Jaap & Bep van Praag

Journalist Gerard Veerkamp ging op zoek naar het verhaal van Jaap en Bep van Praag die beiden in december 1944 in kamp Westerbork terechtkwamen.

Muziekuitvoering in kamp Westerbork.

Jaap & Bep van Praag

Jacques (Jaap) van Praag (1900) en zijn echtgenote Elisabeth-Rosa (Bep) van der Velde (1909) komen beiden vanuit de gevangenis in Scheveningen op 13 december 1944 in kamp Westerbork aan. Hun ‘ontslagdatum’ is 6 juni 1945.

Na de bevrijding gaan ze wederom in de Frans van Mierisstraat in Amsterdam wonen, hun vroegere woonadres. We zijn er vanuit allerlei archieven niet in geslaagd te achterhalen hoe het het kinderloze echtpaar na de Tweede Wereldoorlog is vergaan. Wel weten we dat Jaap en Bep uiteindelijk in Blaricum terecht zijn gekomen. Jaap van Praag overlijdt op 21 juli 1964 in Blaricum. Bep van der Velde overlijdt dertig jaar later in juni/juli 1994.

Jaap van Praag is in de jaren ’40 houthandelaar, zijn vrouw Bep correspondent. Zij wonen als de oorlog uitbreekt in de Frans van Mierisstraat in Amsterdam. Het echtpaar is tijdens de oorlog ondergedoken, wellicht (deels) gescheiden van elkaar. In 1944 worden ze opgepakt en belanden in de gevangenis van Scheveningen.

Vanuit de collectie van het Joods Historisch Museum nemen we kennis van een brief uit november 1940. Daarin schrijft Jaap van Praag een verjaardagbrief aan zijn schoonmoeder J. van de Velde-Roozendaal. Hij schrijft naast hartelijke felicitaties ook het volgende, waarin optimisme over de toekomst is af te lezen:

‘Zeker is alles moeilijk op dit oogenblik, doch de tijden zullen weer aanbreken, dat alles weer ten goede zal keeren, dat we volop onze buikjes kunnen vullen met die dingen, welke ons het liefste toelonken. Doch de weg is lang en smartelijk, doch aan het einde, juist om den hoek, is ‘‘Aurora’’ reeds in aantocht. Amen!’

Jaap van Praag toont verderop in de brief van twee kantjes dat zelfspot en andere vormen van humor hem niet vreemd zijn, getuige de volgende zin:

‘Lieve Mamma. Bep trappelt van ongeduld aan die nonsens van mij een eind te maken en vanwege het feit, dat ik geleerd heb “de vrouw” te gehoorzaamen, zet ik thans een .’

Zeker is alles moeilijk op dit oogenblik, doch de tijden zullen weer aanbreken, dat alles weer ten goede zal keeren, dat we volop onze buikjes kunnen vullen met die dingen, welke ons het liefste toelonken.

Een maand nadat kamp Westerbork door de Canadezen is bevrijd, zijn de bewoners welkom op een feestelijke bijeenkomst. Daarvan getuigt een bewaard briefje (collectie Joods Historisch Museum):

‘Mevrouw v. Praag-v.d. Velde wordt uitgenodigd tot bijwoning van den dansavond heden ten 19.30 uur in de Groote Zaal.’

De getypte uitnodiging is gedateerd op 14-05-45 en ondertekend namens de Kampintendant.

Ruim twee maanden nadat Nederland is bevrijd, op 15 juli 1945, krijgt de moeder van Bep van Praag een lange brief (acht kantjes) van haar dochter en schoonzoon. Daarin verhaalt Bep onder meer over de verdiensten die zij en haar man in hun nieuwe werk tegemoet kunnen zien. Bep schrijft:

…‘Jacques begint morgen op f 45,- want hij heeft nog examen gedaan voor Zweedsch en Spaansch en ik op f 35,-, dus voor ons drieën een net burgerinkomen om te beginnen. Nu nog een huis en dan jij hier en dan is het spul compleet. Mam, maak je niet zoo dik voor je huis in Dev. (moeder woont in Deventer) want we krijgen beslist gauw een woning en dan hebben we je (witte)broodnodig. Hoe we het moeten klaarspelen zonder hulp weet ik anders niet.’

Bep van Praag kan overigens op dat moment zelfs veel meer verdienen, maar dat aanbod slaat ze principieel af: ‘Maandag kreeg ik een prachtbaan aangeboden, f 200,- per maand met vooruitzicht tot f 300,- te komen als bedrijfsleidster en secretaresse van een expeditiefirma. Ik had slechts te accepteren, maar ‘t zijn moffen en dat verdom ik vierkant, hoe erg ‘t me ook spijt.’