Mac van Lier

Producent, bedrijfsleider, cameraman en manager; filmpionier Mac van Lier (1900) was het allemaal al voor de Tweede Wereldoorlog. Mac van Lier verbleef van begin juni 1944 tot de bevrijding in kamp Westerbork. Journalist Henk van Gelder maakte een boeiend portret van een veelzijdig kunstenaar.

Collega cameraman en fotograaf Rudolf Breslauer aan het werk in kamp Westerbork.

Mac van Lier

Allesomvattend kan een levensbeschrijving over Mac van Lier nooit zijn – daarvoor was hij veel te veelzijdig, veel te ondernemend en veel te creatief. In de buitenwereld raakte hij uiteindelijk vooral bekend als de man die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bedrijfsleider van de Amsterdamse bioscoop Tuschinski was. ‘Iedereen die Tuschinski kent, kent Mac van Lier’, schreef het dagblad Het Vaderland in 1932. Maar dat was nog maar één van de talloze activiteiten die hij decennia lang in de internationale filmwereld heeft ontplooid. Hij werkte als cameraman, vertegenwoordiger in filmapparatuur, exploitant, producent, manager en alles wat er in die bedrijfstak nog méér te doen viel op het snijvlak van artisticiteit en commercie.

Maurits Philip Sigismund van Lier werd op 30 januari 1900 geboren als zoon van een vooraanstaand Haags notaris. Al op zeer jeugdige leeftijd raakte hij verslingerd aan film, het medium dat tegelijk met hem opgroeide. Op zijn tiende opende hij thuis een bioscoopje; zijn zakgeld (wekelijks een kwartje) en de entreegelden maakten het hem mogelijk filmpjes te kopen. Een paar jaar later maakte hij, met vriendjes en vriendinnetjes voor en achter de camera, zijn eerste eigen avonturenfilm. En rond zijn twintigste trad hij als cameraman in dienst bij Filmfabriek Hollandia in Haarlem, het grootste Nederlandse filmproductiebedrijf van die dagen. Zo werkte hij mee aan de eerste (zwijgende) verfilming van het volkstoneelstuk De Jantjes, met Louis Davids in één van de hoofdrollen, in 1922. In hetzelfde jaar trouwde hij met Selma Kattenburg.

Intussen voelde Van Lier zich onherroepelijk aangetrokken tot Hollywood, waar de filmindustrie immers veel meer mogelijkheden bood dan de Nederlandse. Hij vertrok en wist al op de boot contact te leggen met een employé van de filmfirma Fox, die hem in Amerika bij diverse relaties introduceerde.

Intussen voelde Van Lier zich onherroepelijk aangetrokken tot Hollywood, waar de filmindustrie immers veel meer mogelijkheden bood dan de Nederlandse. Hij vertrok en wist al op de boot contact te leggen met een employé van de filmfirma Fox, die hem in Amerika bij diverse relaties introduceerde. Ook deed hij daar goede zaken met de opnamen die hij aan boord had gemaakt van de befaamde wetenschapper Albert Einstein, die eveneens naar Amerika voer. Eenmaal in Hollywood stelde Van Lier zich aanvankelijk voor als Maurice, de verfranste versie van zijn eerste voornaam. Zijn gesprekspartners maakten daar al gauw Mac van. In zijn levensonderhoud voorzag de daadkrachtige Nederlander onder meer door te werken in de studio’s van filmmagnaten als Samuel Goldwyn en Mack Sennett en door in Amerika natuuropnamen te maken, die door diverse bioscoopconcerns werden gekocht als onderdeel van de toen nog langdurige voorprogramma’s. Er is een contract bewaard gebleven waarin de HAP Film Company hem voor zulke opnamen f 1,25 per meter in het vooruitzicht stelde.

Waarom hij niettemin al snel weer terugkeerde naar Nederland, is niet bekend. Wel staat vast dat Mac van Lier, zoals hij zich bleef noemen, al in 1925 bij het Tuschinski-concern in Amsterdam werkte. Wat hij daar deed, werd in het blad Cinema & Theater beeldend beschreven door publiciteitsman en dirigent Max Tak:

‘Hij is de man die achter de schermen aan de touwtjes trekt. Een klein legertje van ouvreuses, piccolo’s, zaalpersoneel en al wat er komt kijken, staat onder zijn bevelen. […] Behalve de controle over het personeel, dat slechts een onderdeel van zijn taak is, heeft hij de talloze administratieve beslommeringen af te doen, die in een zo omvangrijk bedrijf als dat van het Tuschinski-theater de volledige toewijding van een met alle technische eisen totaal vertrouwde vragen.’

Van Lier 2

Zijn huwelijk met Selma Kattenburg eindigde in 1928 in een echtscheiding. Een half jaar later hertrouwde Van Lier in Amsterdam met de Engelse showdanseres Ivy Florence Osborne. En in 1936 meldden de kranten dat de bedrijfsleider van Tuschinski iets anders ging doen. Als directielid van de Fox Film Corporation was hij voortaan verantwoordelijk voor het vertonen van films aan boord van de grote passagiersschepen. Maar dat was nog lang niet alles. Allerlei knipsels in zijn plakboek tonen aan dat hij eind jaren dertig ook weer documentairefilms maakte over een groot aantal onderwerpen – van kantklossen tot de fabricage van meubels, van de Betuwe tot Urk, van de bloemenpracht in de lente tot de Loosdrechtse wateren in de zomer. Die verkocht hij ditmaal niet alleen aan de bioscopen die hun voorprogramma’s moesten vullen, maar ook aan educatieve instellingen die graag iets wilden vertonen tijdens een lezing of een cursus. Een ander initiatief betrof een nieuw systeem voor het vertonen van smalfilms in bioscopen zonder dat de beelden door het grote projectieformaat hun scherpte verloren.

Ivy Osborne was niet Joods. Mac van Lier hoopte daardoor dat hij als gemengd gehuwde man, buiten de Jodenvervolging kon blijven. Voor alle zekerheid liet hij zich bovendien dopen en steriliseren. Maar toch bleef hij niet buiten schot. Laat in de oorlog, op 3 juni 1944, kwam hij aan in Westerbork. Zijn kaart vermeldt echter dat hij eerder al gevangen zat in het kamp Vught. Als zijn beroep werd vermeld: ‘Filmtechniker und Filmfabrikant’. Het zal mede aan dit late tijdstip hebben gelegen dat hij de oorlog overleefde en op 20 april 1945 kon worden ontslagen.

Van Lier

Sindsdien slaagde Van Lier, inmiddels halverwege de veertig, er weer in zijn uiteenlopende filmpraktijken te hervatten. In 1950 richtte hij de ‘MacLear Filmproduction’ gevestigd in Colombo, Sri Lanka (destijds nog Ceylon) op. Het bedrijf bestaat nog steeds. In Van Liers nogal chaotische plakboek prijkt verder een Indiaas krantenbericht uit 1949, waarin staat dat hij Bombay heeft verlaten om een wereldreis te maken, die filmopnamen moest opleveren voor de educatieve en toeristische films waarin hij handelde. Ook bewaarde hij een door de Amerikaanse president Eisenhower ondertekend kaartje met een voorgedrukte tekst, waarin Ivy F. van Lier dank werd toegezegd voor haar hulp bij de ontsnapping van geallieerde soldaten uit de klauwen van de vijand.

Over zijn latere jaren heeft hij geen sporen nagelaten. Het lijkt erop dat hij zich nadien met zijn vrouw heeft gevestigd in Londen, waar hij op 29 juli 1978 stierf.