Kurt Walter

Kurt Walter was één van de belangrijkste leden van de Westerborkse afdeling van de Westerweelgroep. Als verzetsman was hij betrokken bij de ontsnapping van meer dan twintig mensen uit kamp Westerbork. Een portret samengesteld met hulp van Dennis de Roo en Niels Piering, leerlingen van de Ubbo Emmius scholengemeenschap uit Stadskanaal.

Kurt Walter op het treintje in kamp Westerbork.

Kurt Walter

Kurt Walter werd in 1922 geboren in het Duitse Bamberg. In augustus 1939, kort nadat zijn vader naar het concentratiekamp Dachau was weggevoerd, vluchtte hij naar Nederland. Kurt, die in Duitsland sinds 1935 een opleiding tot Palestina-pionier volgde, kwam terecht in het Joodse Werkdorp Wieringermeer, in de kop van Noord-Holland. Hij zou er ruim anderhalf jaar verblijven.

‘Het Werkdorp Wieringermeer was als een soort van kibboets opgebouwd. Het was een gesloten gemeenschap bestaande uit Duits-Joodse vluchtelingen. Zionisten, die in de nabije toekomst naar Palestina wilden vertrekken. Veel van de leidende figuren van de Hachsjarah-beweging in Nederland verbleven in Wieringen.’

‘Toen op 10 mei 1940 de Duitse troepen Nederland binnenvielen leek voor ons de situatie uitzichtloos. Op 10 maart 1941 gebeurde waar wij zo bang voor waren. Op die dag verscheen de Gestapo in het Werkdorp met bussen om ons naar Amsterdam te brengen. We werden hardhandig in een rij gezet, geslagen en uitgescholden. Er was geen tijd om spullen te pakken, we moesten vrijwel direct vertrekken. Bij de diamantfabriek van één van de leiders van de Joodse Raad, Asscher, moesten we uitstappen. Vervolgens werden we bij Joodse gezinnen ondergebracht.’

Kurt werd door de Joodse Raad van Amsterdam voorlopig van transport vrijgesteld en mocht op grond van zijn kennis les geven aan de Nijkerkschool in de Rapenburgerstraat. Door zijn Sperr wist hij in juli 1942 bij een grote razzia ternauwernood aan deportatie te ontkomen. In mei 1943 werd Kurt echter opnieuw opgepakt.

‘Eind mei 1943 vond er in Amsterdam een grote razzia plaats waarbij vrijwel het hele centrum afgesloten werd. De Gestapo doorzocht ieder huis op zoek naar Joden. Ik werd opgepakt en naar Westerbork gebracht waar ik met een grote groep van pioniers uit Wieringen op 27 mei aankwam. De Werkdorpers vormden in Westerbork een bijzondere groep. Als Hachsjarah-leden werden we van transport vrijgesteld en buiten het kamp aan het werk gezet. Ik wist een baantje te verkrijgen bij de waterzuivering.’

Door zijn werk buiten het kamp wist Kurt in contact te komen met de verzetsgroep van Joop Westerweel. Al snel ontstonden er plannen om gevangenen uit Westerbork te laten ontsnappen.

Omdat hij als machinist op de smalspoortrein essentieel was voor de verzetsactiviteiten van de Westerweelgroep, werd besloten dat Kurt Walter zelf niet uit Westerbork mocht vluchtten. Ironisch genoeg bleek Kurt in deze functie ook essentieel voor de Duitse leiding van het kamp en bleef hij tot einde van de Tweede Wereldoorlog van deporatie gevrijwaard.

‘Het waren gevaarlijke operaties waar veel risico’s aan waren verbonden. We probeerden de ontsnappingen zo te organiseren dat er geen represaille maatregelen zouden volgen. De namen van de mensen die moesten vluchtten kregen we uit Amsterdam. Hier hadden we zelf geen zeggenschap over. Van deze mensen werd een identiteitskaart met open zegel – hier kon door ons nog een vingerafdruk op worden geplaatst – aangeleverd. Als zo iemand op de transportlijst stond, dan had hij zijn valse kaart al op zak. Vlak voor het vertrek van de trein haalden we de “vluchter” vervolgens uit de rij en verborgen hem of haar in een latrine. Wanneer de trein vertrokken was, smokkelden we deze persoon met hulp van lokale boeren uit het kamp. De vlucht zelf gebeurde veelal via een kleine smalspoorlijn die in de tweede helft van 1943 werd aangelegd om materiaal te vervoeren vanaf het nabijgelegen Oranjekanaal naar kamp Westerbork. Ik was als machinist op deze trein aangesteld.’

Omdat hij als machinist op de smalspoortrein essentieel was voor de verzetsactiviteiten van de Westerweelgroep, werd besloten dat Kurt Walter zelf niet uit Westerbork mocht vluchtten. Ironisch genoeg bleek Kurt in deze functie ook essentieel voor de Duitse leiding van het kamp en bleef hij tot einde van de Tweede Wereldoorlog van deporatie gevrijwaard.

‘Enkele weken voor de bevrijding liet de Duitse leiding een trein in Westerbork aanrukken. Waarvoor was ons als gevangenen lange tijd onduidelijk. Begin april 1945 werd mij echter te kennen te geven dat de trein gevuld zou worden met een groot deel van de overgebleven voorraden uit het kamp en vee van de kampboerderij. Ik moest helpen de trein naar Groningen te brengen en vandaar uit verder, waarschijnlijk Duitsland in. In Groningen kon de trein door geallieerde troepenbewegingen echter niet verder rijden. Ik mocht terugkeren naar Westerbork. Vlak na aankomst werden we bevrijd door de Canadese militairen.’

Eind juni 1945 verliet Kurt Walter kamp Westerbork om een jaar later naar Palestina te emigreren. Hij hielp er mee het land op te bouwen en trouwde er in december 1947 met Miriam Emanuel.

In 2013 leidde Kurt Walter Minister-President Marc Rutte rond in Yad Vashem, het nationale museum van Israël over de verschrikkingen van de Shoah. Het lichaam iets brozer, maar geestelijk nog altijd de verzetsman ten tijde van zijn jaren in kamp Westerbork.