met zijn allen naar het buitenland op vakantie – in die tijd een luxe – zo valt te zien op de vele foto’s die bewaard zijn gebleven. Ook spelen Maria en haar broers en zusters graag tennis, dan een elitesport.

Vanuit het beruchte Oranjehotel wordt Hartog Anholt op 13 december 1944 met 36 andere mensen per auto naar kamp Westerbork gereden. Hartog is er slecht aan toe en wordt in het ziekengedeelte geplaatst.

Hartog is zelf eveneens sociaal actief binnen de Enkhuizer gemeenschap. Hij behoort er in 1912 bij de oprichters van de eerste padvindersgroep, die grotendeels is samengesteld uit leerlingen van de HBS. Als voorzitter schrijft hij regelmatig artikelen over de activiteiten van de groep in de Enkhuizer Courant, waar hij naast zijn baan op de HBS als administrateur aan de slag is gegaan.

Al die tijd ondervindt Hartog geen problemen van zijn Joodse achtergrond. Hij is dan wel enigszins religieus opgevoed, maar Hartog kan gedurende de eerste decennia van de twintigste eeuw niet als praktiserende Jood omschreven worden. Desondanks krijgt hij toch ook te maken met de anti-Joodse maatregelen als de nazi’s in mei 1940 de macht in Nederland overnemen. In 1942 duikt hij met hulp van zijn familie onder. Lange tijd waant Hartog zich veilig tot hij in de herfst van 1944 in de buurt van Den Haag verraden blijkt te zijn en opgepakt wordt.

Vanuit het beruchte Oranjehotel wordt Hartog Anholt op 13 december 1944 met 36 andere mensen per auto naar kamp Westerbork gereden. Hartog is er slecht aan toe en wordt in het ziekengedeelte geplaatst. Daar verblijft hij tot er begin februari 1945 bij een persoonsbewijscontrole in zijn tas een illegale krant wordt ontdekt. Hartog komt in de gevangenis (barak 51) van het kamp terechtkomt.

Op 11 april 1945 – één dag voor de bevrijding – wordt Hartog Anholt na het vertrek van de laatste bewakers, door zijn medegevangenen uit de gevangenis vrijgelaten. Ruim twee maanden later mag hij Westerbork verlaten en keert hij terug bij zijn vrouw en schoonfamilie in Enkhuizen.