Herman Neeter

De tweeënhalf jaar oude Herman Neeter (1942) is één van de kinderen die in de winter van 1945 in het nieuwe weeshuis van kamp Westerbork wordt verzorgd door directeur Hans Steinitz en zijn collega’s. Samengesteld met hulp van Herman’s zwager Andrew Drewitt.

Het weeshuis in kamp Westerbork.

Herman Neeter

Er is een beeld, een foto, genomen in 1944 vanaf de wachttoren in de noordwesthoek van kamp Westerbork. De foto toont een barak en de speelplaats in volle omvang. Er zijn kinderen zijn aan het spelen. Op het veld voor de barak zijn zelfs doelpalen te zien. Een groepje trapt tegen een bal. Het zijn “weeskinderen”, onderduikkinderen, die zonder ouders in het kamp terecht zijn gekomen. Soms zijn het wezen of halfwezen, soms zijn het vluchtelingetjes uit Duitsland. Ook zijn er kinderen te zien wiens ouders in een gewone- of strafbarak verblijven.

Een paar maanden later lijken deze taferelen verleden tijd. De weeskinderen en de andere figuranten op de foto zijn met de laatste transporten vertrokken. Het weeshuis van het kamp is verlaten, ons land staat op het punt om bevrijd te worden.

Het loopt allemaal net wat anders. Zuid-Nederland wordt bevrijd, maar het westen en noorden blijven bezet. Daar maken de nazi’s nog op grote schaal jacht op Joodse onderduikers. Tientallen worden er opgepakt en naar kamp Westerbork overgebracht, ook onderduikkinderen zonder vader of moeder, zoals Herman Isaac Neeter.

De familie Neeter in 1957. Herman staand, tweede van links.

Op 5 februari 1945 arriveert Herman Isaac Neeter in het kamp. Hij is met ruim 80 anderen uit het beruchte Oranjehotel, de strafgevangenis van Scheveningen, naar Westerbork gebracht. Vrijwel vanaf zijn geboorte, in de zomer van 1942, heeft Herman onderdoken gezeten in de bakkerij van Dik en Anneke Dronkert in Rijswijk. Uit religieuze overwegingen verschaffen de Dronkerts Herman een onderduikplek.
Herman’s ouders, Abraham “Ap” Neeter (1914) en Baradine Marcenne “Berry” Neeter-Heertjes (1914), gehuwd in 1940, zitten enkele kilometers verder ondergedoken bij de familie Sloos.

Na aankomst in Westerbork is het voor de kampadministratie lastig vast te stellen wie het nieuwe jongetje met het donkere haar is. Geen van de mensen met wie hij op 5 februari binnenkomt, kan hem identificeren, en zelf spreken doet het tweeënhalf jarige mannetje nog nauwelijks.

Na aankomst in Westerbork is het voor de kampadministratie lastig vast te stellen wie het nieuwe jongetje met het donkere haar is. Geen van de mensen met wie hij op 5 februari binnenkomt, kan hem identificeren, en zelf spreken doet het tweeënhalf jarige mannetje nog nauwelijks. Zodoende wordt hij in eerste instantie als Unbekanntes Kind ingeschreven. Enkele dagen later geeft Dora-Frances Bloch, die sinds 3 juli 1943 in het kamp verblijft, uitsluitsel. Zij is een oude vriendin van Ap en Berry en herkent in de kleine jongen het zoontje van de Neeters.

Herman zit op dat moment in het nieuwe weeshuis van kamp Westerbork, dat is gevestigd in één van de voormalige ziekenbarakken. Onder leiding van de laatste directeur van het oude weeshuis, Hans Steinitz, die in september 1944 in het kamp is achtergebleven, worden hier tientallen nieuwe “weeskinderen” opgevangen. Steinitz’ betrokkenheid bij de kinderen is groot. Samen met enkele verpleegsters probeert hij de kinderen fysieke, maar vooral ook geestelijke zorg te bieden. De jarenlange onderduik en het plotselinge verraad hebben bij de kinderen diepe sporen nagelaten.

Herman op latere leeftijd met zijn eigen gezin. Zittend uiterst rechts.

Tot begin juni 1945 verblijft Herman Neeter onder de hoede van Hans Steinitz in kamp Westerbork, waarna hij herenigd wordt met zijn ouders. In eerste na de oorlog jaren woont het gezin in Rijswijk, waar Hermans zusjes Rose (1946) en Renee (1951) worden geboren. Later verhuizen ze naar Amsterdam.

De Russische reactie op de Hongaarse opstand doen Ap en Berry Neeter in 1957 besluiten om uit te wijken naar Zuid-Amerika. Het gezin vestigt zich in Venezuela, waar de zus van Berry dan al enige jaren woont. Herman voltooit er zijn middelbare school en volgt een opleiding tot architect. In 1969 trouwt Herman, inmiddels een succesvol architect, in Caracas met Olga Paparoni. In de Venezolaanse hoofdstad worden ook zijn zoons Daniel (1970) en Eduardo (1973) geboren. Herman overlijdt er op 18 september 1996.