Kurt Jacobsohn

Kurt Jacobsohn was meer dan twee jaar lang de leider van de ordonnansen, de boodschappenjongens van kamp Westerbork. Kurt, homoseksueel, zocht voor zijn dienst de knapste en leukste jongemannen in Westerbork uit.

De Kommandantur.

Kurt Jacobsohn

Het moet kort na de machtsovername van de nazi’s zijn geweest, dat Kurt Jacobsohn voor de eerste keer over een vertrek uit zijn vaderland nadacht. Kurt werd op 12 april 1907 geboren in het Pruisische Stolp (Slupsk) in het huidige Polen, maar woonde aan het begin van de jaren dertig in Berlijn. Kurt Jacobsohn was in de ogen van de nazi’s een schoolvoorbeeld van een ‘vijand van het Duitse volk’: niet alleen was hij Joods, tevens was hij homoseksueel.

In de jaren twintig maakte Kurt deel uit van een levendige homo-gemeenschap in de Duitse hoofdstad. Berlijn telde in 1929 meer dan 100 caf├ęs, bars en clubs voor homoseksuelen. Nadat Hitler in januari 1933 aan de macht kwam werden al snel alle uitgaansgelegenheden gesloten die ‘ter bevordering van onzedelijkheid misbruikt werden’. Een jaar later werd een speciale Gestapo-afdeling opgericht die jacht moest gaan maken op homo’s. Bij een arrestatie werden de “verdachten” met regelmaat mishandeld, vernederd en, in het geval van “veelplegers”, naar concentratiekampen gestuurd.

 Ordonnansen-band uit kamp Westerbork.

Met de toenemende dreiging voor zowel homoseksuelen als Joden, besloot Kurt Jacobsohn in maart 1939 definitief uit Duitsland te vertrekken. Hij kwam terecht in Nederland waar hij in een opvangkamp in Ermelo werd ondergebracht. Via kampen in Nunspeet en Amsterdam, arriveerde Kurt in februari 1940 in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork.

Vanuit zijn kamerwoning in barak 14 zag Kurt in de maanden en jaren die volgden meer en meer mensen in kamp Westerbork aankomen. Duitse Joden en, vanaf juli 1942, eveneens Nederlandse geloofsgenoten. Met de komst van deze grote groepen mensen bleek het noodzakelijk om de organisatie van het kamp te vergroten. Om de communicatie tussen de verschillende afdelingen zo goed mogelijk te krijgen en houden, werd een speciale ordonnansendienst opgericht. Als leider van de dienst werd Kurt Jacobsohn aangesteld.

Begin oktober 1942 arriveerden in enkele dagen ruim 15.000 nieuwe bewoners in het kamp op de Drentse heide. Tot deze groep behoorde de uit buurt van Nijmegen afkomstige Louis de Wijze. ‘Kort na aankomst werd ik gevraagd om bij de ordonnansen aan het werk te gaan. Dat waren jongens tussen de 18 en zeg maar 22 jaar, die er redelijk uitzagen. We moesten berichten van de Duitse commandant naar de Nederlandse kampinstanties overbrengen, in de vorm van briefjes. De baas van die ordonnansen was Kurt Jacobsohn. Dat was een man van een jaar of veertig. Heel chic en elegant. Hij was homoseksueel en zocht de beste en mooiste jongens uit. Eerst waren we met twaalf en later met twintig jongens.’

‘De voorman van de loopjongens en zijn kring van horige ordonnansen keuren mij nauwelijks een blik waardig. Hij is een dandy met gelakte nagels, zijn intimi kijken spottend naar mijn afgedragen kleding.’

Binnen een jaar groeide de Gruppe Ordonnanzen uit tot een volwaardige dienst met meer dan 70 jongeren. Het waren vooral kinderen van de “kampelite” die een positie als ordonnans wisten te bemachtigen. Het baantje van ordonnans, aldus gevangene Ab Caransa, was ‘de hoogste status die een jongen in een kamp zou kunnen bereiken. Met een mooie blauwe armband door het kamp fietsen en van alle geheimen op de hoogte zijn.’ Of zoals kampchroniqueur Philip Mechanicus, citerend uit gesprek tussen twee Alte Lagerinsassen, in zijn dagboek noteerde: ‘De vaders vinden het chic hun zoons hier ordonnans te laten worden, zoals voor de oorlog de nieuwe bourgeoisie haar zoons meester-in-de-rechten.’

Het hoofdkwartier van de ordonnansendienst waar Kurt Jacobsohn zetelde, was gevestigd in de Kommandantur, het kantoor van kampcommandant Gemmeker. Iedere ordonnans moet zich in het wachtkantoortje van de Kommandantur melden en kreeg hier van Jacobsohn en zijn staf de opdrachten voor die dag uitgedeeld. Gerhard Durlacher: ‘De voorman van de loopjongens en zijn kring van horige ordonnansen keuren mij nauwelijks een blik waardig. Hij is een dandy met gelakte nagels, zijn intimi kijken spottend naar mijn afgedragen kleding. Zij zitten op houten keukenstoelen aan weerskanten van een deur in de wachtruimte van de Kommandantur en wachten op zijn aanwijzingen. Hij strijkt over hun haren als een jager over de kop van zijn lievelingshond. Wij, de andere loopjongens, krijgen opdrachten toegesnauwd en rennen met mondelinge of schriftelijke boodschappen in weer en wind van barak naar barak.’

Vijf ordonnansen eind jaren tachtig. In het midden Louis de Wijze.

Een positie als die van Kurt Jacobsohn in de Kommandantur, zo dicht bij het vuur van de macht, kon bij een juiste benadering een sterke Sperre opleveren. Of zijn werk in het bijzijn van commandant Gemmeker hem daadwerkelijk geholpen heeft tot het einde van de oorlog in Westerbork te blijven is onduidelijk. Feit is wel dat Kurt Jacobsohn zijn achtendertigste verjaardag op 12 april 1945 vierde in het bijzijn van zijn Canadeze bevrijders. Met hem waren nog enkele van “zijn jongens” in het kamp aanwezig; het grootste gedeelte van de Gruppe Ordonnanzen was in september 1944 met de laatste transporten naar het Oosten gedeporteerd.

Begin juli 1945 verruilde Kurt Jacobsohn kamp Westerbork voor een woning in Hilversum. Eind jaren veertig verliet hij Nederland en vestigde zich in New York.