Marianne Trompetter

Els van Rijn-Zandstra schreef een boeiend portret over Marianne Trompetter, een vrouw met een bewogen leven dat gekenmerkt werd door het verlies van haar eerste man en kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Transport uit kamp Westerbork.

Marianne Trompetter

Amsterdam, 16 april 1947. Het is een warme dag voor de tijd van het jaar. Grote wolkenpartijen drijven langzaam langs de hemel. De zon komt tevoorschijn en het donker glanzend water van de Oudezijds Voorburgwal licht schitterend op. Het bruidspaar heeft zojuist tegenover de ambtenaar van de burgerlijke stand het ja-woord uitgesproken. Ingetogen poseert het met kennissen en familie, waaronder de twee getuigen, voor het hoge hek van de binnenplaats van het stadhuis. “Kijkt u in de lens?” nodigt de fotograaf uit. Een stemmige naoorlogse bruiloft.
Het zijn Marianne Trompetter en Daniel van de Kar, die in het gemis van hun eerste man en vrouw en in het gemis van hun kinderen een nieuwe toekomst tegemoet zien.
De overledenen zijn in het bewustzijn van het paar en van hun gasten aanwezig. Zij worden elke dag en ook deze dag herdacht:

Louis Colthof
Eerste echtgenoot van Marianne Trompetter (geboren 25 november 1901 te Steenwijk, gestorven 28 februari 1943 te Schoppinitz, Polen).

David Colthof
Zoon van Louis Colthof en Marianne Trompetter (geboren 3 juli 1926 te Amsterdam, gestorven 28 februari 1943 te Schopponitz, Polen).

Amalia Regina Colthof
Dochter van Louis Colthof en Marianne Trompetter (geboren 8 september 1929 te Amsterdam, gestorven 11 juni 1943 te Sobibor, Polen).

Flora Dreese
Eerste echtgenote van Daniel van de Kar (geboren 7 april 1913 te Amsterdam, gestorven 26 oktober 1942 te Auschwitz, Polen).

Benvenida van de Kar
Dochter van Daniel van de Kar en Flora Dreese (geboren 4 november 1937 te Amsterdam, gestorven 26 oktober 1942 te Auschwitz, Polen).

Anna van de Kar
Dochter van Daniel van de Kar en Flora Dreese (geboren 25 oktober 1935 te Amsterdam, gestorven 26 oktober 1942 te Auschwitz, Polen).

Louis van de Kar
Zoon van Daniel van de Kar en Flora Dreese (geboren 27 juli 1941, gestorven 26 oktober 1942 te Auschwitz, Polen).

Voor de oorlog
Marianne Trompetter wordt 22 december 1904 in Amsterdam geboren als kind van de Joodse Simon Trompetter en de niet-Joodse Geesje Vogelzang. Zij zou in 1905 gedoopt zijn in de Oude Kerk. Rond 1907 verhuizen vader en moeder met vijf kinderen naar Pingsdorf, Brühl bij Keulen. Daar worden nog zes kinderen geboren. Op enig moment verhuist het gezin naar Kerkrade, waar de ouders van Marianne uiteindelijk zullen overlijden, moeder in 1933, vader in 1954.

Op 21 april 1926, Marianne is 21 jaar oud, trouwt ze met de drie jaar oudere vertegenwoordiger (toen handelsreiziger genoemd) Louis Colthof, zoon van Joodse ouders uit Steenwijk. Zijn vader is taalleraar. Marianne’s vader is op het moment van haar huwelijk zonder beroep.

Het zijn Marianne Trompetter en Daniel van de Kar, die in het gemis van hun eerste man en vrouw en in het gemis van hun kinderen een nieuwe toekomst tegemoet zien.

Marianne en Louis krijgen twee kinderen, David in 1926 en Amalia Regina in 1929. Ze wonen op verschillende adressen in Amsterdam, vier jaar in de Rijnstraat, twee jaar in de Laplacestraat en vanaf december 1932 in de Vechtstraat. Opeenvolgend wonen twee zussen van Marianne (waarvan een met man en kind) en een tante tijdelijk bij hen in. In de Vechtstraat heeft het gezin in de elf jaar dat het daar woont, tot in de oorlog opeenvolgend acht tijdelijk inwonende personen, als laatste de Duits-Joodse vluchteling Ernst Lindenberg.
Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt zijn Marianne en Louis 35 en 38 jaar, David en Amalia Regina 13 en 10 jaar.

De Tweede Wereldoorlog
In ruim twee jaar tijd worden Marianne en haar gezin gaandeweg en onherroepelijk slachtoffer van de Jodenvervolging door de nazi’s. Ze wonen in de Rivierenbuurt, waar veel Joden wonen; grote razzia’s vinden hier plaats. Louis en David worden in september 1942 opgepakt of opgehaald en naar kamp Westerbork gebracht. Marianne en Amalia Regina komen een maand later in Westerbork aan, wellicht vrijwillig, in de hoop en verwachting daar Louis en David te vinden. Het nazi-regime laat zich hard, heel hard voelen.

De gegevens:
Westerbork, september 1942    
Mariannes man Louis en haar zoon David komen aan.

Westerbork, 2 oktober 1942
Louis en David worden gedeporteerd naar Auschwitz.

Westerbork, 3 oktober 1942
Marianne en haar dochter Amalia Regina komen aan.

Schöppenitz, 28 februari 1943
Louis (41 jaar) en David (16 jaar) sterven.

Westerbork, 6 juni 1943
Het verzoek om deportatie van Amalia Regina te blokkeren wordt afgewezen: ‘…Mutter als Protestantin anerkannt. Kind muss jedoch lt. Anordnung Ostuf. auf Transport.’

Westerbork, 8 juni 1943
Amalia Regina wordt gedeporteerd naar Sobibor. Zij reist met de schoonzus van Marianne, Bertha Trompetter-Salomons. Marianne blijft alleen in Westerbork achter.

Auschwitz, 11 juni 1943
Amalia Regina (13 jaar) wordt gedood.

Westerbork, 11 maart 1944
Marianne wordt in het kampziekenhuis opgenomen.

Westerbork, 31 augustus 1944
Marianne wordt in het kampziekenhuis opgenomen.

Westerbork, 29 november 1944
Marianne wordt in het kampziekenhuis opgenomen.

Westerbork, 21 mei 1945
Marianne (40 jaar) vertrekt uit kamp Westerbork. Niet bekend is waarheen zij gaat. Zij lijkt zich bij de gemeente te melden om haar etage aan de Vechtstraat weer te kunnen betrekken. Ze wordt ingeschreven; de etage is echter sinds 11 maart 1943 door een ander gezin bewoond. De inschrijving wordt ongedaan gemaakt: abusief wordt achter haar naam geschreven.

Het leven na de Tweede Wereldoorlog
Mariannes trouwdag, april 1947.
Met haar tweede man Daniel van de Kar, geboren 24 november 1912 in Amsterdam, van beroep (orthopedisch) schoenmaker, bewoont Marianne verschillende etages in Amsterdam, vanaf 1960 op het Paramariboplein.
Marianne sterft op 7 mei 1987 op 82-jarige leeftijd.
Daniel sterft rond 2002; hij werd 91 jaar.