Jochem Nenk

Aan het einde van de jaren veertig getuigde de in kamp Westerbork bevrijdde Jochem Nenk (1906) tegen de beruchte nazi Franz Fisscher. Fisscher werd mede dankzij zijn getuigenis veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. In 1972 speelde de toenmalige Minister van Justitie, Dries van Agt, met het idee om Fisscher en twee andere hoge nazi’s vrij te laten.

Officieren in kamp Westerbork.

Jochem Nenk

In 1972 ontstond er in Nederland grote commotie toen de toenmalige Minister van Justitie, Dries van Agt, dreigde om de laatste drie nog in leven zijnde Duitse oorlogsmisdadigers in een Nederlandse gevangenis, vrij te laten. Alle drie de gevangenen, Franz Fisscher (1901), Ferdinand Aus der Fünten (1909) en Joseph Kotälla (1908), hadden een belangrijk aandeel in de deportatie en de moord op meer dan 100.000 Joodse Nederlanders gehad. Franz Fisscher had bijvoorbeeld lange tijd de dagelijkse leiding op het Referat IV-B4 in Den Haag, waar men zich bezig hield met opsporen en wegvoeren van Joodse onderduikers.

Kort na de bevrijding was Franz Fisscher opgepakt en gevangen gezet. Op 17 maart 1949 werd hij veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Eén van de getuigen bij zijn proces was de uit Arnhem afkomstige Jochem Nenk. Jochem was voor de oorlog getrouwd met een niet-Joodse vrouw, de katholieke Rosa Schaup, en was daardoor lange tijd buiten de anti-Joodse maatregelen gevallen.

Jochem kwam terecht in Velp, waar hij werd opgepakt en in de kluis van een bank door Franz Fisscher werd ondervraagd. Jochem werd er door Fisscher mishandeld en uitgescholden, zo getuigde hij voor de rechtbank in 1949.

In de zomer van 1944 werd Nenk alsnog opgepakt en bij de aanleg van een vliegveld in de buurt van het Drentse Havelte tewerkgesteld. Na enkele weken ontsnapte Jochem uit het werkkamp waar hij was ondergebracht. Zijn vrouw was hoogzwanger en stond op het punt te bevallen. Jochem kwam terecht in Velp, waar hij werd opgepakt en in de kluis van een bank door Franz Fisscher werd ondervraagd. Jochem werd er door Fisscher mishandeld en uitgescholden, zo getuigde hij voor de rechtbank in 1949.

Nog eenmaal zag Jochem Nenk Franz Fisscher terug. In de laatste weken voor de bevrijding verbleef Fisscher een tijdlang in het veilig geachte kamp Westerbork. Jochem was hier eind januari al heengevoerd. Hoe de handelsreiziger Nenk zich onder het toeziend oog van zijn beul Fisscher heeft gevoeld, is niet bekend.

Franz Fisscher verliet met onder andere kampcommandant Gemmeker, op 11 april 1945 – één dag voor de bevrijding – kamp Westerbork.

Jochem Nenk mocht na enkele maanden uit het kamp op de Drentse heide vertrekken en terugkeren bij zijn vrouw en pasgeboren kind. Wat zijn gevoelens zijn geweest bij de mogelijke vrijlating van Franz Fisscher in het begin van de jaren zeventig is niet duidelijk.