Isidor & Frouwke Fontijn

Oud-geschiedenisdocent Hans Piek stelde een portret samen van Isidor & Frouwke Fontijn die na de Tweede Wereldoorlog naar Israël emigreerden. Met dank aan de familie van Isidor Fontijn.

Het huwelijk tussen Isidor en zijn derde vrouw Anneke.

Isidor & Frouwke Fontijn

Of Frouwke Elisabeth Salomons en Isidor Fontijn bij hun aankomst in Westerbork op 11 december 1942 getrouwd waren weten we niet met zekerheid. Op hun Westerborkkaarten staat dat ze ‘volgens de Belgische wet’ getrouwd waren, maar volgens hun persoonskaarten in het archief van Amsterdam trouwden ze op 19 februari 1947 in die stad. Ze kwamen op 11 december 1942 volgens die Westerborkkaarten wel van het zelfde adres: Hoefkade 416 in Den Haag.

Isidor was geboren in Leiden als zoon van Antonie Fontijn en Susanna Fontijn-Bosman en had een broer, Alexander, en een zus, Frederika Clara. Beide ouders, Alexander, Frederika Clara, haar man en hun drie kinderen werden in 1943 in Auschwitz of Sobibor vermoord. Van zijn ooms en tantes van zowel vaders als moeders kant overleefde niet één de oorlog.

Frouwke was de dochter van Isedor Salomons en Betsie Leezer, ze was enig kind. Moeder Betsie overleed toen Frouwke zeven jaar was, in 1916. Haar vader hertrouwde in 1917 met Martha Bloch. Ook van Frouwke werd een groot deel van de familie vermoord: haar ouders, al haar ooms en tantes en acht neven en nichten. Slechts één neef overleefde.

Isidor Fontijn.

De ouders van Frouwke kwamen van een Winschoter familie en waren in 1921 naar Leiden verhuisd. Daar woonden ze aan de Nieuwe Beestenmarkt. Vader Isedor was hotelhouder. Frouwke heeft voor de oorlog in meerdere steden gewoond: Rotterdam, Leiden, Oegstgeest, Amsterdam. In die laatste stad woont ze als de oorlog uitbreekt. Haar beroep was verpleegster; of dit iets met de vele verhuizingen te maken heeft weten we niet. In december 1941 verhuisde ze naar Den Haag om eind 1942 in Westerbork te belanden. In het kamp was ook een ziekenhuis en daar heeft ze als verpleegster gewerkt. Frouwke had een “Sperre”, wat betekende dat ze voorlopig niet op transport hoefde. Misschien had dit met haar werk als verpleegster te maken.

Frouwke kwam dus tegelijk met Isidor aan in het kamp, vanuit Den Haag, zoals hierboven al staat. Het lijkt er op dat ze maar heel kort hebben samengewoond voor ze in Westerbork aankwamen. Misschien zaten ze op de Hoefkade ondergedoken; we weten het niet. Ook Isidor had een Sperre. Of dat met zijn beroep, elektrotechnisch ingenieur, te maken had is niet bekend. Wel dat hij in het kamp een aantal taken had.

Vanaf september 1944 moest Isidor aan het werk in het crematorium van Westerbork. Daar werden onder meer de lichamen van geëxecuteerde gevangenen en verzetsmensen gecremeerd. In mei 1945 werd er een onderzoek gedaan naar deze executies en Isidor werd, met een aantal ex-medegevangenen, als getuige gehoord. Het getuigenverslag is feitelijk, er klinkt geen emotie in door. Maar gemakkelijk zal de taak bij het crematorium niet geweest zijn. De getuigenverklaringen zijn opgenomen in het archief van het NIOD.

In mei 1945 werd er een onderzoek gedaan naar deze executies en Isidor werd, met een aantal ex-medegevangenen, als getuige gehoord. Het getuigenverslag is feitelijk, er klinkt geen emotie in door. Maar gemakkelijk zal de taak bij het crematorium niet geweest zijn.

