Maurits & Bella Zondervan

Pedicure Bella Zondervan zat met haar man Maurits gedurende meer dan twee jaar opgesloten in kamp Westerbork. Een portret samengesteld met dank aan Wouter Rozema en Hendriëtte Wobbes uit havo 4 van het Ubbo Emmius in Stadskanaal.

Bella Zondervan met haar twee broertjes.

Maurits & Bella Zondervan

Gedurende zijn verblijf in kamp Westerbork hield de Joodse journalist Philip Mechanicus (1889-1904) een dagboek bij. In één van zijn eerste bijdragen, Mechanicus lag destijds in het kampziekenhuis, noteerde hij het volgende:

‘Terwijl ik geschoren word zit de pedicure op mij te wachten, met een hete doek met instrumenten. Voor het eerst in mijn leven komt de pedicure aan mijn voeten te pas. “Eerst de linkervoet.” Ik volg aandachtig de soepele wendingen van tang en pincet en lig verbaasd te kijken, naar wat een deskundige van voet vermag te maken. Daarna het rechterbeen. Zelfde uitvoerende behandeling. Heb daar in het particuliere leven nooit tijd voor gehad. Dat deed ik zelf zo goed en kwaad het ging. Ik ben trots op goedverzorgde voeten. “Ziezo meneer, over vijf weken kom ik bij u terug.” “Graag mevrouw.”‘

De kans is aanwezig dat de vermelde pedicure Bella Zondervan is geweest. Sibilla Zondervan-Cappel (1899) behoorde met haar man Maurits Zondervan (1895) rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog tot de notabelen van de Joodse gemeenschap van Den Bosch. In 1940 telde de Joodse gemeente Den Bosch bijna 460 leden, waarvan de meeste actief waren in de handel en nijverheid.

Vanwege haar ervaring werd Bella gevraagd in het kamp aan het werk te gaan als pedicure. Ze werkte daarbij grotendeels vanuit haar eigen woninkje in barak 38, een barak nog daterend uit het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork met iets meer luxe dan de barakken die in 1942 werden bijgebouwd.

Maurits, die eveneens handelaar van beroep was, werd in 1942 gesommeerd zich te melden in het Joodse werkkamp Molengoot, ten noorden van Hardenberg. In de nacht van 2 op 3 oktober werd Maurits met alle aanwezig Joodse dwangarbeiders naar kamp Westerbork gebracht. Vermoedelijk door zijn invloedrijke positie binnen de Joodse gemeenschap van Den Bosch wist hij in Westerbork aan een baantje bij de Ordedienst te komen. Het betekende voor Maurits voorlopig uitstel van transport.

Bella Zondervan werd in april 1943 herenigd met haar man nadat ook zij naar Westerbork werd gestuurd. Maurits functie bij de OD betekende voor haar een vrijwaring van deportatie naar het Oosten. Vanwege haar ervaring werd Bella gevraagd in het kamp aan het werk te gaan als pedicure. Ze werkte daarbij grotendeels vanuit haar eigen woninkje in barak 38, een barak nog daterend uit het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork met iets meer luxe dan de barakken die in 1942 werden bijgebouwd.

Het kistje van Maurits en Bella Zondervan zoals gemaakt door Wouter en Hendriëtte van het Ubbo Emmius.

Eind mei 1945 keerden Bella en Maurits Zondervan terug naar Den Bosch. Ze kregen een grote klap te verwerken toen ze na enkele weken hoorden dat hun zoon Max (1922) de oorlog niet overleefd had. Hij was op 21 september 1943 naar Auschwitz weggevoerd waar hij bij aankomst direct om het leven werd gebracht.

Max Zondervan stierf in 1965 in zijn woonplaats Den Bosch, zijn vrouw Bella overleed ruim twintig jaar later. Beiden liggen begraven op de Joodse begraafplaats in Vught.