Judica Mendels

Bij de bevrijding van kamp Westerbork werkte Judica Mendels in het weeshuis van kamp Westerbork. Na de oorlog emigreerde ze naar de Verenigde Staten waar ze zich wist op te werken tot hoogleraar in de Duitse taal- en letterkunde. Dit portret is geschreven door geschiedenisstudente Jessica Benjamins.

Bertha (links) en David Bamberg met kinderwagen
Judith (Judica) Mendels

Judica Mendels

Judith Mendels werd op 15 april 1906 in het Noord-Hollandse Zaandam geboren. Ze was de dochter van jurist Maurits Mendels en onderwijzeres Henriëtte Sara Stokvis. Maurits was een vooraanstaande politicus bij de SDAP. Ook Judiths oom Jo Stokvis was actief als SDAP-politicus. In 1932 liet Judith haar naam veranderen in Judica Ignatia Hendrika. Ze bleef tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bij haar ouders wonen.

Na haar middelbare schooldiploma te hebben behaald aan de Hoogere Burgerschool voor meisjes in 1923, ging Judith Nederlandse taal- en letterkunde studeren aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam.

Toen, in 1940, Nederland werd binnengevallen door nazi-Duitsland zat Judica in een commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Deze commissie was bezig met het uitgeven van de volledige correspondentie van de natuurkundige Antoni van Leeuwenhoek. Dit werk, en haar vaders positie in de politiek, zorgden ervoor dat Judica aanvankelijk van deportatie naar Westerbork werd behoed. In 1943 werd zij ondergebracht in kasteel De Schaffelaar te Barneveld samen met andere Joden die, vanwege hun positie, onmisbaar werden geacht voor de samenleving. Dit kon echter niet verhinderen dat Judica eind september 1943 alsnog met de andere Barnevelders werd gedeporteerd naar Westerbork.

In Westerbork kreeg Judica een relatie met de Alfred Eckstein. Hij had een vooraanstaande positie in het kamp en bekleedde de functie van barakkenleider. Eckstein verbleef al vanaf 1939 in kamp Westerbork, toen het kamp nog onder Nederlandse leiding stond en was bedoeld om Duitse vluchtelingen op te vangen. Judica kreeg in het kamp ook een belangrijk baantje toegewezen. Zij zorgde als pleegmoeder voor de weeskinderen in het kamp.

In 1943 werd zij ondergebracht in kasteel De Schaffelaar te Barneveld samen met andere Joden die vanwege hun positie onmisbaar werden geacht voor de samenleving.

De transporten naar ´het Oosten´ gingen nog tot ongeveer een jaar na Judica’s aankomst in Westerbork door. Haar werk als pleegmoeder werd echter als onmisbaar beschouwd. Dit, en haar relatie met Eckstein, heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat Judica aan transport wist te ontkomen. Zij werd op 12 april 1945 in kamp Westerbork bevrijd door de Canadezen. Haar moeder, Henriëtte Stokvis, overleefde net als haar dochter de oorlog. Maurits Mendels overleed in 1944 op 75-jarige leeftijd in Theresienstadt. Ook Alfred Eckstein overleefde de oorlog niet.

Na de Tweede Wereldoorlog kon Judica weer aan de slag bij haar oude werkgever, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Net als voor vele andere overlevenden van de Holocaust was het ook voor Judica en haar moeder lastig om weer te aarden in de Nederlandse maatschappij. In 1947 emigreerde Judica samen met Henriëtte naar de Verenigde Staten. Hier nam ze de naam ‘Judy’ aan. Ze ging werken als secretaresse en volgde een avondstudie Duitse taal en literatuur. In 1952 studeerde ze af en uiteindelijk werd ze in 1961 hoogleraar in de Duitse taal- en letterkunde. Judica verbleef tot 1972 in de Verenigde Staten. Daarna vestigde ze zich in Luzern in Zwitserland. Hier overleed ze in 1995 op 89-jarige leeftijd.

In 2006 publiceerde Ed van Thijn een boek over Judica. Hij was als kind in het weeshuis van kamp Westerbork terecht gekomen. Judica was hier zijn pleegmoeder geweest. Net als Judica verbleef ook Ed tijdens de bevrijding in kamp Westerbork, hij was toen tien jaar oud. Na de oorlog zijn Judica en Ed elkaar uit het oog verloren. Toen Ed jaren later, via het internet, opzoek ging naar Judica was zij al een tijd overleden. Ed kwam er achter dat Judica het tot hoogleraar geschopt had en kwam in contact met haar pleegdochter, Elena, die tussen 1969 en 1977 bij haar had ingewoond. In het boek dat Ed van Thijn over zijn pleegmoeder schreef blijkt dat hij en Elena een totaal andere Judica (of Judy) gekend hadden. Ed herinnerde zich haar als een warme vrouw, terwijl Elena zich alleen maar een tirannieke en dominante vrouw voor de geest kon halen.