Hermann Anspacher

Hermann Anspacher vluchtte in 1939 naar Nederland, kwam in oktober 1942 in Westerbork terecht en wist als lid van Ordedienst de oorlog te overleven. Een portret van een bewogen leven.

Hermann Anspacher.

Hermann Anspacher

Voor de Tweede Wereldoorlog bezat Hermann Anspacher (1887) in de Kornstrasse 37 in Bremen een grote paarden- en veehandel. Vanwege een door de nazi’s opgelegd handelsverbod voor Joden kon hij vanaf 1937 zijn zaak nagenoeg niet meer draaiende houden. In de beruchte Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 werd Hermann net als de meeste mannelijke Joden in Bremen gearresteerd en naar het concentratiekamp Sachsenhausen afgevoerd.

Met zijn vrouw Friederike Körbchen (1892) had Hermann twee kinderen gekregen. Voordat hij werd opgepakt in november 1938 had Hermann zoon Bernhard en dochter Rosemarie nog in veiligheid kunnen brengen. Bernard was in november 1938 met een kindertransport naar Engeland vertrokken. Daar trad hij in 1940 in dienst bij The Manchester Regiment. Rosemarie was bij familieleden in Antwerpen ondergebracht. Na korte tijd in Brussel te hebben verbleven keerde Rosemarie in 1940 naar haar moeder in Bremen terug.

Na enkele weken mocht Hermann Anspacher Sachenhausen verlaten, onder de voorwaarden dat hij niets over zijn ervaringen vertelde, het handelsverbod strikt zou naleven en Duitsland zo snel als mogelijk zou verlaten. Begin april 1939 vertrok Hermann vervolgens naar Groningen waar hij bij familieleden kon intrekken. Vrouw Friederike bleef alleen in Bremen achter, zij had nog geen toestemming om zich in Nederland te mogen vestigen.

Joodse Bremenaren worden weggevoerd, november 1938.

In de zomer van 1942 kreeg de werkloze Hermann Anspacher een oproep om zich te melden voor werkverschaffing. Begin juli volgde een keuring waarna Hermann werd uitgezonden naar kamp Twilhaar, een in 1940 gebouwd barakkenkamp nabij Nijverdal in Overijssel. ‘Het waren allemaal mensen uit de stad Groningen. Nog vol moed en gein’, noteerde kampbeheerder Henner Hoijmann over de komst van Hermann en zijn lotgenoten. Na de Groningers kwamen ook nog mannen uit Tilburg en Amsterdam. Twilhaar bood uiteindelijk plaats aan een kleine honderd Joodse dwangarbeiders.

Een werkdag in Twilhaar duurde van ‘s morgens 7.00 uur tot ‘s middags 16.45. Onder begeleiding van medewerkers van Staatsbosbeheer moesten Hermann en de andere Joodse dwangarbeiders zandgrond met kiezels en stenen weggraven, heide verwijderen, bomen rooien en wegen aanleggen

Op donderdagavond 1 oktober 1942 heerste een uiterst nerveuze spanning in kamp Twilhaar toen geruchten de ronde deden dat SS’ers in aantocht waren. De volgende dag moesten de mannen lopend op weg naar het station in Nijverdal. Vandaaruit werden ze onder het mom van gezinshereniging naar kamp Westerbork gestuurd.

In Westerbork was het begin oktober 1942 complete chaos. Niet alleen Twilhaar, maar ook alle andere Joodse werkkampen waren door de nazi’s leeggehaald en overgebracht naar het kamp op de Drentse heide. Binnen enkele dagen was Westerbork overspoeld met meer dan 10.000 nieuwe kampgevangenen. Drie dagen na aankomst werd Hermann pas geregistreerd. Tijdens zijn registratie diende hij een verzoek in van transport te worden vrijgesteld: Hermann had tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger gediend. Op basis van een zogenaamde ‘Frontkämpfersperre’ werd na enige dagen bepaald dat hij inderdaad voorlopig in Westerbork mocht achterblijven.

Opeens kwam het signaal dat het benodigde aantal personen voor het transport was gehaald. De rest van de rij, waaronder ik, mocht vertrekken. Dit heeft uiteindelijk mijn leven gered.

Op 1 november 1942 bleek Hermann’s Sperre echter niet zo sterk als gedacht. Zijn naam bevond zich op de transportlijst, de volgende dag zou hij met bijna duizend anderen naar Auschwitz worden weggevoerd.

‘Ik werd met alle anderen op de lijst naar barak 73, dat destijds als één van de transportbarakken gold, gebracht. De volgende dag werden we naar de registratiezaal geleid. Eén voor één werden de mensen geregistreerd. Ik stond ergens achteraan. Opeens kwam het signaal dat het benodigde aantal personen voor het transport was gehaald. De rest van de rij, waaronder ik, mocht vertrekken. Dit heeft uiteindelijk mijn leven gered. Op 6 november vroeg kampcommandant Gemmeker mij of ik me als Eerste Wereldoorlog-veteraan niet bij de Ordedienst wilde voegen.’

In december 1942 kreeg Hermann Anspacher de leiding over het net ingestelde strafgedeelte van kamp Westerbork. Vanwege deze functie bleef hij tot einde van de Tweede Wereldoorlog van deportatie gevrijwaard. Eind jaren veertig schreef hij voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) een verslag over zijn werkzaamheden in barak 67.

‘De meeste mensen in de strafbarak kwamen uit gevangenissen. We moesten ervoor zorgen dat ze zich aan de kampregels hielden, bijvoorbeeld niet ontsnapten. Overdag brachten we ze naar hun werk, ‘s avonds weer terug naar de barak. Ik probeerde de strafgevangenen wel te helpen maar kon niet al te veel doen. Had ik meer toegelaten dan ik al deed, dan had één van de SS’ers de leiding over de strafbarak gekregen en was het regime honderd keer erger geweest dan het nu was.’

De Ordedienst aan het werk.

Gedurende zijn jaren in kamp Westerbork zag Hermann Anspacher vele vrienden en bekenden worden weggevoerd. Hij heeft ze proberen te helpen zoveel als hij kon, zo getuigen ook de overlevende vrienden, kennissen en hun nabestaanden. In Groningen had Hermann kennisgemaakt met Flip Barend en Betty Barend-van der Kar. Toen de broer van Flip, Maurice Barend, op 28 februari 1944 als onderduiker in Westerbork aankwam, liet Hermann hem op zijn eigen brief – Maurice mocht als strafgeval geen brieven schrijven – een boodschap naar zijn ondergedoken familie versturen. Maurice Barend werd op 2 maart 1944 naar Auschwitz weggevoerd en daar na aankomst direct vermoord.

Op 30 juni 1945 mocht Hermann kamp Westerbork verlaten. Hij vertrok naar Groningen waar hij vernam dat zijn vrouw en dochter de oorlog niet hadden overleefd. In november 1941 waren Frederike en Rosemarie naar Polen gedeporteerd. Enige tijd later kwamen beide vrouwen in het getto van Minsk terecht. Daar werden ze eind juli 1942, tijdens een zuiveringsactie door de nazi’s gedood.

In de jaren vijftig keerde Hermann Anspacher terug naar zijn geboortegrond. Op 27 februari 1976 overleed Hermann op 88-jarige leeftijd in zijn geliefde Bremen.