Jacob Mozes d’Ancona

Eén van de scènes uit de tijdens de Tweede Wereldoorlog gemaakte Westerborkfilm toont een kerkdienst van protestants gedoopte Joden. Kerkgangers met Jodensterren kijken onwennig in de camera. Onder hen waarschijnlijk de dan 31-jarige Jacob Mozes d’Ancona (1912). Dochter Ans Willems-d’Ancona: ‘Over de Tweede Wereldoorlog heeft mijn vader nooit kunnen en willen spreken.’

De familie van Jacob d'Ancona

Jacob Mozes d’Ancona

Op 12 april 1997 werd er in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork een expositie geopend over de “Westerborkfilm”, een film gemaakt in het voorjaar en de zomer van 1944 door gevangene Rudolf Breslauer
in opdracht van commandant Albert Konrad Gemmeker. In de expositie kon de bezoeker onder meer de inhoud van twee filmspoeltjes bekijken die zoek waren geraakt in de jaren vijftig en door onderzoekers van het Herinneringscentrum in het Filmmuseum in Amsterdam waren teruggevonden.

Op de beelden, gefilmd op 4 maart 1944, is een kerkdienst te zien, waar protestants gedoopte Joden samenkomen. Het fragment, met een lengte van totaal zestien minuten, toont onder meer de Duitse predikant B.F. Benfey op de kansel, de dirigent, de pianist en een overzicht van de Grote Zaal, waar normaal de concerten en uitvoeringen plaatsvinden, maar waar nu ter ere van de filmopname de kerkdienst wordt gehouden.

Jacob Mozes d Ancona.

Ook de kerkgangers zelf komen nadrukkelijk in beeld. Leden van een zangkoortje, jonge kinderen met Jodensterren op hun kleding, die onwennig, soms lacherig, in de camera blikken. De volwassenen zitten of staan op de aanwezige stoelen. Ze kijken serieuzer, zich meer bewust van de vreemde situatie.

Onder deze laatste groep bevindt zich waarschijnlijk ook Jacob Mozes d’Ancona. Hij is in januari 1943 in Westerbork terecht gekomen nadat hij officieel gescheiden is van zijn eerste, niet-Joodse vrouw. Omdat Jacob voor de oorlog gedoopt is, krijgt hij kort zijn binnenkomst van de kampleiding een vrijstelling van transport.
Zijn ouders, die bij Jacobs aankomst nog in het kamp verblijven, worden wel doorgestuurd, naar Auschwitz-Birkenau waar zij op 26 januari 1943 worden vermoord. Broer Samuel Mozes overleeft de oorlog evenmin: hij komt tijdens een dodenmars in de buurt van Gross Rosen in 1945 om het leven.

De voormalige bankemployé heeft het er zwaar. De gedoopte Joden worden door de nazi’s als een bijzondere groep beschouwd en zijn mede daardoor bij de rest van de kampbevolking bepaald niet geliefd

In het kamp wordt de in het wasserij werkzame Jacob al snel overgeplaatst naar barak 73, één van de gebouwen die in 1942 zijn bijgebouwd en die dan bekend staat als de “gedooptenbarak”.
De voormalige bankemployé heeft het er zwaar. De gedoopte Joden worden door de nazi’s als een bijzondere groep beschouwd en zijn mede daardoor bij de rest van de kampbevolking bepaald niet geliefd.
‘Zo fel als de verhouding tussen Joden en gedoopte Joden, kan geen andere verhouding tussen geloofsgroepen zijn. Het is tragisch deze verdeeldheid in een periode van zware beproeving te aanschouwen, een verdeeldheid die wordt geaccentueerd omdat de gedoopten op een hoop zijn gedreven, maar tegelijk begrijpelijk in een wereld, waarin een archaïsch geloof botst met een levend geloof, dat niet kon nalaten tot het geweten en de harten van Joden te spreken’, zo schrijft kampgevangene Philip Mechanicus in augustus 1943 in zijn dagboek.
Het zijn de contacten met de buitenwereld die Jacob tijdens de oorlogsjaren op de been houden. Via een vriendin krijgt hij bijvoorbeeld brieven en pakjes opgestuurd van een jonge niet-Joodse vrouw, Francien van der Hoek. Zij probeert Jacob op allerlei manieren te helpen. Eind december 1943 schrijft Francien bijvoorbeeld – tevergeefs – een verzoek tot (tijdelijke) vrijlating in zijn naam aan de Algemeene Synodale Commissie der Nederlandsche Hervormde Kerk. Jacob stuurt Francien verschillende briefkaarten uit het kamp, uit de barakken 66, 67, 83 en uit de gedooptenbarak 73.

Trouwfoto Jacob Mozes d Ancona en Francien van der Hoek, 1945.

Als Jacob eind mei 1945 kamp Westerbork definitief mag verlaten zoekt hij direct contact met Francien. Op 5 september 1945 trouwt het stel. Na korte tijd wordt zoon Dirk en later dochter Anneke geboren. Francien sterft al jong op 6 juli 1953, pas 34 jaar jong.

Ruim veertig jaar na zijn vrouw, op 10 december 1985 komt Jacob d’Ancona te overlijden. Jacob heeft een zwaar leven gehad. Over de Tweede Wereldoorlog heeft hij vrijwel nooit kunnen en willen spreken.