Kurt Nathan

Kurt Nathan is in 1925 geboren in Duitsland maar vluchtte in de jaren dertig naar Nederland. Hij kwam op zijn zestiende in Westerbork terecht samen met zijn familie. Hij wist hier een goed baantje bij de ordonnansen te veroveren en aan deportatie naar het oosten te ontkomen. Dit portret is geschreven door geschiedenisstudente Jessica Benjamins.

Jacob da Silva Curiël, tweede van rechts.

Kurt Nathan

Kurt werd eind 1925 geboren in Düsseldorf. Voor zijn aankomst in Westerbork woonde Kurt met zijn familie in Roermond. Toen Kurt op 11 november 1942 aankwam in Westerbork was hij zestien jaar oud. Kurts vader Paul (1896) kwam ook in november ’42 aan in Westerbork. Zijn moeder Auguste (1901) kwam pas eind februari 1943 in kamp Westerbork aan. Naast zijn ouders verbleef ook Kurts jongere broertje Herbert (1929) een tijd lang in Westerbork. Zeven maanden na de aankomst van Auguste werden zij, haar man en jongste zoon op transport naar het oosten gezet. Kurt mocht in Westerbork blijven omdat hij leed aan geelzucht.

Kurt werd geboren in het Duitse Düsseldorf. Hier woonden in 1933, het jaar dat Hitler aan de macht kwam, zo’n 5500 Joden. In de jaren tot 1938 vertrok ongeveer de helft van deze Joden uit Düsseldorf, dit gold ook voor Kurt Nathan en zijn familie. Kurt kwam in 1936 in Scheveningen bij Judith van der Molen in de klas. Later kwamen ze elkaar opnieuw tegen in Westerbork. Zij vertelde in 2013, in een interview met Herinneringscentrum Kamp Westerbork, hoe hij voor haar een baantje wist te verzorgen bij de ordonnansen. Naast een baantje voor Judith wist Kurt ook werk te regelen voor haar twee broers.

Na Scheveningen is het gezin Nathan in 1938 in Roermond komen wonen. In 1939 vluchtte ook Pauls moeder Rosa Nathan-Ullmann (1863-1942) uit Duitsland naar Roermond. Zij trok hier bij haar zoon en zijn gezin in. De familie Nathan woonde aan de Godsweerdersingel 13. Rosa stierf in 1942 een natuurlijke dood in Roermond.

Er waren vele verschillende soorten banen en het ene baantje was gewilder dan het andere. Een zeer gewild baantje in het kamp onder de jongeren was dat van ordonnans.

Roermond kent een rijke Joodse geschiedenis. In 1853 werd er een synagoge in het centrum van Roermond gebouwd, maar deze synagoge werd aan het eind van de oorlog verwoest door een bom. Daarvoor was het gebouw door de Nazi’s gebruikt als paardenstal. In 1953 werd er een nieuwe synagoge gebouwd.

Het aantal Joden dat de gemeente Roermond kende is tussen 1899 en 1930 sterk afgenomen. Door een groot aantal vluchtelingen uit Nazi-Duitsland vond er in de jaren dertig een opleving plaats van het aantal Joden in Roermond. Tijdens de bezetting is een groot deel van deze Joden gedeporteerd en daarvan heeft een groot deel de oorlog niet overleefd. Van de 876 gevangenen in kamp Westerbork tijdens de bevrijding op 12 april 1945 was Kurt de enige uit Roermond en uit de provincie Limburg. In 1951 woonden er nog zo’n 19 Joden in Roermond.

Iedereen die in staat was om te werken werd in Westerbork geacht om te werken. Er waren vele verschillende soorten banen en het ene baantje was gewilder dan het andere. Een zeer gewild baantje in het kamp onder de jongeren was dat van ordonnans. Kurt had het geluk om dit baantje te veroveren. Naast dat dit werk erg gewild was, had het ook veel aanzien binnen het kamp. Philip Mechanicus schreef in zijn dagboek hoe hij iemand hoorde zeggen dat “‘vaders het chic vinden, hun zoons hier ordonnans te laten worden, zoals voor de oorlog de nieuwe bourgeoisie haar zoons meesters-in-de-rechten.’”

Eva Moraal benadrukt in haar boek over Kamp Westerbork (Als ik morgen niet op transport ga: Kamp Westerbork in beleving en herinnering) de hoge status die een baantje als ordonnans had onder de jongeren: ‘Als je dan een ‘goed baantje’ had weten te vinden, had je het in de Westerborkse jeugdcultuur ‘gemaakt’: net als in de volwassen wereld van het kamp had het juiste soort baantje een hoge status onder jongeren. En er was geen beter baantje dan ordonnans’.

Het baantje van ordonnans werd uitsluitend door jongeren ingevuld. Hun taak was om boodschappen in het kamp snel over te brengen en doordat een telefoonverbinding ontbrak waren zij uiterst belangrijk voor de communicatie. Het baantje van ordonnans bood binnen het kamp dus ook een zekere bescherming. Alhoewel de kans op transport altijd aanwezig bleef.

Paul Nathan had meegevochten met het Duitse leger. Dit zorgde ervoor dat hij en zijn gezin aanvankelijk uitstel kregen van deportatie naar het oosten. Deze uitzondering werd ook wel de Frontkampfer Sperre genoemd. Uiteindelijk werden Paul, Auguste en Herbert op 14 september 1943 alsnog op transport naar het oosten gezet. Kurt mocht in Westerbork blijven omdat hij leed aan geelzucht. Zijn moeder is de enige van het gezin Nathan die terug kwam uit het oosten. Haar man Paul en zoon Herbert kwamen om in Auschwitz in 1943. Herbert was toen slechts dertien jaar oud. De namen van Paul en Herbert zijn terug te vinden op een gedenkteken in Roermond.

Ruim anderhalf jaar na de deportatie van zijn ouders en broertje verbleef Kurt Nathan nog steeds in kamp Westerbork. Het kamp werd bevrijd op 12 april 1945 door de Canadezen. Kurt mocht kamp Westerbork verlaten op 30 juni 1945. In 1952 emigreerde hij naar Brazilië.