Louis Coster

Marcel Bos en Anthony Bleuming, Havo 4-leerlingen van het Ubbo Emmius in Stadskanaal, stelden een portret samen van dansleider, conferencier en operazanger Louis Coster die vanwege zijn “gemengde huwelijk” kort voor de bevrijding uit kamp Westerbork mocht vertrekken.

Louis Coster te midden van zijn barakgenoten in kamp Westerbork.

Louis Coster

Levie Coster, ook wel Louis genoemd, werd op 16 maart 1884 geboren in Amsterdam. Hij had 4 zussen en 2 broers. Louis Coster verhuisde later naar Den Haag en woonde aan de Copernicuslaan 49. Hij was van beroep operazanger. Op 18 januari 1917 trouwde hij met Hendrika van Brink, maar een echtscheiding volgde op 31 december 1920 te Amsterdam. Op 4 mei 1932 trouwde Louis met Alida van der Harst in Den Haag.

Louis kwam op 12 juli 1944 via kamp Vught naar kamp Westerbork. Kort na aankomst in het kamp verzocht Coster om terugstelling van transport omdat hij gemengd-gehuwd was en twee kinderen uit dit huwelijk had. Nadat er enkele documenten waren gestuurd om zijn verzoek te ondersteunen werd Louis, zo blijkt uit de aantekeningen op zijn kaart, verder als gemengd-gehuwde voor de arbeidsinzet ingezet in het kamp. Uit die tijd zijn enkele briefkaarten bewaard gebleven. Coster schreef zijn eerste brief vanuit barak 67. Daarin schreef hij dat hij problemen had met zijn keel. Hij werd geholpen door dr. Rozendaal. Hij had verder verschillende bekenden ontmoet en noemde ze in de brieven bij naam.

Uit een in 1944 verstuurde brief blijkt verder dat papier schaars was. De kwaliteit van het briefpapier was ook aanzienlijk minder dan daarvoor, zo constateerde Louis. Ook vond hij dat de post lang onderweg was.

Na het laatste transport uit Westerbork werd Louis overgeplaatst naar barak 21, zaal 4. Hier schreef Louis dat het met zijn keel goed ging. De wond was inmiddels dicht, maar hij moest regelmatig naar de dokter voor controle. In één van de brieven vertelde hij daarnaast dat het eten goed en voldoende was en dat zijn was werd gedaan in de wasserij.

Uit een in 1944 verstuurde brief blijkt verder dat papier schaars was. De kwaliteit van het briefpapier was ook aanzienlijk minder dan daarvoor, zo constateerde Louis. Ook vond hij dat de post lang onderweg was. In een brief van 13 januari 1945 schreef Levie dat hij met oud en nieuw vroeg naar bed was gegaan en veel aan huis had gedacht. Dit was zijn laatste brief.

Op 2 april 1945 moest Coster voor controle bij de fysiotherapeut in het kamp zijn en kort daarna werd hij uit het kamp ontslagen omdat hij niet meer in staat zou zijn om zijn werk uit te voeren.
Op 5 april 1945, kort voor de bevrijding, verliet hij Westerbork.

Het gedichten- en liedjesboekje waar Louis aan meewerkte.

In juni 1945 schreef Coster enkele korte gedichtjes over de tijd in kamp Westerbork. Bijvoorbeeld over de appèls:

Eindeloos wachten
Zuchten en klachten
Korten en langen
Zitten en Hangen
Schuifelen en sloffen
Na een half uur boffen,
Dan vertrekt het stel
Appèl.

En over de bevrijding:

WEG ZIJN DE HELDEN!
Men hoort niet meer schelden,
Niet schreeuwen en razen
Door die gekken en dwazen.
Wij behoeven niet meer te beven
Wij denken, wij leven
Heel doelbewust
RUST!

Na zijn vrijlating keerde hij terug naar Den Haag waar hij uiteindelijk op 26 september 1955 is overleden.