Johanna Kroonenberg

 

Rowim Ham en Eva van Zand van Ubbo Emmius Scholengemeenschap uit Stadskanaal (Havo 4) schreven een portret over Johanna Kroonenberg die door haar werk bij de registratie aan transport naar het Oosten wist te ontsnappen.

Johanna Kroonenberg.

Johanna Kroonenberg

Johanna Kroonenberg werd geboren op 24 december 1917 in IJmuiden. Johanna had één broer, Adriaan Carel Kroonenberg, die dertien jaar ouder was dan haar en twee zussen. Haar vader, Meijer Kroonenberg, was getrouwd met Johanna Blazer en had een muziekwinkel. Tevens was hij klokkenmaker.

Toen de Tweede Wereldoorlog begon, dook Johanna’s broer onder. Johanna, die door iedereen eigenlijk Jopie werd genoemd, en haar ouders werden opgepakt tijdens de razzia die plaatsvond op 12 juli 1942. In tegenstelling tot haar ouders wist Johanna op een bizarre wijze te ontkomen aan deportatie. Een SS’er kwam naar haar toe en vertelde Johanna dat zij haar jas met Davidster moest uit doen en weg moest lopen. Tijdens haar ontsnapping kwam de jonge vrouw een bekende tegen, Gerard van Praag, die haar aan een baantje bij de Joodse Raad hielp.

Op 1 augustus 1942 kreeg Johanna een oproep om naar kamp Westerbork te komen. Niet als gevangene, maar als medewerker van de Joodse Raad. Ze zou worden ingezet bij de registratie van de nieuwe gevangenen. Eenmaal aangekomen moest Jopie in één van de werkplaatsen echter inlegzooltjes en pantoffeltjes maken.

‘Als de mensen binnenkwamen moesten wij vragen naar hun naam, geboortedatum, woonplaats, beroep en leeftijd. Deze informatie ging naar de karthotheek van Westerbork waar de gegevens gecontroleerd en verwerkt werden’, zo herinnerde Johanna zich de procedure jaren later nog.

Toen in oktober 1942 de grote transporten op gang kwamen, werd Johanna bij de registratie in kamp Westerbork betrokken. Ze werd daarnaast secretaresse van de Joodse leider van het kamp, Kurt Schlesinger.
‘Als de mensen binnenkwamen moesten wij vragen naar hun naam, geboortedatum, woonplaats, beroep en leeftijd. Deze informatie ging naar de karthotheek van Westerbork waar de gegevens gecontroleerd en verwerkt werden’, zo herinnerde Johanna zich de procedure jaren later nog. ‘We moesten gebruik maken van onze eigen typmachines. Ik had een Olympia.’

In het laatste deel van de oorlog werd Johanna Kroonenberg met een andere Joodse leider van het kamp, dr. Blüth, naar Amsterdam gestuurd. Op de dag dat de geallieerde troepen de stranden van Normandië betraden (D-Day), werd Johanna terug naar kamp Westerbork gestuurd. Later werd ze nogmaals een tijdlang met dr. Blüth in Amsterdam tewerkgesteld en dook ze onder bij de familie Blazer. Op 5 mei 1945 werd Johanna in Amsterdam bevrijd.

Na de oorlog is Johanna Kroonenberg getrouwd met Johan Blazer (1917) die in de onderduik de oorlog wist te overleven. In haar latere leven heeft Jopie haar oorlogsverleden op eigen kracht moeten verwerken. Ze is nooit naar een psycholoog geweest.