Herman & Louise Zuidema

Marijke van Suchtelen en Laura de Vries van de Ubbo Emmius Scholengemeenschap in Stadskanaal schreven een interessant verhaal over Herman en Louise Zuidema die in 1942 vanuit Wildervank in kamp Westerbork terechtkwamen.

Herman & Louise Zuidema.

Herman & Louise Zuidema

Aan het Oosterdiep in Wildervank woonde voor de Tweede Wereldoorlog de familie Zuidema. De op 14 mei 1896 geboren Herman Zuidema was de zoon van Nathan Zuidema (1851) en Henderina Denneboom (1861). Nathan Zuidema was een bekende veehandelaar in wiens voetsporen Herman in zijn tienerjaren trad.

In de jaren dertig behoorde Herman Zuidema tot de rijkste leden van de Joodse gemeenschap in Wildervank en omstreken. Hij was op dat moment al enige jaren getrouwd met Louise “Line” Denneboom (1896). Samen kreeg het stel twee kinderen: zoon Nico-Jan overleed in 1924 zes dagen na zijn geboorte; broertje Nathan, wiens roepnaam Nico luidde, was in 1940 een gezonde vijftienjarige Joodse jongen.

Nico Zuidema.

De Duitse inval en eerste anti-Joodse maatregelen hadden een desastreus effect op het gezin Zuidema. In de zomer van 1942 – Herman had zijn handel inmiddels moeten opgeven – ging Nico op de vrijdagse sabbatavond naar de synagoge in het nabijgelegen Veendam. Nico was vergeten dat hij daarmee een overtreding beging: vanaf juli van dat jaar was het verboden zonder toestemming de gemeentegrenzen te overschrijden. Ondanks het feit dat Wildervank samen met Veendam een Joodse gemeente vormde, waren het twee verschillende burgerlijke gemeenten.

Een pro-Duitse veldwachter spotte Nico Zuidema die vrijdagavond. Hij werd gearresteerd en naar kamp Amersfoort weggevoerd. Vanuit Amersfoort schreef Nico een brief aan zijn ongeruste ouders waarin hij uitlegde wat er met hem was gebeurd. Daarna hoorden Herman en Line niets meer van hun zoon.

Een pro-Duitse veldwachter spotte Nico Zuidema die vrijdagavond. Hij werd gearresteerd en naar kamp Amersfoort weggevoerd. Vanuit Amersfoort schreef Nico een brief aan zijn ongeruste ouders waarin hij uitlegde wat er met hem was gebeurd. Daarna hoorden Herman en Line niets meer van hun zoon.

Vrijwel direct na het ontvangen van zijn zoons brief, moest ook Herman Zuidema zelf uit Wildervank vertrekken. Vanaf 19 augustus 1942 verbleef hij in kamp Westerbork. Vanwege zijn ervaring als veehandelaar werd hij daar als ploegbaas in de buitendienst tewerkgesteld. Op het hoogtepunt in december 1943 werkten er voor de buitendienst bijna 900 mensen, grotendeels als hulp bij boeren in de omgeving of op de eigen kampboerderij. Ook de Duits-Joodse Paul Siegel (1924) werkte ten tijde van de oorlog als ploegbaas binnen de buitendienst:

‘De werkgroepen verlieten elke ochtend onder begeleiding van Hollandse politieagenten het kamp. De boeren moesten zelf voor voedsel voor hun arbeiders zorgen. Het land in de omgeving was niet erg vruchtbaar en voornamelijk geschikt voor het verbouwen van aardappels, waarvan honderden hectaren met de hand werden gepoot. De groepen groeiden in de loop van het seizoen soms aan tot tachtig man.’

Line Zuidema kwam op 3 oktober 1942 in kamp Westerbork aan en wist via Herman een baantje in de keuken te verkrijgen. Na korte tijd in verschillende grote woonbarakken te zijn ondergebracht, kreeg het stel begin 1943 een kamer in een kleine woning in barak 19. De woning werd gedeeld met een gezin met kinderen dat de grootste kamer betrok. Herman en Line bewoonden de kleinere kamer die oorspronkelijk als een slaapkamer was ontworpen.

Gevangenen van Westerbork werkend op het land.

Vanwege zijn functie bleef Herman Zuidema met zijn vrouw tot het einde van de oorlog van transport gevrijwaard. Een kleine maand na de bevrijding, op 11 mei 1945, verliet hij het kamp en keerde terug naar Wildervank. Zoon Nico bleek al vrij snel na zijn arrestatie naar Auschwitz te zijn gedeporteerd waar hij op 19 augustus 1942 om het leven was gebracht.

Tijdens het proces tegen Albert Konrad Gemmeker in 1949 werd Herman als getuige opgeroepen. ‘Ik doe u nog mededeling, dat ik getuige ben geweest dat Gemmeker een mij onbekend manspersoon, ook lageringezetene, voor straf op een zondag in de barre winter van 1943/1944, een gehele dag bij de afrastering in de felle kou heeft gezet, met zijn gezicht in de snerpende wind’, zo verklaarde Herman onder andere. ‘Dit was een straf, omdat de persoon geloof ik niet gegroet had of omdat hij een poging tot ontvluchting had gedaan.’

Herman Zuidema overleed in februari 1958 in Wildervank. Louise “Line” Zuidema stierf bijna twintig jaar na haar man, in december 1977, eveneens in het Groningse veendorp.