Leo van Oosten

Assenaar Leo van Oosten wist ondergedoken in Den Haag lange tijd uit handen van de nazi’s te blijven, maar werd via het Oranjehotel begin februari 1945 alsnog naar kamp Westerbork gebracht.

Leo van Oosten als klein jongetje in de vrachtauto van zijn vader.

Leo van Oosten

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 wordt de in Rotterdam woonachtige Leo van Oosten (1921) gewekt door het afweergeschut. Leo is de jongste van zes kinderen in een veehandelaarsgezin uit Assen. Na de lagere school en HBS in zijn geboorteplaats, is hij in 1939 naar Rotterdam vertrokken om te gaan studeren aan de Economische Hogeschool. Na het horen van het afweergeschut kleed Leo zich aan en stapt hij op de fiets. Hij heeft bedacht naar de kust te gaan en daar verder te kijken. Onderweg komt Leo het Nederlandse leger tegen waar hij zich bij aansluit. Eenmaal terug in Rotterdam treft hij een puinhoop aan. Het pension waar hij logeert blijkt echter ongeschonden.

Enkele weken na het bombardement van Rotterdam, raakt Leo betrokken bij het verzet. Van een student van de universiteit van Leiden krijgt Leo, inmiddels onder een valse identiteit, zijn opdrachten. Naast zijn verzetswerk blijft Leo studeren tot het moment dat de hogeschool voor Joden niet langer toegankelijk is. Als hij gevraagd wordt om voor de Joodse Raad te komen werken weigert Leo. Samen met zijn broer Jaap duikt hij in Drenthe onder.

‘Samen met Leo en Max Windmüller zijn we door de relaties die mijn vader had, ondergedoken bij de weduwe Nijmeijer in Anreep’, zo vertelde Jaap van Oosten jaren later. ‘We sliepen daar in het hooi en konden er maar tijdelijk blijven. Een verzetsman bracht ons toen naar de zolder van een school aan de Anreperstraat in Assen. We moesten door de kolenkelder naar boven. ‘s Avonds werd de school gebruikt door de Jeugdstorm, die er haar liedjes kwam zingen. Twee nachten zaten we op die zolder en werden we verrast met een gratis concert.’

Na korte tijd blijkt het adres van Leo en zijn broer niet langer veilig en vertrekken beiden naar een bekende van Leo in Den Haag. Hier verblijven ze op verschillende adressen; samen maar ook alleen. De langste tijd zit Leo bij de familie Kamermans ondergedoken waar hij niet naar buiten kan. Leo heeft inmiddels zijn verzetswerk weer opgepakt. Er wordt hem gevraagd een ‘foute’ Nederlander te liquideren, een opdracht die hij uitvoert.

Via het politiebureau, waar hij hardhandig verhoord wordt, komt Leo terecht in het beruchte Oranjehotel. Tot twee keer toe wordt hij meegenomen naar de Waalsdorpervlakte. Even vaak brengt men hem levend en wel weer terug naar zijn cel.

Op een adres in de Laan van Meerdervoort wordt Leo van Oosten eind 1944 opgepakt. Achteraf blijkt de zus van zijn vriendin hem verraden te hebben. Via het politiebureau, waar hij hardhandig verhoord wordt, komt Leo terecht in het beruchte Oranjehotel. Tot twee keer toe wordt hij meegenomen naar de Waalsdorpervlakte. Even vaak brengt men hem levend en wel weer terug naar zijn cel.

Begin februari 1945 wordt Leo van Oosten met tientallen andere gevangenen naar kamp Westerbork vervoerd. Door beschietingen duurt de reis niet minder dan drie dagen. In Westerbork aangekomen wordt Leo naar de quarantaine gebracht; hij zit onder de luizen en vlooien. Nadien wordt hij ondervraagd door kampcommandant Gemmeker. Omdat Leo niets wil loslaten komt hij in de strafbarak terecht. In de vroege ochtend van 12 april 1945, de Duitsers hebben het kamp inmiddels verlaten, vertrekt Leo van Oosten uit kamp Westerbork. Onderweg ontmoet hij het Canadese leger, met wie hij per tank naar Assen optrekt.

De familie van Oosten, vlak voor de oorlog.

Na de oorlog blijken zijn ouders in Auschwitz vermoord te zijn, de rest van de in Europa verblijvende broers en zussen – één broer is in Indië gesneuveld – hebben de oorlog in de onderduik overleefd. Leo pakt in 1946 zijn studie weer op maar maakt deze niet af.

Leo van Oosten trouwt in februari 1948 en krijgt drie dochters. Op latere leeftijd is hij onderscheiden met het Verzetherdenkingskruis.