Na de bevrijding van het kamp op 12 april 1945 verbleven Frouwke en Isidor er nog bijna twee maanden. Het had even geduurd voor het in Nederland mogelijk was om te reizen en bovendien werden alle kampbewoners onderzocht op hun rol in het kamp: dat kostte tijd. Op 6 juni 1945 werden Frouwke en Isidor ontslagen uit het kamp. Frouwke wordt op 30 juni van dat jaar in Leiden ingeschreven, eerst op de Kernstraat en per begin november op de Jan van Houtkade. Op dat adres wordt Isidor eind november ingeschreven. Een jaar later verhuizen ze samen naar Amsterdam om vervolgens op 1 oktober 1948 naar Israël te emigreren waar ze in Tel Aviv terechtkomen. In de nacht van 14 op 15 mei was de staat Israël uitgeroepen. Daarop volgde de oorlog met de omliggende Arabische landen. Isidor en Frouwke kwamen dus in een heftige tijd in Israël aan.

Hun huwelijk hield in Israël niet lang stand: Frouwke en Isidor scheidden in 1951. Frouwke is daarna nog kort getrouwd geweest met Zwi Galili, van 1952 tot 1954. Familie van Isidor weet zich te herinneren dat Frouwke, die zich Frieda liet noemen, op een motorfiets met zijspan door Israël trok; meer is er over haar leven in Israël niet bekend. Ze kwam in 1971 naar Nederland terug en ging wonen aan de van Boshuizenstraat in Amsterdam tot ze in 1973 naar Rijswijk vertrok. Daar woonde ze tot eind 1981. Op de kaart in het bevolkingsregister van Rijswijk staat dat ze vermoedelijk naar Israël is vertrokken.

Isidor hertrouwde in 1951 met Rosina Hes (Oss 1917-Amsterdam 2005), dochter van Albert Hes en Sara Hes-Speelman. Zij was in 1949 naar Israël gekomen nadat ze de oorlog had overleefd door eerst in Oss en daarna in Den Haag onder te duiken. Haar ouders, vier broers en nagenoeg alle andere familieleden zijn omgebracht. Uit dit huwelijk is in 1952 een dochter geboren; in 1954 is de scheiding uitgesproken. Rosina en haar dochter vertrokken enkele jaren daarna naar Nederland. Rosina kreeg twee kleinkinderen en vier achterkleinkinderen.

Isidor & Anneke.

Isidor trouwde opnieuw, met Anneke Bendiks (Zwolle, 1923). Haar moeder en nagenoeg alle andere familieleden werden vermoord in Sobibor of Auschwitz, haar vader was in 1942 in Zwolle overleden; Anneke en haar zus Bep overleefden. Anneke is verpleegster geweest in het Apeldoornsche Bos, een Joods-psychiatrische inrichting. Ze werkte daar tot kort voor de ontruiming in januari 1943 en dook toen onder in Noord-Holland. Ze heeft na de oorlog eerst in Zwolle gewoond en is in 1950 naar Israël geëmigreerd. Daar woont ze in 2017 nog steeds, zoals ze in een documentaire over het Apeldoornsche Bos uit 2014 zei, ‘heel tevreden’.

In 1957 woonden Isidor en Anneker in Naharya, een plaats ten noorden van Haifa. Isidor en een kennis hadden net het plan opgevat om een fabriek in Eilat te beginnen toen hij het voorstel kreeg om in het kader van het Point Four Programma drie jaar in Midden-Amerika te gaan werken (Point Four: een programma van de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog om technische- en economische hulp aan onderontwikkelde landen te geven). In dit geval zou de financiering van de VS komen en werd de technische kennis door Israël geleverd.

Isidor vertrok alleen, maar al snel voegde Anneke zich met hun inmiddels geboren zoon bij hem. Ze kwamen terecht in de buurt van Managua, de hoofdstad van Nicaragua. Isidor zette een bedrijf waar multiplex gefabriceerd werd op: bomen werden geveld en in ‘plakken’ gezaagd waarna deze ‘plakken’ in meerdere lagen verlijmd werden. Na een aantal jaren verhuisde het gezin naar Panama om vervolgens weer naar Nicaragua terug te keren. Anneke omschrijft haar man als ‘een ingenieur in hart en nieren’ en ‘iemand die van bouwen en repareren hield’. Eén van de kinderen van Isidor herinnert zich dat hij filmen als hobby had: ‘Hij nam zijn 8 mm camera overal mee naar toe.’

Isidor, Anneke met één van hun kinderen.

In Nicaragua werden na de eerste zoon nog een zoon en een dochter geboren. In 1967 keerde het gezin via Nederland terug naar Israël.

Isidor overleed in 5 Ijar 5732 (1972), op Onafhankelijkheidsdag, in Haifa. Na zijn dood werden er tien kleinkinderen en (tot nu toe) vijf achterkleinkinderen geboren.