Izaak van Nierop

De Groningse cabaretier Arno van der Heyden stelde een muziekportret samen van Izaak van Nierop. Kort na de bevrijding schreef Van Nierop met medegevangene Louis Coster een boekje met gedichtjes en liedjes over hun tijd in kamp Westerbork. Arno van der Heyden gaf in samenwerking met Bas Mulder (pianist/componist) en Pjotr Wiese (fotograaf) aan één van de liedteksten een eigen muzikale interpretatie.

Cabaret in kamp Westerbork.

Izaak van Nierop

Izaak van Nierop (1889) werd op 9 mei 1944 uit de gevangenis van Amsterdam naar kamp Westerbork overgebracht. Als opgepakte onderduiker werd hij direct na aankomst in barak 67, de beruchte strafbarak geplaatst. De meeste strafgevallen waren in Westerbork een kort leven beschoren. Hen wachtte na slechts enkele weken het transport naar het Oosten.

Vanwege zijn huwelijk met een niet-Joodse vrouw, kon confectie-fabrikant Van Nierop tot de bevrijding in kamp Westerbork achterblijven. Vanaf de herfst van 1944 verbleef hij in het “gewone” gedeelte van het kamp. Na het vertrek van het laatste transport werd het afgescheiden strafgedeelte van Westerbork opgeheven en werden de overgebleven gevangenen (allen gemengd gehuwde mannen) overgebracht naar barak 21. Vanuit deze barak schreef Izaak na de bevrijding een brief aan zijn vrouw:

‘Ben ongerust. Laat spoedig wat horen. Met mij alles goed, alleen woest dat ik hier nog ben. Maar hoop spoedig thuis te komen.
Groetend, je man.’

Begin juni 1945 mocht Van Nierop tot zijn eigen opluchting kamp Westerbork eindelijk verlaten. Kort na vertrek schreef hij met medegevangene Louis Coster een boekje over het leven in het kamp met daarin voornamelijk liedjes en gedichtjes doorspekt met Joodse humor. Een aantal liedjes en gedichtjes waren door Van Nierop en Coster al in Westerbork geschreven, zo blijkt uit de inleiding van het boekje.

‘De nurks hoor ik al zeggen: Hoe kan men zingen in een concentratiekamp, waar toch alle reden is te treuren? Zeker Westerbork was geen dorado, vooral de transporten waren verschrikkelijk. […] Kunt u begrijpen, dat wij troost en afleiding nodig hadden? Enkelen onder ons hebben dit begrepen en zóó is het Cabaret […] ontstaan dat de menschen een oogenblik hun ellende deed vergeten en hen weer wat opvroolijkte.’


Tekst lied Arno van der Heyden/Izaak van Nierop.

Westerbork

Ik kom zo uit de bajes
Wat zit daar een Joods gajes
Vandaar toen met het treintje
Naar hier, dat was geen geintje

Toen kwam ik bij de heeren
Om mij te registreeren
Waar ook een andere vent zat
Die vroeg of ik nog geld had

Mijn hemd keek men van binnen
Zocht naar verstekelingen
Daar ging mijn sjabbespakkie
Zo in een gonje zakkie

REFREIN:
Ik trek mij nergens wat van aan in Westerbork
Die korte tijd, dat het nog duurt, mij ook een zorg
Ik vind hier alles even fijn
Het cabaret, een beetje gijn
Een optimist, dat moet je zijn
In Westerbork

Bij het ’s Zondags exerceeren
Dan gaan ze commandeeren
Om vijf uur uit je bedje
Dat is voorwaar geen pretje

De zoons, de pa’s, de opa’s
Ga dan naar de appèlplaats
Maar ik doe als ‘t heele zwikkie
En lach me maar een mikkie

Van alles wat ik hoor dan
Van rukuit en voddeman
Hoe harder dat ze brullen
Hoe meer wij ervan smullen

REFREIN

Als wij van ‘t werk naar huis gaan
Kun je weer in de rij staan
Voor allerhande dingen
Ik zal ze u bezingen

De kapper voor de haren
De dokter voor de blaren
En ik zou het haast vergeten
Ook voor een beetje eten

De door en uitgetelden
Die moeten zich weer melden
Eén ding kan ik niet snappen
Hoe ze toch zoo iets lappen

REFREIN

Die zich weet aan te passen
Is tegen alles opgewassen
En zich niet mies laat maken
Maar weet den stand van zaken

Ik maak me niet de sappel
Met koken op de kachel
Maar zoek me fijn een grietje
Een dikke of een sprietje

Maar daarop moet je letten
Vooral één met pakketten
Of ga naar ’t eierrekje
En neem daar fijn een trekje

REFREIN